Niet-moslims zijn onrein, leert het schoolboek

Indonesië Op openbare scholen hoort de islam geen ‘voorrang’ te krijgen boven de vijf andere religies die Indonesië erkent. Toch gebeurt dat wel, vooral op Java. Het leidt tot groeiende intolerantie en radicalisering.

Indonesische meisjes lezen de Koran op de eerste dag van de Ramadan, in de Ar-Raudhatul Hasanah Islamitische kostschool. Foto Dedi Sinuhaji/EPA

Drie leerlingen houden een preek voor de klas. Net als hun klasgenotes zijn de dames gekleed in een wijde donkerbruine rok, bloes en hoofddoek. Ze vertellen wat volgens de Koran de juiste manier van leven is: denk veel aan de dood, zodat je slecht gedrag zoveel mogelijk uit de weg gaat in je leven. Geef 2,5 procent van je bezit weg en herinner je vader en moeder eraan dat óók te doen. „Ouders zijn niet perfect.”

Dit is hoe het gaat op een vrijdagmiddag op de middelbare school SMA Negeri 1 Cibadak in Sukabumi, een stad van ruim 300.000 inwoners op west-Java. Op het terrein van de school zijn twee moskeeën – omdat jongens en meisjes apart van elkaar horen te bidden. De vloer voor allebei de gebedsruimtes ligt vol uitgeschopte slippers en sandalen. Alle moslim-meisjes dragen hier verplicht een hoofddoek, die is onderdeel van het schooluniform.

Het lijkt er veel op en toch is dit geen islamitische school. Op openbare onderwijsinstellingen als deze hoort de islam geen ‘voorrang’ te krijgen boven de vijf andere religies die Indonesië ook erkent. Alleen gebeurt dat op veel scholen wel, vooral op Java. Het zorgt voor groeiende intolerantie en radicalisering.

In 2015 werden schoolboeken gevonden waarin staat dat niet-moslims gedood moesten worden.

Tot begin dit jaar deed Pipit Aidul onderzoek op vijftig publieke scholen voor het Ma’arif Instituut, een kleine onderzoeksinstelling in Jakarta die zich inzet voor een ‘modern-gematigde islam’. Op maar acht van de vijftig scholen die zij bezochten, is het dragen van een hoofddoek voor de meisjes níet verplicht. Ze vonden meerdere scholen waar de schooldag begon met het voorlezen uit de koran. De school in Sukabumi doet dat ook: om zeven uur ’s ochtends verzamelt iedereen op het schoolplein voor een kwartiertje gezamenlijk gebed.

Eén van de belangrijkste oorzaken voor radicalisering op publieke middelbare scholen is een gebrek aan goed inhoudelijk onderwijs over religie, vertelt Pipit Aidul. „Leraren weten niet precies genoeg wat in de koran staat en hoe ze dat kunnen interpreteren. Dus leerlingen gaan zelf maar op zoek, op internet. Daar doen ze ideeën op waar de leraar vaak geen goed antwoord op heeft.” Religie is een verplicht vak in Indonesië, alleen is er landelijk een tekort aan ruim 21.000 leraren die het kunnen geven.

Scholieren krijgen les. Foto: Annemarie Kas

Op Sumatra richtte een voormalig terrorist een de-radicaliseringschool op. Khairul Ghazali: „Vanaf hun tiende zijn jongens vatbaar voor Jihadronselaars. Ik kan het weten, ik was twaalf.”

Buitenschoolse islamlessen

Radicale organisaties die Indonesië in een islamitische staat of kalifaat willen veranderen, hebben gebruik gemaakt van die leegte. Zij wisten de afgelopen jaren toegang te krijgen tot de middelbare scholen en universiteiten, vertelt Pipit Aidul. Het gaat onder meer om Hizbut Tahrir Indonesia (HTI) en Tarbiyah. „Ze zijn geïnfiltreerd, soms maken ze zelfs lesmateriaal.” Af en toe duiken schoolboeken op met intolerante teksten. In 2015 werden schoolboeken gevonden waarin staat dat niet-moslims gedood moesten worden. In schoolboeken van dit jaar werden niet-moslims najis, onrein, genoemd.

HTI en Tarbiyah hebben soms de godsdienstleraren van de scholen aan zich weten te binden. Vaker gebruiken ze de uren buiten de standaardlessen, de extra-curriculaire activiteiten, om zo in contact met de leerlingen te komen. Ze sturen dan mentoren of oud-leerlingen als begeleiders van de extra islamlessen.

