Recensie

De mooiste muziekopnames maak je bij volle maan

Popgeschiedenis

Jim Dickinson produceerde tal van plaatopnames van beroemde popgroepen. Zijn memoires vormen een geweldig boek voor de muziekliefhebber.

In 1969 waren The Rolling Stones stiekem aan het opnemen in Muscle Shoals, Alabama. Daar staat een van de beroemdste studio’s van de VS, vanwege alle soulplaten die er zijn gemaakt. Maar er was nog een andere reden dat ze naar dit oord uitweken. De Stones mochten in Amerika slechts optreden; hun visum stond niet toe dat ze er ook zouden opnemen. Toen ze dat toch wilden, moest het stiekem. Producer, zanger en pianist Jim Dickinson was bij de sessies aanwezig, en zijn verslag alleen al maakt zijn I’m Just Dead, I’m Not Gone een geweldig boek voor de muziekliefhebber.

De arrogante Britten stonden op het toppunt van hun roem en trokken zich van niemand iets aan. Soms werkte dat fantastisch. Dickinson beschrijft hoe ze leken vast te lopen op You Gotta Move, een bluesklassieker van Mississippi Fred McDowell. Dickinson moppert: ‘Ben ik eens bij een Stones-sessie, verkloten ze de boel...’, maar hoe nadrukkelijker het Engelse accent is waarmee Jagger zingt, des te beter het begint te klinken. Ook zijn ze te beroerd om hun gitaren gestemd te houden. Dit tot frustratie van pianist Ian Stewart – want nu klinkt hij opeens als enige vals. Dickinson weet raad en vindt in de studio een bijna vergane, ontstemde piano, het instrument dat te horen is op ‘Wild Horses’.

Bezem

Jim Dickinson (1941-2009) maakte weliswaar zelf een paar albums, maar verdiende zijn plaats in de muziekgeschiedenis vooral als producer van onder anderen Big Star, Ry Cooder, The Replacements, en als pianist bij The Rolling Stones, Aretha Franklin, Bob Dylan, Sam & Dave, James Carr. Hij was er bij toen de popmuziek volwassen werd en schreef erover.

De liefde voor de muziek spat van de pagina’s. De ontdekking van de blues, de reis naar het graf van Blind Willie Johnson, dat anoniem is maar te herkennen aan een bezem vanwege het liedje See That My Grave Is Kept Clean. De eerste bandjes waarin hij speelde, het studiowerk, de optredens: Dickinson herinnert het zich in detail – en dat is gezien de door hem geconsumeerde drugs soms bijna ongeloofwaardig. In 1972 houdt het boek op – Dickinson schreef niet meer.

Dickinson is zelf nooit een beroemde zanger geworden (‘ongepolijst’ is een milde omschrijving voor zijn stem), maar heeft altijd voor de muziek geleefd, nooit voor de randverschijnselen. Nooit sloot hij compromissen, al was het maar omdat het niet aan hem was om dat te doen. Soms moest hij meewarig constateren dat het gedoe met platenmaatschappijen ertoe leidde dat de mooiste muziek nooit verscheen. Droog stelt hij vast dat van zijn sessies met het soulduo Sam & Dave slechts één singletje verscheen, omdat ze ermee ophielden voordat de plaat werd uitgebracht.

Een album dat hij opnam met Brenda Patterson ‘werd verpest’ toen Playboy, dat een platenlabel was begonnen, om een nieuwe, commerciëlere mix vroeg.

Dickinson liet zich niet ontmoedigen en bleef zijn muziek maken. Nooit werd hij zuur. Dit heeft misschien te maken met zijn zonen Luther en Cody, die onder zijn bezielende begeleiding wél met succes hun al even compromisloze muziek maken. Voor Dickinson was de muziek groter dan hijzelf. Zo was hij er heilig van overtuigd dat opnames bij volle maan het best klonken en dat het de taak van de producer van blues- en soulmuziek was om om te gaan met de geesten in het behekste Zuiden. Hij beschouwde zichzelf als een medium en verloor geen moment het vermogen tot verwondering.

Waarzegger

Het is dan ook logisch dat zo’n magisch denker nooit vergat wat een waarzegger hem ooit vertelde. Hij was onrustig na zijn eerste jaar in college en had geen idee wat hij wilde doen, maar wel dat het iets met kunst te maken moest hebben. ‘Ga niet schrijven, jongen,’ zei ze, ‘daar ben je te onrustig voor. Ga muziek maken.’

Mooi is ook zijn beschrijving van Kerstmis toen hij een kind was. In een winkelcentrum stond een primitief opnameapparaat waar liedjes werden vastgelegd die de kinderen voor de Kerstman zongen. De kleine Jim sloeg Jingle Bells over en zong een liedje dat hij leuk vond, tot plezier van de Kerstman: Like All the Jolly Good Fellows, I Drink My Whiskey Clear. Hij draaide het plaatje helemaal grijs, betoverd door het feit dat je je stem kon vastleggen. I’m Just Dead, I’m Not Gone is het verslag van die levenslange betovering.