De jongens met het wondermiddel

Chickfriend

De twee eigenaren van het bedrijf Chickfriend dat aan de basis staat van de eiercrisis, zijn gearresteerd. Wie zijn de ambitieuze boerenjongens en hoe kwamen ze in de bloedluisbestrijding terecht?

Foto Francois Lenoir/Reuters

Twee jonge mannen rijden in de zomer van 2015 in een glimmende bedrijfsbus het zandpad op dat naar de klassieke boerderij van pluimveehouder Theo Bos leidt. Een groen hek dwars op het pad doet de bus stilstaan. Bos plaatste het hek enkele meters van zijn boerderij af toen de vogelgriep uitbrak. Hij liet het daar staan. Je weet maar nooit.

De mannen hebben geen afspraak gemaakt met Bos. Pluimveehouders zijn in de ochtend toch wel thuis, weet iedereen in Barneveld. Toen de twee hoorden dat de bedrijven die nu nog de stallen van Bos ontsmetten, ermee stoppen, zagen ze een kans. Hun bedrijf Chickfriend bestaat nog niet heel lang. Ze kunnen wel wat nieuwe klanten gebruiken.

Wie deze weken door Barneveld of omringende dorpen als Kootwijkerbroek, Lunteren, Renswoude of Voorthuizen rijdt, ziet niets bijzonders. Het zijn rustige dorpen die leven van kippen, eieren en de industrie erom heen; bestelbussen rijden van erf tot erf. Pas op de erven zelf, in de stallen en in gesprekken met pluimveehouders, weet je dat hun wereld stil kwam te staan.

Decoratieve kip in het centrum van Barneveld. Foto Rob Engelaar/ANP

De overheid vond een teveel aan gif in de eieren. Die moesten worden vernietigd, maar ook de schone eieren raakten de boeren toen nauwelijks meer kwijt. Het veroorzaakte wanhoop in de dorpen. De eiercrisis raakt ook België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en andere landen. Overheden wijzen naar elkaar. Europol ondersteunt de strafrechtelijke, internationale onderzoeken naar de toedracht.

In het hart van de nog elke dag uitdijende, Europese eiercrisis bevinden zich twee boerenjongens: de 31-jarige Martin van de B. en de 24-jarige Mathijs IJ. Ze zijn de eigenaren van bloedluisbestrijder Chickfriend en werden donderdag gearresteerd.

Wie zijn ze?

Kippen vangen

Martin van de B. groeide op zoals zoveel boerenjongens in deze dorpen. Hij is een van de jongste kinderen in een groot, gereformeerd gezin uit Lunteren. Iedere zondag gaan ze naar de kerk. Vader houdt koeien, op een bescheiden boerenbedrijf.

Als tiener verdient Martin bij met klussen voor zijn vader en voor bevriende boeren. Zoals stadskinderen voor hun eerste baantje een krantenwijk lopen vangen Martin en zijn vrienden een paar uurtjes kippen, als de dieren naar de slacht moeten. Of bloed tappen – iemand moet het kalf vast houden als de dierenarts het bloed afneemt. In de avond zijn de welverdiende euro’s met een biertje en een frikandel snel weer op.

Hij gaat naar een reformatorische scholengemeenschap in Hoevelaken die toen nog Udemans heette. Elke dag moet hij een uur fietsen, heen en terug. Daarna, de middelbare agrarische school in Barneveld. Hij studeert er Dier- en Veehouderij.

In de tweede klas moet hij stage lopen, op een boerderij die verplicht meer dan 40 kilometer van het ouderlijk huis ligt. De meeste jongens grijpen dit aan om naar het buitenland te gaan. Zweden, Canada, Duitsland. Dit is hun kans. Jongens die in Nederland blijven, vertelt een oud-scholier, zeggen daar later spijt van te hebben.

Martin gaat met twee vrienden naar Frankrijk, dat spreken ze zo af. Zeventien weken wonen en werken de vrienden in boerderijen rondom de stad Laval. Ze maken lange dagen. In het weekend zoeken ze elkaar op om te gaan stappen.

