Plan C is ‘iets in Luxemburg’

Hoe overleef je een ramp? Preppers bereiden zich voor op het ergste. Deel 4: vluchten.

Illustratie Lynne Brouwer

Jeroen Klaassen opent de achterklep van zijn gezinsauto. Op de plek van de reserveband zit proviand en drinken voor vier dagen per gezinslid, een brander, nooddekens. In zijn jaszak heeft hij altijd „een zaklamp, pijnstillers, simpele dingen die handig kunnen zijn”. Niet iedere prepper heeft een auto, maar wel een gereedstaande rugzak met spullen voor op de vlucht.

Een noodpakket klaar hebben staan voor ieder gezinslid, dat bepleit ook onze overheid. Citaat van crisis.nl: „Met een noodpakket bent u goed voorbereid op rampen, calamiteiten of noodsituaties.” Zou het? Wat als het op is? Geldautomaten doen het waarschijnlijk niet meer, winkels zijn leeggehamsterd.

De oplossing hangt samen met je vluchtbestemming. Daan van Sloten van Facebook- groep Preppers United gaat naar haar stacaravan in het plassengebied boven Leiden, waar ze nu al voedsel verbouwt. In haar bug out bag zit een kompas, een mes, een messenslijper, EHBO-spullen, candybars, survival-biscuit, een waterfilter „en een marker, om een bericht achter te kunnen laten”.

Prepper Herman heeft als eerste vluchtbestemming voor zijn gezin een stacaravan in de binnenlanden van Zuid-Holland. Daar liggen voorraden, daar denkt hij relatief veilig te zijn voor „de mensen uit Den Haag en Rotterdam die naar het platteland zullen trekken om akkers te plunderen”. Net als zijn reguliere woning staat de caravan onder NAP, dus bij een overstroming gaat het gezin naar Hermans zus in Arnhem. „Als het water komt terwijl ik op mijn werk zit, gaan mijn vrouw en kinderen met de honden meteen die kant op. Ze moeten niet op me wachten, dat hebben we zo afgesproken.”

Maar ook daar moet hij misschien weg. Al jaren kijkt hij buiten vaak om zich heen of hij spullen ziet om mee te overleven. Nu heeft hij ze niet nodig, als vluchteling mogelijk wel. In de tussentijd scherpt hij zijn blik. „Want even naar de Gamma gaan, wordt lastig. Je zal een shelter moeten maken van wat je vindt in de natuur of van zwerfafval.” Tijdens een wandeling in zijn eigen woonomgeving wijst hij op een kliko. „Daarin kun je vis kweken.” In zijn tuin ligt een oude gasfles waar hij een kacheltje van gaat maken. Voor in de shelter bijvoorbeeld.

Almar Tolsma heeft noodpakketten voor zichzelf, zijn vrouw en hun kinderen van 8 en 11. Als ze vluchten, gaan ook de kruisboog en luchtbuks mee. „Een stukje bewapening is handig als het voedsel opraakt en je kunt jagen.” Het gezin is op zoek naar een nieuwe, meer ellendebestendige woning. Aandachtspunten bij de keus zijn de aanwezigheid van zonnepanelen, een houtkachel en rolluiken of de mogelijkheid die te plaatsen. Als ze vandaar moeten vluchten gaan ze naar hun bug out location. Een „onopvallend, superveilig, goed verdedigbaar bedrijfspand” in de omgeving, waar ook andere preppers van weten. Plan C is „iets in Luxemburg”, al betwijfelt Tolsma of ze zover kunnen komen als het rolluikenhuis en het verdedigbare bedrijfspand geen van beide nog veilig genoeg zijn.

Kruisbogen, getrapte vluchtplannen – dat is preppen met een grote P. Tot de beginners zegt Nander Knobben: „Wat je nodig hebt is een moment van bewustwording. Je hoeft er niet de hele dag mee bezig te zijn, maar koop twee sixpacks water, een noodpakket en een waterfilter. Dan ben je al beter voorbereid dan negentig procent van de mensen.”