Cultuur

Interview

Interview

Irene Godoy, niet in Costa Rica, maar in haar eigen tuin. Foto Merlijn Doomernik

Lekker met mijn vinger in jouw oog

Irene Godoy primatoloog

Sommige wilde capucijnapen bedenken graag nieuw gedrag. Vooral jonge dieren innoveren, mannetjes en vrouwtjes even vaak.

Culturen veranderen door de tijd. Maar hoe gaat dat? Hoe ontstaat nieuw gedrag? Welke individuen verzinnen het? En wat bepaalt of iets zich verspreidt of niet?

Dat bestudeert Irene Godoy, primatoloog aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, bij groepen witschoudercapucijnapen in een regenwoud in het noordwesten van Costa Rica. Ze heeft er onlangs over gepubliceerd in het tijdschrift PNAS (25 juli).

Capucijnapen zijn relatief klein, 33 tot 45 centimeter van de kruin tot aan de staartbasis. „Maar ze hebben veel met mensen gemeen”, zegt Godoy in haar woonkamer. Ze ontvangt thuis, omdat ze in de 37ste week van haar zwangerschap zit (haar eerste kind). Naast de tafel staat al een bedje klaar.

„Net als de mens hebben capucijnapen erg grote hersenen voor hun lichaam en zijn ze nogal nieuwsgierig”, zegt Godoy. Beide zijn omnivoor, hebben veel sociale contacten en vormen allerlei bondjes. Het duurt ook relatief lang voordat individuen volwassen zijn – ze hebben een lange fase nodig voor het leren van sociale omgangsvormen en het foerageren. Dus door capucijnapen te bestuderen, kun je wellicht meer leren over menselijke cultuur, en de evolutionaire wortels ervan.

Lang werd gedacht dat chimpansees veel sterker waren dan mensen. Dat bleek bij nader inzien wel mee te vallen

„Het woord ‘cultuur’ is bij alle primaten behalve de mens trouwens een gevoelige term”, zegt Godoy. „We spreken liever over sociale tradities.”

Hoe groot is zo’n groep apen?

„Die van ons telden 5 tot 41 individuen. We hebben elf groepen gevolgd, in het natuurreservaat Lomas Barbudal. Susan Perry doet daar al meer dan een kwart eeuw onderzoek naar capucijnapen. Er zijn weinig mensen die zoveel over deze dieren weet als zij.”

Het onderzoek in Costa Rica valt op door de grootschalige aanpak. Er zijn vijftig mensen voor getraind.

„In de tien jaar dat dit onderzoek liep. Om zeker te weten of een capucijnaap echt als eerste een heel nieuw gedrag vertoont, zul je een groep op de voet moeten volgen. Continu. Dat is erg arbeidsintensief. We mikken op zes tot acht mensen per jaar, hoofdzakelijk studenten primatologie. We willen dat ze in ieder geval een jaar blijven. Eerst krijgt iemand drie maanden training om alle normale gedragingen van de apen te leren herkennen. Daarna ga je in paren, of met zijn drieën, het regenwoud in. De één kijkt en zegt wat hij ziet. De ander noteert.”

In mijn eerste maand heb ik vaak gedacht: hoe ga ik dit volhouden? Ik had nul hike-ervaring.

Hoeveel uur doen ze dat?

„De hele dag. Van ’s ochtends vijf tot ’s avonds zes, dan zijn de apen actief. Aan het eind van de dag ben je totaal uitgeput.”

Heb jij dat ook gedaan?

„Ik ben in juni 2005 bij Susan begonnen. En je moet weten dat in mei het regenseizoen start. In mijn eerste maand heb ik vaak gedacht: hoe ga ik dit volhouden? Ik had nul hike-ervaring. En de apen zijn zo dynamisch. Ze bewegen zich door de bomen. En jij moet struikelend, heuvel op, heuvel af, bij zien te blijven. Je probeert de apen door je verrekijker zoveel mogelijk te volgen. In de stromende regen. Ik was in het begin ook bang te verdwalen.