Een van de drie zal later het boerenbedrijf van zijn vader overnemen. Dat is al lang niet meer vanzelfsprekend. Jongeren zien hoe hard het werken is en hoe kwetsbaar het boerenbedrijf is door ziekte-uitbraken en crises. Ze beginnen liever een eigen bedrijf in het reinigen van stallen of het uitlenen van personeel. Of ze klussen als zelfstandige in de stallen.

Martin maakt een andere start. Niet lang nadat hij in 2007 van school komt, hoort hij van een leverancier van veevoer dat een kippenboer in Barneveld wil stoppen. De eierprijzen zijn te laag. Martin kan zo de stal huren en de leghennen overnemen. Dat doet hij. Hier krijgt hij voor het eerst met bloedluis te maken.

In de gemeente Barneveld zitten veel pluimveebedrijven. Foto Bram Petraeus

Alle pluimveehouders kennen het gekrijs van de kippen in de nacht. De zwarte trosjes bloedluis die via de poten omhoog kruipen. Kriebels op het lichaam van de boer, soms nog na het douchen. Al generaties strijden pluimveehouders ertegen. Met carboleum, dat mag niet meer. Met tenen knoflook in de stal. Niets helpt, of het helpt maar even. Koolzaadolie, te vet. Steeds proberen ze iets nieuws.

In de zomer van 2005 gaat het verhaal dat cola helpt, maar nu echt. De vrouw van een kippenboer in Lunteren leest in een tijdschrift dat het in Israël wordt gebruikt om mijten in gewassen te bestrijden. De flessen vliegen weg bij de Aldi. Cola, níet cola light, klinkt het. Maar op de suiker komen vliegen af en de eitjes trekken zich niets van cola aan. Opnieuw is het wachten op een wondermiddel.

In 2012 gaat de eierhandelaar van Martin failliet en trekt hem en vele anderen mee in zijn val. Betrokkenen vertellen dat Martin er „voor bijna twee ton” in zat.

Net als bij de overname van de stal en kippen bemiddelt de voerfabrikant weer. Nu door financieel bij te springen. Een stal met 30.000 kippen is een halve week werk. Als Martin met gratis werken zijn schuld afbetaalt, mag hij zijn bijverdiensten door klussen houden. In zijn vrije tijd organiseert hij wedstrijden touwtrekken. Op maandagavond loopt hij hard met zijn broer, tien kilometer .

Hogedrukmachine

Het is de zeven jaar jongere Mathijs IJ. die met het idee komt om bloedluis bij kippen te bestrijden. Hij komt niet uit de buurt maar gaat ook naar de agrarische school in Barneveld – pluimveehouderij. Zijn stage is in Canada, zeven weken bij een Nederlandse boer. In 2013 studeert hij af.

Na school gaat hij als zelfstandige aan de slag. Kippen vangen. Bloed tappen. Stallen vegen. De twee mannen komen elkaar regelmatig tegen. Het klikt tussen de rustige Martin en de extraverte Mathijs. Dus als stalinrichter Rijk van Dam uit Lunteren bekendmaakt dat hij stopt met bloedluisbestrijding, gaat Mathijs met hem praten. Ook Martin is enthousiast. Hij kent de ernst van het probleem.

Ze nemen de handel van Van Dam over: de klanten, de witte bestelbus en de hogedrukmachine die Van Dam zelf bouwde en de naam ‘De Chickfriend’ gaf. Martin en Mathijs vernoemen hun bedrijf ernaar.

Ze ontsmetten kippenstallen van vrienden, kennissen, familie. En van Theo Bos. Hij huurt de jongens die voor zijn hek stonden in. „Ze hadden mooie apparatuur, ze deden hun werk goed. Ik was tevreden”, zegt Bos. Ook andere klanten zeggen dat de twee goed werk leverden en afspraken na kwamen. Ze zijn ambitieus. Mathijs is de verkoper en rijdt op klompen in zijn donkere Dodge Ram rond om ook in de rest van het land klanten te werven. Ze doen dan al zaken met de Belgische leverancier Patrick R. die de zeep en andere producten levert. Op vakbeurzen staat diens stand steeds naast die van Chickfriend, of Chickclean. Dat is het tweede bedrijf dat de twee oprichten. Uit de facturen is niet altijd op te maken welk bedrijf wat doet.

