Column

Nieuw kabinet moet rekenen met recessie

Het gaat waarschijnlijk niet meer lukken. De Miljoenennota 2018 zal, als er geen razendsnelle doorbraak komt bij de kabinetsformatie, worden geschreven door het demissionaire kabinet. Geen grote plannen dus, geen aardverschuivingen. Steady as she goes, mister Baines. En dus is de kans groot dat het overschot op de begroting sterk zal lijken op die van de jongste raming van het Centraal Planbureau (CPB) voor 2018: een plus van 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Met een staatsschuld die onder de 60 procent van dat bbp duikt, zijn we optisch al weer bijna terug in de gloriejaren van vlak voor de crisis.

De 2,4 procent economische groei die het CPB voorziet voor dit jaar, en de 2 procent voorspelde groei in 2018, dragen bij aan dat gevoel. Het is niet uit te sluiten dat, gezien de voortgaande stroom aan goede cijfers over de economie, er straks in september in de Macro Economische Verkenning nog wat voorspelde groei bij komt. De werkloosheid duikt intussen weer onder de 5 procent. Een extra versnelling in de werkgelegenheid kan gevolgen hebben voor de begroting. Zie de verbijsterend snelle daling van het begrotingstekort vorig jaar rond deze tijd, die vooral aan de spectaculair verbeterende arbeidsmarkt werd toegeschreven.

Mocht PvdA-voorman Lodewijk Asscher het demissionaire kabinet heel houden, en informateur Gerrit Zalm nog wat tijd nodig hebben, dan zou het zomaar kunnen dat minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) op Prinsjesdag doodgemoedereerd zijn vijfde achtereenvolgende begroting presenteert.

Maar er is natuurlijk wel het nodige veranderd ten opzichte van 2007, het jaar waarin de crisis echt begon. Er is bij de welvaart iets opgetreden wat je een opportunity loss zou kunnen noemen: gemiste jaren, die we nu pas een beetje aan het inhalen zijn. En de overheid is zich anders gaan gedragen. Dat is goed te zien in het jaarlijkse, lijvige rapport Government at a Glance van de OESO, de club van gevestigde industrielanden.

Er werd, vergeleken met 2007, door de Nederlandse overheid in 2015 minder uitgegeven aan algemene diensten, defensie, veiligheid, economische zaken, milieu, huisvesting, cultuur en recreatie. Het aandeel van onderwijs in de bestedingen bleef hetzelfde. Slechts twee begrotingsposten wonnen, sterk, aan belang: gezondheidszorg en sociale zekerheid.

Hoe zou de nieuwe begroting er in september uit moeten zien? Voordat de luxe ondraaglijk wordt en de portemonnee wordt getrokken, eerst dit: gecorrigeerd voor de hoogconjunctuur en eenmalige uitgaven zit Nederland dit en volgend jaar waarschijnlijk op een begrotingsbalans. Niet gecorrigeerd zal het, zonder beleid, zo’n 0,7 procent of ietsje meer zijn. Dat geld gaat op: buitenlandse druk (en een groeiende binnenlandse overtuiging) vergen een flinke verhoging van de uitgaven en defensie, met uiteindelijk 0,8 procent van het bbp om de NAVO-norm van 2 procent te halen.

En dat was het dan dus. Jean-Claude Trichet, de oud-topman van de Europese Centrale Bank, zei woensdag in deze krant terecht dat er maar weinig munitie is om een volgende recessie te lijf te gaan. Het monetair beleid heeft zijn grenzen al lang bereikt (of, zo je wil, al lang overschreden). Staatsschulden zijn overal nog hoog en verhinderen in de meeste landen een begrotingsimpuls. Een nieuw Nederlands kabinet moet rekening houden met een recessie in zijn zittingstermijn. Een klein gerealiseerd overschot is dan de beste verzekering. Nieuwe plannen moeten budgetneutraal zijn. Saai? Ja. Verstandig? Eveneens.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.