Op Edinburgh Festival Fringe zoeken naar wereldroem

Theater De concurrentie is groot op Edinburgh Festival Fringe. Het is hard werken voor bezoekers.

De Wëreldbänd in Edinburgh. Foto Jaap Reedijk

‘Did you like it, are you going to tell everybody?”, roept Rogier Bosman (1974) van de Wëreldbänd het publiek toe dat elkaar te lijf gaat in een kussengevecht. Afgelopen zaterdag voerde de Nederlandse muziektheatergroep voor de derde keer hun voorstelling Släpstick op tijdens het Edinburgh Festival Fringe. Met de show, waarin het publiek af en toe wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de zang, dans en gekkigheid op het podium, zullen ze ook de rest van de maand proberen om iedere dag het Assembly George Square Theatre te vullen én te entertainen. Dat laatste lukte zaterdag met succes. Maar de concurrentie op het grootste kunstenfestival ter wereld is groot. Erg groot.

Er zijn dit jaar in Edinburgh 53.232 optredens op 300 verschillende locaties.

Het festival ontstond in 1947 aan de rafelranden van het statige Edinburgh International Festival. Een aantal theatermakers had lak aan het officiële programma en vertoonde tijdens het festival onuitgenodigd hun werk op alternatieve locaties in de stad. Zeventig jaar later vormen de duizenden acteurs en cabaretiers die iedere augustus in kelders, kroegen en universiteitsgebouwen optreden samen een reusachtige theatersupermarkt. Grote internationale stand-up comedians, zoals Ruby Wax dit jaar, staan er op het podium, maar ook minder bekende makers trekken graag naar Edinburgh.

Toekomst

„We willen kijken of er een internationale toekomst is voor de Wëreldbänd”, vertelt Bosman na afloop van hun show zaterdag. „In Nederland treden we zo’n 150 keer per jaar op, dat willen we blijven doen, maar we willen ook kijken of we dit kunnen uitbreiden.” Het theatergezelschap is een van de zeven Nederlandse inzendingen dit jaar en wil in Edinburgh buitenlandse programmeurs overtuigen. Omdat ze willen opvallen, solliciteerden ze naar een van de grootste zalen op het festival, maar die moet ook gevuld worden. Na het optreden kan er dus niet onderuitgezakt worden met een biertje.

Op een tandem en bakfiets beginnen de bandleden aan een rondje flyers uitdelen in de drukke straten vol eetkraampjes rond het theater waar reclame mag worden gemaakt. Bosman: „Het blijft doodeng en niemand kent ons hier, maar het gaat de goede kant op: de eerste avond zaten er zestig mensen, drie dagen later zijn dat er al tweehonderd. Ik haat het om mensen aan het einde van de voorstelling te vragen om reclame voor ons te maken als ze het leuk vonden, maar dat is belangrijk hier.” Net als de eerste vier sterren die hun show van een recensent kreeg en die meteen met stickers wordt toegevoegd aan de reclameposters die overal in de stad hangen. De eerste internationale bookers hebben ook al contact gezocht, vertelt Bosman, onder wie iemand in Las Vegas.

Bij niet iedereen loopt het in Edinburgh vanaf de allereerste dag storm. Een paar uur voor het optreden van de Wëreldbänd staat de 27-jarige Nederlander Tim Honnef te wachten in de foyer van een andere Fringe-locatie: The Pleasance Dome. Tien minuten voor de voorstelling is nog onduidelijk of hij kan optreden: er is geen enkel kaartje verkocht. In Edinburgh heeft dat niet altijd iets te maken met de kwaliteit van je show. Honnef: „Deze voorstelling is een preview en de eerste dagen staan er meer mensen flyers uit te delen dan dat er bezoekers zijn.” Vooral in de Royal Mile, de straten in het hart van de stad waar makers straatoptredens geven om het publiek warm te maken.