Geen van beide bedrijven heeft de papieren om ongedierte te bestrijden in kippenstallen. Maar het is juist die bestrijding van bloedluis die hun faam en geld bezorgt. Wat generaties pluimveehouders niet lukt, lukt twee jonge mannen met een nieuw bedrijfje wel. De bloedluis blijft zestig weken weg, dus precies van de aanschaf van hennen tot aan de slacht.

Kaart van de plaatsen waar fipronil is aangetroffen

Het gerucht dat Chickfriend het wondermiddel heeft, verspreidt zich zoals al het nieuws zich onder kippenboeren in deze dorpen verspreidt: in studiegroepen en via de voerleveranciers en de opfokkers die van deur tot deur gaan. Het aantal klanten groeit in korte tijd naar 180. De witte bus van Van Dam wisselen ze in voor twee gloednieuwe bestelbussen. Later schaffen ze een nieuwe sproeiwagen aan die volgens kenners een ton kost.

Het wondermiddel heet Dega 16, horen de pluimveeboeren en is gemaakt op basis van een natuurlijk middel.

Alleen Chickfriend gebruikt het.

Alleen Patrick R. levert het.

Menthol en eucalyptus

Niemand mag weten wat in de Dega 16 zit. Boeren die ernaar vragen, krijgen een ontwijkend antwoord. Maar de stal ruikt de volgende ochtend inderdaad heel natuurlijk naar menthol en eucalyptus.

Bonnen en labels maken waarschijnlijk dat de natuurlijke geur in de Dega 16 komt van een ingrediënt dat niets met luisbestrijding heeft te maken: ‘Vita-mento complex’. Het is gemaakt om kippen makkelijker te laten ademhalen.

Foto Der Spiegel

Het label op de blauwe 20 liter-vaten van de Dega 16 straalt niets natuurlijks uit. Boeren zeggen het nooit te hebben gezien. Het waarschuwt: „Schadelijk bij inademing”. Of: „Veroorzaakt ernstige oogirritatie”. De twee spoten het soms in volle stallen. Slechts een enkele boer heeft hun diensten geweigerd toen ze niet wilden vertellen wat ze gebruikten.

Ook Theo Bos huurt Chickfriend in om zijn lege stal bloedluis-vrij te maken. Twee dagen later gaan de nieuwe kippen er in. Ook hij is getroffen.

Wanneer en hoe de fipronil voor het eerst in de stallen kwam is niet bekend. NRC onthulde vorige week aan de hand van documenten dat de twee mannen al op 7 maart 2016 een factuur krijgen van Patrick R. voor een middel waarvoor ze de naam ‘Fypro-rein’ bedenken. Niet veel later bestelt de Belg grote hoeveelheden fipronil (productnaam: fiprocid) bij het bedrijf Farmavet in Roemenië. De band tussen de drie mannen is dan nog altijd goed. Als Mathijs op 16 april 2016 trouwt, is Patrick een van de gasten.

In gesprekken deze week bevestigen vrienden, kennissen en klanten het beeld dat Martin en Mathijs wisten wat ze deden. Ook mensen die hen de afgelopen twee weken spraken, denken dit. Maar, zeggen ze, de twee zouden er nooit aan hebben gedacht dat het spul in de eieren zou kunnen komen. Laat staan dat ze een Europese eiercrisis zouden veroorzaken. Want waarom hadden ze zich anders niet fatsoenlijk ingedekt? Beiden hebben een VOF en zijn privé aansprakelijk. Niet op de twee mannen in hun midden, maar op de overheid zijn de dorpelingen woedend.

Eind vorige week slaat de stemming om. Boze boeren uit Kootwijkerbroek staan voor Martins deur. Ze willen hun geld terug. Martin en Mathijs houden zich schuil. Dan worden ze gearresteerd.

„Als dit alles voorbij is hebben we pas echt een probleem”, zegt een pluimveehouder in Kootwijkerbroek.

Bloedluis, bedoelt hij.