Politici aan hun jasje trekken

De burger en het Binnenhof

Van politici wordt voortdurend geëist dat zij de kloof met de burger dichten. Maar wat doen burgers eigenlijk zelf om contact te zoeken met politici? Op zoek naar de burger op het Binnenhof.

Foto's: David van Dam

Op de publieke tribune

Van de mannen van kegelclub ’t Onderonsje uit Barneveld is – op één na – niemand ooit in het Tweede Kamer-gebouw geweest. De oudste is 71, de jongste 47. Maar als je een dagje Den Haag doet, hoort een bezoek aan het Binnenhof erbij, vindt John Jansen. Hij is oud-kaasmaker en organisator van het uitje.

Ook drie echtparen uit Enschede doen deze dag samen ‘iets cultureels’. Vorig jaar gingen ze naar Amsterdam en nu naar Den Haag. „Het Binnenhof stond op mijn verlanglijstje”, zegt Gerrit Koops (67). Hij had een hydrauliekbedrijf, is nu met pensioen. 10 euro hebben ze per persoon betaald voor een Staten-Generaal-tour bij ProDemos, de stichting die de meeste rondleidingen verzorgt.

ProDemos heeft als een van zijn doelstellingen iedere Nederlander voor zijn of haar achttiende de Staten-Generaal te laten zien. Vorig jaar bezochten zo 88.000 scholieren het Binnenhof. Ieder kwartier zit er een nieuwe schoolklas op de publieke tribune van de Tweede Kamer, aangevuld met groepen als de kegelclub uit Barneveld en de echtparen uit Enschede. Ruim 287.600 bezoekers kwamen vorig jaar op eigen gelegenheid.

Op het Binnenhof, het plein voor de Ridderzaal, zegt Koops: „Op tv lijkt dit zo groot. Maar eigenlijk is het hier heel compact.”

De kans dat je hier politici tegenkomt, is groter dan in Groenlo

‘Op tv’ blijkt voor de meeste bezoekers het referentiekader. Op scherm hebben ze de Eerste Kamer weleens gezien. „O ja”, klinkt er instemmend als de kegelclub en de echtparen wordt verteld dat hier jaarlijks Het Groot Dictee der Nederlandse Taal werd opgenomen.

Op tv ziet de plenaire zaal van de Tweede Kamer er ook veel voller uit, wordt opgemerkt. Ingespannen luistert de groep vanaf de publieke tribune mee naar een deel van een debat. Deze middag zijn alleen de onderwijswoordvoerders er, in debat met demissionair staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, VVD). En van die paar aanwezige parlementariërs staart een deel op zijn mobieltje.

Hans Versteegh (47), softwareverkoper: „Een leraar voor de klas zou er iets van zeggen.” En Twentenaar Koops: „Wij hebben thuis geleerd dat dit niet netjes is. Het lijkt alsof ze geen belangstelling hebben.”

Als ProDemos scholieren meeneemt naar de plenaire zaal krijgen zij van tevoren te horen dat de politici die mobieltjes gebruiken om te werken. Rondleider Tjietse Broeders zegt het al meteen aan het begin van de dag tegen een havo-4-klas uit Groenlo. Want: „Het referentiekader is school. En op school moeten de mobieltjes in de les uit.”

Een dag Haagse politiek voor scholieren gaat zo. De leerlingen uit Groenlo, van Scholengemeenschap Marianum, buitelen na drie uur reizen opgewonden uit de bus. De eerste opmerking: „Ze hebben hier een McDonald’s.”

Maar daarna gaat het alleen nog over politiek. Tjietse Broeders vuurt de eerste vragen af: „Hoeveel politieke partijen zijn er?”. En: „Welke partijen zijn er?” Ze ontmoeten een Tweede Kamerlid, gaan naar de plenaire zaal en naar de Eerste Kamer. En ze zien echte politici. Op het Binnenhof loopt demissionair vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA), omringd door journalisten.

Broeders had het al voorspeld: „De kans dat je hier politici tegenkomt, is groter dan in Groenlo.”

Havo-4 leerlingen van Scholengemeenschap Marianum uit Groenlo krijgen in mei een rondleiding van voorlichtingscentrum ProDemos over het Binnenhof, de Eerste en Tweede Kamer.

Op het Plein

Mariëtte van der Kooij (65) staat in haar eentje met een spandoek voor het gebouw van de Tweede Kamer. ‘Grootouders voor het Klimaat’ staat erop. Sinds december staan de grootouders om de week voor het Binnenhof om politici te helpen herinneren aan hun belofte iets aan het klimaat te doen. Soms staat er één grootouder, soms een groepje.

Ze zijn zeker niet de enige demonstranten. Op dinsdag, woensdag en donderdag – de vergaderdagen van de Tweede Kamer – staan er altijd burgers met spandoeken op het Plein of met petities in de Statenpassage, in de hoop dat Kamerleden willen luisteren. Rondom het Binnenhof worden maandelijks tientallen demonstraties gehouden, soms meerdere per dag, vertelt de gemeente Den Haag. Betogers moeten zich vooraf bij de gemeente aanmelden. Wie dat niet heeft gedaan, wordt door de politie onverbiddelijk weggestuurd.