Net als de mens kan ook de chimpansee goed samenwerken, ook al valt dat niet meteen op

„Gelukkig leer je. Na die eerste maand ging het beter. En in het droge seizoen, van november tot mei, is er geen regen en geen bladerdek. Je ziet veel beter wat de apen doen.”

Jullie hebben in die tien jaar 187 nieuwe gedragingen gezien. Is dat veel?

„Dat is moeilijk te zeggen. Behalve bij chimpansees en orang-oetans is hierover bij andere primaten weinig bekend. Orang-oetans vernieuwen vooral in het bouwen van hun slaapplaats. Het is op comfort gericht. Ook bij chimpansees draaien innovaties om gemak en hygiëne.”

En bij capucijnapen?

„We zien vooral innovaties in het onderzoekende en het sociale domein.”

Als je toelaat dat iemand je zo diep in het oog prikt, is de band waarschijnlijk sterk.

Wat bedoel je daarmee?

„We delen nieuwe gedragingen in vier categorieën in: gericht op sociale interactie, op foerageren, op jezelf, en op onderzoek van de omgeving.”

Kun je wat innovaties noemen?

„Een sociale innovatie is bijvoorbeeld dat een mannetje oorsmeer at uit het oor van een ander mannetje. Of een vrouwtje dat een mannetje van achter knuffelde en zijn neus en ogen bedekte met haar handen, terwijl hij zachtjes in haar vingers bijt. Een innovatie die al bekend was voordat we ons onderzoek begonnen, en die we in verschillende groepen terugzien, is dat apen elkaar in het oog prikken, soms vrij diep. We denken dat het bedoeld is om de sociale band te testen. Als je toelaat dat iemand je zo diep in het oog prikt, is de band waarschijnlijk sterk.

„Tachtig procent van die 187 innovaties zagen we trouwens maar één keer en daarna niet meer. Sommige werden overgenomen door anderen.”

Waren er individuen die meer innoveerden dan anderen?

„Er was een vrouwtje dat op haar derde en vierde allerlei spelletjes verzon met voedsel. We noemden haar Carrot. We zagen haar wel eens vier tot vijf minuten op een mango slaan. Of ze rolde fruit over de grond, de rivier in. Zij was opvallend creatief. Waarom weet ik niet.”

Er was een jonge aap die een opgedroogde koeienvlaai op zijn kant wipte en er heen en weer op wiebelde.

Innoveren vrouwen meer dan mannen? Of andersom?

„We vonden geen duidelijk onderscheid in geslacht. Ook niet voor rang. Het verschil zat ’m in leeftijd en sociaalheid. Innovaties in het sociale domein komen vooral van de socialere dieren. Innovaties in het onderzoeken van de omgeving komen vooral van jongere dieren. Er was bijvoorbeeld een jonge aap die een opgedroogde koeienvlaai op zijn kant wipte en er heen en weer op ging wiebelen.”

En wat zorgt ervoor dat een innovatie zich verspreidt?

„Dat weten we nog niet. We staan pas aan het begin van dit onderzoek.”

Wil je het onderzoek aan capucijnapen hier in Nijmegen voortzetten?

„Ja. Maar niet dat ik hier capucijnapen wil gaan houden. Ik blijf naar Costa Rica gaan.

„Ik ben in augustus 2016 aan de Radboud Universiteit begonnen als docent bij de vakgroep Psychologie en Kunstmatige Intelligentie. Ik geef nu vooral colleges, bijvoorbeeld in pro- en anti-sociaal gedrag bij dieren. Mijn man Willem, die ik in Californië heb ontmoet, is hier universitair docent ontwikkelingspsychologie.”

Is er menselijk gedrag dat je opvalt in Nederland?

Ze denkt even na. „Waar ik aan moest wennen is dat je hier overal naartoe fietst. Ik heb lang in Amerika gewoond. Daar wordt niet veel gefietst.”