De mier zou een Nobelprijs moeten krijgen

In de zomer trekt de mens naar buiten en treft daar onwelkome andere soorten. Ze zoemen, steken of zuigen. Toch zijn die rotbeesten zo slecht nog niet. Vandaag: ode aan de mier.

illustratie Tjarko van der Pol

Waarde mieren! Wiskunde was nooit mijn sterkste kant dus geloof ik de mathematici op hun woord: dat jullie een superbrein bezitten, of beter nog, een superbrein zijn. Jullie zouden gezamenlijk een oplossing kunnen vinden voor het handelsreizigersprobleem, waarover knappe koppen zich al jaren het hoofd breken: het berekenen van de kortste weg die een handelsreiziger moet afleggen om een reeks steden in een gebied éénmaal te bezoeken.

Hoe jullie dat doen? Door je te oriënteren op de stand van de zon en door goede communicatie onderling. Computerkundigen zien in jullie een mierenorakel: ze bootsen kunstmatig jullie ‘zwermintelligentie’ na. Er is zelfs een mierensoort naar een zoekmachine vernoemd: Proceratium google.

Ook schoonmakers, politici en legerofficieren kijken jaloers naar jullie. Omdat jullie binnen no time een keukenvloer vrij van kruimels en suikerkorrels krijgen, omdat jullie samen met de andere 11.999 mierensoorten wereldheerschappij hebben bereikt en omdat jullie soldaten uiterst goed getraind zijn.

Maar ach, wat maakt dat jullie uit? „Voor mieren zijn mensen net als bomen: rare schaduwen in de hoogte, die ze niet goed kunnen zien en waar ze zich niets van hoeven aan te trekken”, schreef Hugo Brandt Corstius. Hij was de grootste mierenliefhebber die ik ooit heb ontmoet: een keer maakten we een fietstocht waarbij we om de paar honderd meter neerknielden bij een mierenhoop. Hij vertelde over de intrigerende mierentamtam: dat jullie via geuren met elkaar kunnen communiceren. Zelfs na jullie dood scheiden jullie uit een speciale klier een geurstof uit waardoor soortgenoten je lijk komen ophalen en het naar een plek ver bij het nest vandaan brengen. De ontdekker van die klier, mierenexpert Edward Wilson, deed ook minder miervriendelijke experimenten: hij roeide eens alle diersoorten op een eiland uit (inclusief de mieren), alleen maar om te zien hoe snel jullie de boel weer zouden koloniseren. Sorry mieren, jullie verdienen meer respect. Misschien een Nobelprijs voor de Wiskunde?