Recensie

Kom achter dat scherm vandaan en wandel

Lopen en denken

Wie zielenrust wil, moet gaan wandelen, schreef Seneca. Het wandelen van een Frans-Amerikaanse critica liep uit op een intrigerend zelfportret dat ook een essay is over identiteit, emigreren en thuis zijn.

Foto Istock

Ik wandel dus ik denk. Sinds Rousseau tussen 1776 en 1778 zijn Rêveries d’un promeneur solitaire schreef, lijkt het hét adagium van elke wandelende filosoof of filosoferende wandelaar. Van mijmeringen kun je in dit geval niet spreken, van wandelingen evenmin. Rousseau verwoordt in de laatste twee jaar van zijn leven de lessen die hij heeft geleerd, getekend door bitterheid en paranoia. De wereld heeft hem – daarvan is hij overtuigd – uitgekotst. Wat hem rest, is om met een vrije geest na te denken over zichzelf en zijn overtuigingen: ‘de bron van het ware geluk zit in onszelf’.

Wandelen in de natuur, het leidt tot een onthechte, beschouwende blik, waarbij schijnbaar moeiteloos een theorie wordt ontwikkeld of inzicht verkregen. Wie zielenrust wil, moet wandelen, schreef Seneca – alleen, ver van de massa. De wijze wandelt ook zonder vooraf vastgesteld doel. Zo kan hij niet alleen zijn gedachten ordenen, maar ook eeuwen omvatten.

Denkende wandelaars lijken vooral mannen te zijn. Maar ook vrouwen verkennen de openbare ruimte. Dat illustreert de Frans-Amerikaanse critica Lauren Elkin in haar fascinerende en enthousiasmerende boek Flâneuse. Women walk the city in Paris, New York, Venice and Londen. Flaneren is, weten we sinds Baudelaire, iets anders dan wandelen of lopen. Aan het begin van de negentiende eeuw is de flâneur een niet onbemiddelde man die, rustig, vrij en ongehaast, zonder specifiek doel, Parijs verkent. Vrijheid – dat is de associatie die de term bij Elkin oproept. Geen wonder, ze is een Amerikaanse, opgegroeid in de suburbs van Long Island, waar niets te voet te bereiken was, behalve een winkelcentrum. Haar enorme drang de wereld te verkennen voerde haar naar Parijs, Londen, Venetië en Tokio. Elke stad wil ze te voet ontdekken, ‘walking is mapping with your feet’, in zekere zin is het net zoiets als lezen.

In haar boek gaat Elkin op zoek naar flâneuses, vrouwen die open staan voor een ‘bevrijdende wandeling’, die op zoek zijn naar de ‘creatieve potentie van een stad’. Zij neemt ons mee op een vrolijke en inspirerende tocht door steden en voorbije tijden, in de voetsporen van ondernemende vrouwen die hun plek in de openbare ruimte en in de samenleving opeisten. Virginia Woolf schiep Mrs Dalloway, ‘the greatest flâneuse of twentieth-century literature’. In een van Woolfs essays, Street Haunting, laat de schrijfster haar personage door Londen dwalen, op zoek naar een potlood. Schrijven is onafhankelijkheid verwerven, muren slechten, je ruimte vergroten.

Elkin volgt George Sand, die in 1831 huis en haard in Nohant verliet om in Parijs in woord, in daad en met de pen de wereld te veranderen. Ze loopt in Sands voetstappen, ziet de bloedige opstanden van haar tijd weerspiegeld in de stenen van Parijs en betreurt het – met haar eigen 21ste-eeuwse, feministische blik – dat Sand zich niet harder maakte voor vrouwenzaken.

Tegen de achtergrond van haar verblijf in Venetië wijdt Elkin een hoofdstuk aan de Franse kunstenares Sophie Calle, een ervaringsdeskundige in volgen, stalken en verdwijnen. In Tokio analyseert ze waarom ze er zo ongelukkig is: het is een stad die zich er niet voor leent om te voet te worden verkend.

Terug in Parijs bestudeert Elkin het fenomeen ‘manif’, de massademonstratie, zo kenmerkend voor de Franse volksaard. Ze bekijkt de films van Agnès Varda, de Parijse cineaste bij uitstek, en ziet hoe Varda’s vrouwen niet alleen bekeken worden, maar ook zelf durven kijken – de flâneuse emancipeert.

Steeds betrekt Elkin haar eigen ervaringen in haar beschouwingen. Ze woonde in steden voor de liefde, voor werk. Haar eigen voetstappen verbindt ze met die van haar flâneuses, waardoor haar boek niet alleen een mix is van cultuurgeschiedenis, biografie en literaire kritiek, maar ook een intrigerend zelfportret.

Het leven van Elkins vrouwen draait om beweging, verandering en transformatie – flaneren in overdrachtelijke zin. Zo wordt haar boek ook een essay over identiteit, emigreren, thuis zijn en ergens thuis horen. De flâneuse die ze is geworden, breekt een lans voor de open blik, actueel, nieuwsgierig en onderzoekend. Kom achter je scherm vandaan, lijkt ze te zeggen, kom van de bank af, ontmoet de wereld in levenden lijve.

Of je nu wandelt, loopt of flaneert – als we deze kunstenaars, filosofen en schrijvers moeten geloven, doet het er niet toe. Een voortgaande beweging van welke aard dan ook geeft ons nieuwe gedachten, inzichten en, als het even meezit, levenslust en scheppingskracht.