Cultuur

Interview

Interview

Khaleel Adhaki

Foto Gert van Langendonck

‘De kinderen zijn het moeilijkst’

Khaleel Aldakhi Een netwerk van vrijwilligers redt vrouwen en kinderen van IS. Hoe gaan zij te werk?

Advocaat Khaleel Aldakhi heeft zich de afgelopen drie jaar ingezet om door IS ontvoerde Yezidi-vrouwen en -kinderen te bevrijden. Volgens een recente studie van de Public Library of Science zijn in 2014 bijna zevenduizend Yezidi’s gekidnapt – vooral vrouwen en kinderen – om als seksslaven of kindsoldaten gebruikt te worden. Naar eigen zeggen hebben Aldakhi en zijn organisatie honderden vrouwen en kinderen bevrijd. Ze begonnen ermee in augustus 2014, toen de vluchtelingen uit Sinjar, de plaats waar de meeste Iraakse Yezidi’s woonden, toestroomden in de Koerdische stad Duhok – Aldakhi’s woonplaats. Hij vertelt hoe ze te werk zijn gegaan.

„Eerst wilden we alleen in kaart brengen wie er precies gevangengenomen waren door IS en wat hun telefoonnummers waren. Wij dachten er toen nog niet aan om zelf mensen te redden. We dachten dat de Koerdische en Iraakse regeringen iets zouden doen. Maar er kwam geen hulp.

„In november 2014 zijn enkele vrouwen op eigen houtje ontsnapt uit Mosul. Door hen te interviewen, kregen we een beter idee van de situatie in die stad. Ongeveer gelijktijdig was iemand in Syrië erin geslaagd om zeven vrouwen uit Raqqa te redden. Dat bracht de zaak in een stroomversnelling. Mensen begonnen contact met ons op te nemen.

Lees ook de reportage van correspondent Gert Van Langendonck: Hoe IS Yezidi-jongens hersenspoelde

„Een van onze vrijwilligers kreeg contact met twee zussen in Mosul. Zij gaven ons informatie over waar IS zich bevond. Ik was op dat moment in een school waar vluchtelingen werden opgevangen. Ik hoorde een familie bellen met iemand in Mosul: hun 16-jarige dochter. Zij dreigde met zelfmoord. De vader huilde, hulpeloos. Ik heb via de telefoon op haar ingepraat. ‘Doe dat nu niet. We weten waar je bent.’ Ik heb haar verteld over de twee zussen, en dat er hulp op komst was.

„Vier dagen gingen voorbij maar ik kreeg het meisje niet opnieuw te pakken. Haar moeder belde mij elke dag. Tot plots de twee zussen belden. Ze zeiden dat IS een derde vrouw naar hun huis had gebracht: het was het 16-jarige meisje.”

„We hebben een taxi gestuurd naar een plek niet ver van het huis. Die heeft hen naar een safehouse gebracht, van daar naar een ander safehouse en vandaar naar gebied onder controle van de peshmerga.

„We hadden toen nog niet veel ervaring. De twee zussen hadden nog een zus die in een ander huis in Mosul zat. Ze hebben haar het nummer van de taxichauffeur gegeven. Maar IS is haar gevolgd, heeft de taxichauffeur een hand afgehakt en de bewoners van het safehouse meegenomen. Dat meisje zit voorzover wij weten nog altijd bij IS. Nu verzamelen we zoveel mogelijk informatie voor we tot actie overgaan.

Religieuze politie

„In het begin was de controle van IS over Mosul niet absoluut. Zij waren met zo’n drieduizend in een stad van twee miljoen inwoners. Later, toen ze de ‘hizbah’ (religieuze politie) hebben opgericht, werd hun greep op de stad sterker.

„Ons netwerk werd geleidelijk groter. Dokters, advocaten, politiemannen sloten zich bij ons aan. We kwamen meer te weten over wat er in Mosul gebeurde. Dat de vrouwen verkocht werden op de markt.

IS weet heel goed wie ik ben. Ze bellen mij geregeld om mij met de dood te bedreigen. Ik antwoord dan: als ik vrouwen onder jullie neus kan weghalen, dan wens ik jullie veel geluk met mij te vermoorden.