Dus hoe val je op? Soms staan er meerdere groepen tegelijkertijd. De Stichting Zeldzame Huisdierenrassen nam begin juni schapen en koeien mee om te laten zien welke rassen dreigen te verdwijnen. Een delegatie Groningers kwam met een 450 meter grote zelfgebreide lappendeken als protest tegen het gasbeleid. De grootouders hopen door de regelmaat aandacht te krijgen.

Van der Kooij: „Nog steeds komen er politici naar ons toe. En soms trekken we ze gewoon aan hun jasje. Sommige zijn enthousiaster dan anderen. [Fractieleider van Forum voor Democratie] Thierry Baudet hebben we bijvoorbeeld niet kunnen overtuigen. Maar we hebben ons zegje gedaan.” Het heeft zin, zegt ze: „Er is maar één plaats waar beslissingen worden genomen. En dat is hier.”

Achter de meeste burgerdemonstraties zit een grotere organisatie. Milieudefensie is bijvoorbeeld medeorganisator van het Groningse ‘lappendekenprotest’ tegen de gaswinning. Voor hen is een demonstratie bij het Binnenhof door ‘gewone’ burgers het „extra duwtje” dat soms nodig is. Zeker als het over beleid gaat waar mensen last van hebben, moet je bij het Binnenhof staan, zegt directeur Donald Pols. „Een abstract rapport kan ook per pdf.”

Politieke mobilisatie kost alleen tijd en energie. Niet iedere burger heeft dat. „Voor Groningers zelf is dit niet te doen. Zij moeten naar hun werk, moeten voor de kinderen zorgen. Daarom ondersteunen wij hun protest tegen het gasbeleid.” Pols zegt: „Wat niet zichtbaar is, zijn maanden van lobbywerk en onderzoek. Zo’n demonstratie is de culminatie.”

Nederland Den Haag 18052017 - Havo-4 leerlingen van de Marianum Scholengemeenschap uit Groenlo krijgen een rondleiding van ProDemos over het Binnenhof, de Eerste enTweede Kamer en spreken D66 Kamerlid Rens Raemakers.
Foto: David van Dam

In de postkamer

Het postvakje van GroenLinks-leider Jesse Klaver is vol. In dat van Jeanine Hennis ligt een handgeschreven brief. ‘Aan de minister van Defensie’, staat er in keurig schoolschrift op. Hun postvakjes zijn uitzonderingen. De meeste zijn leeg. De burger communiceert nog wel met de Tweede Kamer – maar voornamelijk digitaal.

„Vroeger kreeg een Tweede Kamerlid standaard een meter post per dag”, zegt Eus Langezaal, de teamleider van de postkamer. Vroeger stonden er ook nog tien man achter de balie. Nu twee.

Wat er nog wel binnenkomt? Hij wijst op een groen krat vol vakbladen in plastic verpakking: het Advocatenblad, het blad van ouderenbond ANBO, het Licht Magazine. En hij vertelt dat er onlangs tien teddyberen kwamen en eerder 150 koffiemokken. Van organisaties die met een ‘ludieke’ actie willen opvallen. „Laatst kwam er een doos met ballonnen.” En ja, ook een pakje met een dooie muis. Hij mag niet zeggen voor wie de muis was bestemd, noch wie de afzender was.

Via e-mail komen er ook dreigementen binnen. ‘Dood aan de Koning’, staat er dan bijvoorbeeld. Zulke mails gaan onmiddellijk naar de beveiligingsambtenaar. „Soms zijn het schrijnende gevallen”, zegt Jan Willem Duijzer, directeur bedrijfsvoering van de Tweede Kamer. „Van mensen die ten einde raad zijn.”

Maar de meeste e-mails aan de Tweede Kamer gaan over ‘gewone’ dingen. Over de decolletés van vrouwelijke politici die wel erg laag zijn geworden, bijvoorbeeld. Dit soort e-mails komt vaak binnen bij Kamervoorzitter Khadija Arib. Of er wordt geschreven over de lerarensalarissen. Zo’n mail wordt doorgestuurd naar de commissie Onderwijs en op de agenda voor haar volgende vergadering gezet. Sinds anderhalf jaar vraagt de Tweede Kamer bovendien actief om inhoudelijke bijdragen van burgers – de zogenoemde position papers. „De burger vindt de weg naar het Binnenhof steeds vaker”, zegt Duijzer.

Twee man openen al die e-mails. Het waren er vorig jaar zo’n achtduizend, exclusief de mails die rechtstreeks aan Tweede Kamerfracties – of leden wordt verstuurd. Die worden dan door de partijen en politici zelf beantwoord. Of niet. Duijzer: „Als fracties besluiten hun post te niet te beantwoorden, is dat hun verantwoordelijkheid.”

De mails aan de Tweede Kamer worden wel altijd beantwoord. Of een burger nu één keer in zijn leven schrijft of, zoals een meneer die waarschuwde voor het gevaar van elektromagnetische straling, jarenlang met grote regelmaat aan alle Kamerleden. Al krijgen sommige ‘veelschrijvers’ op een gegeven moment te horen dat „de correspondentie wordt gestaakt”.