Wayde wil geen tweede Bolt worden

WK Atletiek

Het succes van atleet Wayde van Niekerk is gebaseerd op de symbiose met zijn coach Ans Botha. In Londen moet hij volwassen worden.

De Zuid-Afrikaanse sprinter Wayde van Niekerk, hier derde van links woensdag tijdens de halve finale 200 meter in Londen. Foto Glyn KIRK/AFP

Hij is 25 jaar, zij 75. Een goed stel, want in de atletiek buitengewoon succesvol. Wayde van Niekerk, begenadigd Zuid-Afrikaans loper, en Ans Botha, grijze wijsheid onder de trainers, sloten in 2012 een pact, dat resulteerde in een olympische- en een wereldtitel op de 400 meter.

Van Niekerk neemt plaats op de troon van Usain Bolt, zeggen atletiekvolgers, tot afgrijzen van het sportkoppel.

De hang naar een opvolger van Bolt, de expressieve Jamaicaan die een decennium lang de 100 en 200 meter domineerde en in Londen afscheid neemt, zadelt Van Niekerk met een erfenis op waar hij niet op zit te wachten. De bescheiden Zuid-Afrikaan wil helemaal geen tweede Bolt worden. Hij wil steeds harder lopen, grote prijzen winnen, maar daarmee houdt wat hem betref de vergelijking op. Van Niekerk kan de populariteit van Bolt gestolen worden; hij prefereert rust rond zijn persoon.

Patent op gemak

De praktijk is dat Van Niekerks prestaties voorzichtig Bolt-achtige proporties aannemen. Na zijn wereldtitel in 2015 en olympisch goud in 2016 op een afstand die als één verlengde sprint wordt gezien en op de baan als het zwaarste atletiekonderdeel geldt, werd de Zuid-Afrikaan in Londen wederom wereldkampioen op de 400 meter. Met een gemak waar Bolt jarenlang patent op had. Als hij de wereldtitel op de 200 meter wint, is Van Niekerk, o ironie, de eerste atleet na Bolt die twee wereldtitels op sprintnummers wint.

In zijn hart is Van Niekerk een 100-meterloper. Althans, met die ambitie koos hij voor atletiek, nadat een voetbaltrainer hem op zijn bijzondere looptalent had gewezen. Het kind Van Niekerk wilde, zoals talloze jongens, voetballer worden. Toen dat niet mogelijk bleek, werd hij maar een topsprinter, wat hem een redelijk alternatief leek. Dat viel niet mee, want Van Niekerk bleek een breekbaar talent; hij was vaak geblesseerd.

In die kwetsbaarheid meldde de marketingstudent zich bij Tannie Ans, sinds 1990 hoofdcoach atletiek van de University of Free State in Bloemfontein. Observaties van de overgrootmoeder, die in de jaren zestig begon als coach van haar zoon, leerden haar dat Van Niekerk het grootste talent was dat ze ooit heeft gezien. Zijn broosheid was een probleem. Aan de explosiviteit van de korte sprintnummers wilde ze hem niet onderwerpen.

Jachtterrein uitbreiden

Loop eerst maar eens één ronde, verordonneerde ze uit voorzorg. Om vast te stellen wat ze in stilte al vermoedde: die jongen is geboren voor de 400 meter. Haar route: volwassen worden op de 400 meter en met de hardheid van die afstand de 200 meter veroveren. En wie weet in de toekomst ook de 100 meter, waarop Van Niekerk een persoonlijk record heeft van 9,94 seconden, éénhonderdste van een seconden sneller dan Bolt in zijn ‘bronzen’ finale van zaterdag.

In het Olympisch Stadion van Londen, waar Van Niekerks jachtterrein op de WK is uitgebreid met de 200 meter, moet in de opvatting van Tannie Ans voorgoed zijn afgerekend met zijn fysieke fragiliteit en zijn volwassenheid als sprinter definitief vorm krijgen.