Opinie

Het oude lied van de kosmopoliet

De term ‘kosmopoliet’ als scheldwoord is typisch voor bewegingen die raszuiverheid naijveren en geloven dat ethnische minderheden en elites erop uit zijn om de natie te ondermijnen, schrijft Ian Buruma.

Een foto van het Vrijheidsbeeld aan de muur in het Ellis Island National Museum of Immigration. Foto Drew Angerer/Getty Images/AFP

Vorige week deed President Trump weer eens een voorstel met weinig kans op slagen. De legale immigratie naar de VS moest gehalveerd worden, en bij voorkeur bestaan uit hoog opgeleide buitenlanders die goed Engels spreken, zo luidde het. Tijdens een persconferentie hierover van Trumps politieke strateeg, Stephen Miller, opperde Jim Acosta, een verslaggever van CNN en zoon van een Cubaanse immigrant, dat dit toch echt niet strookte met de Amerikaanse traditie. Hij citeerde de woorden die op de sokkel van het Vrijheidsbeeld staan, namelijk dat Amerika altijd bereid is om ’s werelds armen en verschoppelingen op te nemen. Waarop Miller snauwde dat Acostas opmerking een typisch voorbeeld was van „kosmopolitisch vooroordeel”.

Europese aristocraten in de achttiende eeuw spraken Frans (en Haagsche snobs in mijn jeugd deden dit soms nog)

Acosta vroeg of Trumps initiatief zou betekenen dat alleen Engelsen of Australiërs nog toegang zouden krijgen. Hij overdreef natuurlijk. Maar Miller toonde zich „geschokt”; de kosmopoliet Acosta zou zich schulding hebben gemaakt aan een soort racisme door te veronderstellen dat alleen Angelsaksen Engels spreken.

Het voorval tussen Miller en Acosta

Je vraagt je af of Miller enig idee heeft waar het gebruik van kosmopolitisme als scheldwoord vandaan komt. Als nazaat van een arme Joodse familie die omstreeks 1900 uit Wit-Rusland emigreerde – en vermoedelijk weinig Engels sprak – zou hij het toch moeten weten.

Josef Stalin gebruikte ‘kosmopoliet’ als codewoord voor Joden. In de late jaren veertig begon Stalin een campagne tegen Joodse intellectuelen, wetenschappers en artsen die Westers gezind zouden zijn en ontrouw aan de Sovjet Unie. Joden werden niet gerekend tot het Russische volk, daarentegen wel tot een internationale samenzwering, en waren dus als het ware van nature verraderlijk.

Foto Edwin Levick/Getty Images

Maar Stalin had de term niet zelf bedacht. Fascisten en nazi’s in de jaren dertig gebruikten ook al de begrippen kosmopolitisme en internationalisme om Joden, marxisten en vrijmetselaars als dubbelhartig te bestempelen. Het is de terminologie die typisch wordt gebezigd door bewegingen die raszuiverheid naijveren, en geloven dat etnische minderheden, maar ook financiële en intellectuele elites erop uit zijn om het volk van bloed en bodem te ondermijnen. Voor fascisten van voor de oorlog gold de VS als hét symbool van kosmopolitische decadentie. Het woord heeft dus een sterke anti-Amerikaanse achtergrond.

Louche kringen

Een merkwaardig fenomeen in de regering van Trump is dat antisemitische retoriek weer in opkomst is, ondanks het feit dat betrekkelijk veel Joden zich in zijn entourage bevinden, waaronder die Stephen Miller. De drijvende kracht achter het etnisch nationalisme is Steve Bannon, niet Joods, maar een extreem-rechtse rooms-katholiek. Hij is een liefhebber van reactionare ideologen van voor de oorlog zoals de Fransman Charles Maurras en de Italiaan Julius Evola, een duistere figuur die grote bewondering koesterde voor Heinrich Himmler.

Toch is anti-kosmopolitisme ook weer niet te reduceren tot een roomse pathologie. Kosmopolitisme werd voor het eerst in negatieve zin gebezigd door protestanten die zich tijdens de Reformatie afzetten tegen de katholieke kerk. Rome werd gezien als een kosmopolitisch bolwerk dat nationale aspiraties in de weg stond. Iets hiervan is nog te bespeuren onder tegenstanders van de EU, die Brussel zien als een soort nieuw Rome.

Het is mogelijk, maar niet waarschijnlijk, dat Stephen Miller een antisemiet is. Hij groeide op in een progressief Joods gezin. Misschien was zijn enthousiasme voor uiterst rechtse ideeën ook een vorm van rebellie. Maar dan wel een opstand waardoor hij al snel in louche kringen terecht kwam. Een studievriend van Miller was Richard Spencer, die zich later zou inzetten om „de blanke beschaving” te beschermen tegen vreemde smetten door een „vreedzame ethnische zuivering”.

Veel aanhangers van Donald Trump delen met elkaar en met rechtse populisten in andere landen, waaronder ook Israël, vijandigheid tegenover moslims, en tegenover de zogenaamde elites die moslims en andere minderheden zouden vertroetelen. Dat verklaart wellicht waarom Miller zijn tegenstanders van kosmopolitisme beschuldigt. Maar er is meer aan de hand dan wantrouwen jegens moslims. Progressieve professoren, kritische journalisten, linkse intellectuelen, etcetera, worden dikwijls verguisd in kringen die macht ambiëren. Die voelen zich in de nek gekeken door mensen die beter zijn opgeleid of tot een intellectuele elite worden gerekend. Dit is niet altijd een kwestie van sociale status. George W. Bush, een telg uit een deftige familie, was allergisch voor journalisten die bijvoorbeeld Frans konden praten.

Ook dit is geen nieuw fenomeen. De hogere klassen plachten zich in veel samenlevingen te onderscheiden van hoi polloi door zich de taal en de manieren van hoger geachte buitenlanders aan te meten. Europese aristocraten in de achttiende eeuw spraken Frans (en Haagsche snobs in mijn jeugd deden dit soms nog). Nationalistische bewegingen in Europa kwamen vaak voort uit een verzet tegen dit soort bekakte oppressie, meestal in naam van de vrijheid.

Populisme is dus ook niet altijd een vorm van racisme of fascisme. Democratie moest worden afgedwongen van de almachtige kerk en aristocratie. Het is niettemin twijfelachtig dat het Bannon, Miller en andere ideologen van het Trump-bewind te doen is om democratische rechten te verbreiden. Bannon keert zich juist trots af van de liberale democratie. Hij zou zich ooit een Leninist hebben genoemd die de staat te gronde wil richten.

Maar misschien moeten we Miller het voordeel van de twijfel gunnen. Hij heeft geen idee waar het negatieve gebruik van de term kosmopolisme vandaan komt. De Stalinistische of fascistische voorgeschiedenis is hem volstrekt onbekend. Voor hem bestaat het verleden niet. Hij wil alleen maar het liberale establishment hekelen. Kortom, hij weet niets. Maar onwetendheid kan even gevaarlijk zijn als kwaadaardigheid, vooral als het steunt op een onmetelijke macht.