Voet tussen de deur

Honnef speelt in Edinburgh zijn solo-voorstelling: The Expiration Date of Jonas Müller (Age 70) waarin hij een mysterieuze tekst voorleest die hij heeft ontvangen van een vriend. De twintiger blijft er rustig onder dat er vandaag geen publiek is: hij stond drie keer eerder met een voorstelling in Edinburgh en lijkt de onvoorspelbaarheid gewend. De eerste twee keer huurde hij een zaaltje in het Grassmarket hotel, voor zo’n 1.000 pond mocht hij daar een maand lang iedere dag zijn voorstelling opvoeren. Honnef: „Het is in Nederland ontzettend moeilijk om een voet tussen de deur te krijgen als je geen management hebt of van een theaterschool komt.”

Zelf heeft Honnef technieken ontwikkeld om op te vallen tussen de honderden anderen, vertelt hij. „Ik ga op zoek naar makers die hetzelfde soort voorstellingen maken als ik en bespreek met hen hoe we elkaars shows kunnen promoten.”

Terwijl we wachten op toeschouwers, krijgen we nog een drietal flyers van anderen toegestopt. Twee minuten voor het begin van de voorstelling blijkt op het allerlaatste moment een koppel kaartjes gekocht te hebben en kan Honnef plaatsnemen op het podium.

Dankzij positieve reacties op zijn eerdere shows, speelt Honnef in een bovenzaal van een van de grotere theaters op het festival. Er zijn vier grote en goed aangeschreven venue-organisaties op het festival – Underbelly, Gilded Balloon, Assembly en Pleasance – die een selectie maken in wat ze in hun zalen tonen. Dit in tegenstelling tot sommige kroegen en hotels die podia verhuren aan iedere gegadigde.

Het is belangrijk om daartussen te komen, vertelt Jurre Schreuder (1973) van Patchwork Theatre. Dit Nederlandse gezelschap speelt in Edinburgh De Odyssee van Homerus aan de hand van muziek, tekst en improvisatieopdrachten die het publiek uit een mand vist. Hun speelplek is een keldertje dat sinds dit jaar wordt ingezet als extra locatie door Assembly. „Het voordeel van die grote organisaties is dat ze goed geoliede machines zijn en meer publiek trekken”, vertelt Schreuder. Ze krijgen honderden aanvragen per jaar. Zelf stuurde Schreuder met hun aanmelding een flesje mee met een papieren boodschap erin. „Dat past bij onze voorstelling en heeft de aandacht getrokken.” In het zaaltje waar het met negen bezoekers al best gezellig is, acteurs Griekse hapjes uitdelen en het publiek kan wegzakken in lederen fauteuils, krijgt de voorstelling van Patchwork Theatre iets huiselijks.

De relaxte sfeer heeft er misschien ook mee te maken dat het gezelschap van Schreuder meer dan de in Edinburgh gebruikelijke tien minuten heeft om hun voorstelling op te bouwen. Patchwork Theatre heeft ook goede financiële afspraken kunnen maken met zijn venue, legt Schreuder uit. „We hoefden niets van tevoren te betalen of garanderen.” Performers moeten gebruikelijk een minimale kaartverkoop garanderen aan hun venues, als die niet wordt gehaald, moeten ze de gemiste omzet vergoeden. Optreden tijdens Fringe is een zeer kostbare bedoening: bovenop de prijs van de zaal, komen andere uitgaven zoals promotie, het verplicht inhuren van de techniek, en verblijfkosten, hotel- en airbnb-prijzen schieten de hoogte in tijdens het festival.

Wëreldbänd maakt reclame. NRC

Patchwork Theatre wacht net als Honnef nog op pers en programmeurs. Schreuder: „Er komen twee recensenten volgende week kijken en iemand die mogelijk geïnteresseerd is om de voorstelling te kopen.” Hij heeft een dag eerder samen met een collega vier uur in de rij gestaan tijdens een mediadag: makers krijgen dan de kans om in twee minuten hun voorstelling te presenteren aan een viertal journalisten. „We weten nog niet wat daaruit zal komen.” Ook deelt het gezelschap ter promotie actief filmpjes en bezoekersrecensies op sociale media.

Voor buitenstaanders kan het Edinburgh Festival Fringe een soort uitputtingsslag voor theatermakers lijken, Schreuder noemt het de Olympische Spelen van het theater. „Het is leuk om daar onderdeel van te zijn. En om tussen het spelen van je eigen voorstelling door werk van collega’s uit Zuid-Afrika tot Canada te zien en geïnspireerd te raken.”