Fani Muliawanti. Foto Sara Sayekti

Op de SMA Negeri 1 zijn die extra lessen de lievelingsuurtjes van Fani Muliawanti. Ze is zeventien en volgt de koranstudiegroep sinds een jaar of twee. De vier uur godsdienstles die ze standaard van school krijgt, vindt ze te weinig. „Het is zo fijn om te leren over je gedrag, over hoe je met vrienden en je ouders moet omgaan. Het is nuttig voor het leven hierna. Dat duurt veel langer dan dit leven.” Sinds ze de extra lessen volgt, draagt ze haar hoofddoek ook thuis en niet meer alleen op school. „Als je als dochter je hijab af doet, gaat je vader naar de hel.”

Op het schoolterrein zijn de meisjes zonder hoofddoek op één hand te tellen. Martha (17) is er eentje van, ze is katholiek en vertelt dat ze het soms best moeilijk heeft. Haar klasgenoten zijn het probleem niet, zegt ze, het zijn vooral de leraren die flauwe opmerkingen maken waar ze zich ongemakkelijk bij voelt. „De les ging een keer over het ontstaan van de natuur en de aarde. Dan zegt de leraar er even bij dat er maar één heilig boek is dat dit goed uitlegt. De koran natuurlijk.”

Bij de moskee voor de jongens is de invloed van Hizbut Tahrir voelbaar. Muhammad Fauzi Halim zit in de examenklas. Hij is een van de leerlingen die in de buitenschoolse uren op school lesgeeft en over de koran preekt. Voor hem is de islam meer dan een godsdienst. Het is zijn „manier van leven” en „het juiste en absoluut het beste in de wereld”.

Muhammad Fauzi. Foto: Annemarie Kas

Hij is Hizbut Tahrir dankbaar, vertelt Muhammad, omdat zij het stichten van een kalifaat als einddoel hebben en dat bespreekbaar maken. Ook al weet hij dat zo’n kalifaat in strijd zou zijn met de grondrechten van Indonesië. „Die beginselen zijn door mensen gemaakt, het kalifaat is absoluut. Dus dat moet toch voorrang krijgen.” Hun godsdienstleraar op school is ook van Hizbut Tahrir, geeft Muhammad Fauzi voorzichtig toe. „Hij weet veel van het kalifaat.”

Veel rohis, zo heten de leerlingen die koranlessen volgen en zelf ook klassen leiden, denken ongeveer hetzelfde als Fauzi. Uit onderzoek onder ruim 1.600 rohis bleek vorig jaar dat 78 procent van hen het stichten van een kalifaat ziet zitten. En 60 procent zou best willen meedoen aan een jihad, als ze de kans zouden krijgen.

In Indonesië zijn het vaak de strenge islamitische kostscholen die in de belangstelling staan, als beruchte voedingsbodems voor radicaal gedachtegoed. Onderzoeker Pipit Aidul durft niet te zeggen of de openbare scholen nu een groter gevaar zijn. Bij de pesantren, de kostscholen, is al jaren duidelijk welke scholen een risico vormen. Die rode plekken zijn bekend. „In het publieke onderwijs zien we nu alleen hoe kwetsbaar scholen en hun leerlingen zijn. Intolerantie is stap één naar radicalisering en vanaf daar is het nog één stap verder naar terreur.”

Strenge godsdienstige gedachten maken iemand nog geen terrorist. Leerling Muhammad Fauzi Halim wil vrouwen geen hand geven en zou graag in een kalifaat leven, maar het zit hem „vreselijk” dwars dat zijn islam zoveel met terreur en geweld in verband wordt gebracht. De Islamitische Staat van IS in Syrië noemt hij een nep-kalifaat. „Zelfmoord-terroristen komen in de hel, dat weet ik zeker. We moeten met woorden voor de islam vechten, niet met geweld.”

Hoewel het ministerie van Onderwijs toegeeft dat de invloed van de koranstudiegroepen op openbare middelbare scholen een probleem is, verwacht Pipit Aidul niet dat er veel zal veranderen. De scholen worden alleen maar conservatiever, legt hij uit. Wanneer hij een schoolhoofd aanspreekt op de verplichte hoofddoek, halen schoolhoofden hun schouders op. Ze zeggen dan:
„Dit is beter dan dat onze leerlingen crimineel gedrag vertonen of aan de drugs raken.”

De omstreden christen Ahok verloor in april de gouverneursverkiezingen van Jakarta. Zijn islamitische uitdager Anies won. Lees ook: Waarom de christelijke houwdegen verliest van zijn moslimuitdager