„Eén keer hebben ze mij een opname laten horen van een telefoongesprek tussen mij en een vrouw. Ik kan mijn nummer niet veranderen want dat is het nummer dat de vrouwen aan elkaar doorgeven. Ik ga niet slapen voor drie uur ’s ochtends want dat is wanneer zij vaak stiekem kunnen bellen. Dat gebeurt wel steeds minder.

„Soms doen IS’ers zich voor als mensen die een vrouw naar buiten willen smokkelen, om ons in de val te lokken. Wij doen hetzelfde: we laten mensen weten dat we komen en blijven dan weg. Het is wederzijdse psychologische oorlogvoering.

„Ook tijdens het offensief in Mosul zijn de ontsnappingen doorgegaan. Wij hebben twaalf vrouwen gered, andere vrouwen zijn gewoon naar buiten gerend toen ze de Iraakse troepen zagen naderen. Wij geven de locaties van de vrouwen die we kennen door aan de peshmerga, het Iraakse leger en de Amerikanen zodat ze die huizen niet bombarderen.

Lees ook het interview met Parween Althino. Ze hoort tot de yezidiminderheid een zat vier maanden lang met andere meisjes vast bij IS. Aan de lopende band werden ze misbruikt. „Ze gaven je gewoon door aan een ander.”

„Wij kopen in principe nooit vrouwen vrij. Maar af en toe bemiddelen we voor de families. Eén familie had zelf contact met de IS’er die hun dochter vasthield. Hij was bereid haar vrij te laten in ruil voor geld. De familie wist niet wat te doen en heeft contact opgenomen met ons.

„Ik heb die IS’er opgebeld en gezegd dat hij het meisje naar een plek buiten Mosul moest brengen en dat hij alleen moest komen. We hebben hem met twintig man opgewacht. Hij vertrouwde de zaak niet dus hij had een bomvest omgedaan. Hij heeft het meisje vrijgelaten en zij is naar ons toe gerend.

„Het was een Irakees uit de regio. De familie heeft hem 12.000 dollar betaald. Dat geld hebben we via een contactpersoon in Mosul betaald zonder dat die wist waar het over ging. We moesten wel betalen: hij kende de locatie van een andere vrouw en dreigde haar te doden.

De kinderen zijn het moeilijkst. Als ze zeggen dat ze willen ontsnappen kan het een valstrik zijn.

„Sinds de bevrijding van Mosul is het moeilijker geworden. Wij dachten dat we juist meer vrouwen zouden vinden maar de gevechten waren aan het eind zo intensief dat het moeilijk werd mensen de stad in te sturen. Veel van onze contacten in Mosul waren de stad uit gevlucht en zitten nu in kampen. Vrouwen met wie wij contact hadden gaven plots geen teken van leven meer. We hebben informatie dat er nog Yezidi-vrouwen zijn in bevrijd gebied bij families die hen niet willen laten gaan.”

En dan zijn er de IS’ers die zich nu voordoen als redders van de Yezidi’s om hun huid te redden, vertelt Aldakhi. Mosul TV toonde onlangs een man van wie hij weet dat hij bij IS zat. Zijn zoon had een gevangen Yezidi-vrouw getrouwd. Nadat de zoon was gedood deed de vader alsof hij die vrouw had gered. Er zijn ook Yezidi-kinderen die zijn gekocht door kinderloze moslimgezinnen en opgevoed als moslim. Die willen die kinderen niet altijd afstaan.

„De kinderen zijn het moeilijkst. Als ze zeggen dat ze willen ontsnappen kan het een valstrik zijn. Een vriend had contact met een jongen van twaalf die wilde ontsnappen. Toen hij hem wilde ophalen stond IS hem op te wachten. De jongen had hem verklikt.”

Officieel worden nog zo’n drieduizend Yezidi’s vermist; Aldakhi zelf denkt dat er nog hooguit 1.700 in leven zijn. „Ons werk in Irak loopt op zijn eind. In Syrië moet nog veel gedaan worden.”

In de meeste landen en culturen wordt verkrachting gezien als een misdaad, een zonde of op zijn minst een taboe. Niet in het “kalifaat” van IS. Veel strijders zien verkrachting als een “deugdzame handeling” die hen nader tot God brengt.