Je komt nooit meer van de middelbare school af

Populariteit Populaire kinderen groeien vaker uit tot gelukkige mensen. Onpopulaire kinderen raken juist vaker in een sociaal isolement. Onze jaren op de middelbare school zijn heel voorspellend, zegt hoogleraar Mitch Prinstein.

Veel mensen blijven in dezelfde rol schieten die ze op de middelbare school hadden. Een beetje als de vader van Marty McFly uit Back to the Future: vroeger en in het heden een sul.

Als Marty McFly in Back to the Future naar 1955 reist herkent hij zijn vader George vrijwel direct: een sullige tiener die in zijn eigen wereld leeft en gepest wordt door de lokale bullebak – precies zoals zijn volwassen vader in het heden. De boodschap is duidelijk: eens een loser, altijd een loser.

Het is misschien een dichterlijke overdrijving, maar ook in het echte leven komen we eigenlijk nooit meer van de middelbare school af. De naam van die ene pestkop, het gênante moment tijdens gym, de afwijzing tijdens het schoolfeest in de vierde klas, ze blijven bij ons, stelt de Amerikaanse hoogleraar psychologie Mitch Prinstein. Ze beïnvloeden de rest van ons leven. En wie denkt dat populariteit iets is waar je als tiener druk mee bent maar wat je als volwassene ontgroeit, heeft het mis. Het blijft een belangrijke rol spelen; of het nu op je werk, in je buurt of op de school van je kinderen is.

Prinstein is hoogleraar psychologie aan de Universiteit van North Carolina en gespecialiseerd in populariteit. In zijn nieuwe boek Popular legt hij aan de hand van sociologische en psychologische onderzoeken uit hoe de meeste mensen in de rollen schieten die ze op de middelbare school al hadden.

Dat doet hij aan de hand van vele voorbeelden, waaronder over zichzelf. Prinstein was van bescheidener komaf dan zijn klasgenoten op de middelbare school. Die kregen van hun ouders hippe, gebleekte spijkerbroeken, Prinstein probeerde de zijne zelf te bleken (tevergeefs). De angst om er niet bij te horen voelt hij nog steeds wel eens, schrijft hij. En dat is ook waarom hij een zwak heeft voor studenten die als eerste van hun familie naar de universiteit gaan.

In veel onderzoeken naar populariteit wordt het experiment van de Amerikaanse professor John Coie als leidraad gebruikt. Coie onderzocht in 1982 de sociale structuur in klassen. Door aan kinderen te vragen wie ze in de klas het leukst en het stomst vonden kon hij zien welk kind het meest werd gemogen, wie controversieel was (gemogen, maar ook gehaat), welke kinderen niet echt leuk of stom werden gevonden (‘de vergetenen’) en welke kinderen ronduit afgewezen werden.

Puberbrein

Zijn resultaten worden sindsdien in tal van studies gebruikt. En telkens blijkt: de kinderen die het meest gemogen worden, groeien vaker uit tot succesvolle en gelukkige mensen. En kinderen die door hun leeftijdgenoten worden afgewezen, verkeren later vaker in een sociaal isolement en zijn vaker werkloos, ongelukkig en zelfs ongezonder.

Waarom zijn juist de jaren op de middelbare school zo voorspellend volgens Prinstein? Veel mensen herinneren zich gebeurtenissen van de middelbare school levendiger dan iets van een paar jaar geleden. Dit komt doordat het brein zich tijdens de puberteit sterk ontwikkelt. Je kan meer informatie aan en je leert efficiënter werken. Een puberbrein reageert veel sterker op sociale beloningen. Goede, maar ook nare ervaringen tijdens die jaren hebben veel effect en kunnen ervoor zorgen dat we als volwassenen in dezelfde rol schieten.

George McFly in het heden, net zo’n sul als op school.

Dus eens een pestkop, altijd een pestkop? Of eens een loser, altijd een loser, zoals George McFly? Het is niet direct zoals in Back to the Future, maar de patronen blijven hetzelfde. Neem de pestkop. Pesten heeft meestal veel te maken met status. Hetzelfde soort gedrag zie je bij dieren. In haar onderzoek naar chimpanseegemeenschappen zag antropoloog Jane Goodall in de jaren ’60 dat nieuwe apen in de groep met agressieve pesterijen tot gehoorzaamheid werden gemaand. Zo hielden de leiders de machtsstructuur in stand. Hetzelfde mechanisme zie je ook op middelbare scholen. Pesters snakken naar status of zijn bang om die te verliezen. Als ze volwassen worden verdwijnt misschien de neiging om te pesten (al wordt volgens cijfers van onderzoeksinstituut TNO 1 op de 6 werknemers gepest op het werk), maar de zucht naar status blijft.

Volgens Prinstein zijn er twee soorten populariteit: iemands status en iemands eigenschap aardig gevonden te worden (likeability). Je bent volgens Prinstein likeable als mensen graag tijd met je doorbrengen, je sociaal vaardig bent en als mensen je graag in vertrouwen nemen. Status daarentegen is dominantie, macht en uiterlijke schijn.

Een naar status snakkende puber komt later vaker in de problemen. Uit een langlopend onderzoek van Joseph Allen, hoogleraar psychologie aan de University van Virginia, bleek dat pubers met een hoge status als twintiger vaker drank- of drugsproblemen hadden, vaker met de politie te maken kregen en bovenal: minder hechte vriendschappen hadden.

„Voor mensen die altijd naar status zoeken zal het nooit genoeg zijn, en het zal ze ook niet gelukkig maken,” zegt Prinstein in een telefonisch interview. „Je ziet het aan onze huidige president. De man maakt zich nog steeds druk om aantallen toeschouwers en kijkcijfers.”

De verkeerde soort populariteit

Het probleem is volgens Prinstein dat mensen op de middelbare school de verkeerde soort populariteit nastreven en dat blijven doen. „We denken dat een hoge status betekent dat je aardig gevonden wordt, maar het zijn twee verschillende dingen. Het is het verschil tussen iemand die zichzelf het belangrijkst vindt en iemand die zich oprecht interesseert voor de ander. Aardig gevonden worden is veel belangrijker voor een gelukkig leven. En ook voor een succesvoller leven. De mensen die alleen naar status snakken, blijven vaak niet lang op een toppositie.”

Een van Prinsteins ex-studenten zegt het in het boek zo:

„We leren op school schrijven en rekenen. Maar we leren niet om goede relaties met anderen op te bouwen, terwijl dat minstens net zo, of zelfs nog meer, van belang is.”

Prinstein denkt dat scholen op dat gebied meer kunnen doen. „Ouders spelen de belangrijkste rol, maar ik denk zeker dat je op school kan leren hoe je likeable wordt. Leren hoe je samenwerkt maar ook hoe je je meer interesseert voor je klasgenoten en vrienden,” zegt hij aan de telefoon.

Maar de ouders spelen dus de belangrijkste rol. Een van de voornaamste factoren voor iemands populariteit is de omgeving waarin hij opgroeit, zegt Prinstein. Hij noemt de adviezen van de Amerikaanse psycholoog Gary Ladd. Ouders zouden hun kleine kinderen veel met andere kinderen moeten laten spelen om sociale vaardigheden te ontwikkelen. En ze moeten met hun kinderen praten als er sociale problemen zijn, zoals een kind uitleggen waarom een ander kind pest.

Toch hoeft een ongelukkige tijd op de middelbare school niet de rest van je leven te bepalen, zegt Prinstein. Hij is optimistisch over het vermogen van mensen te veranderen. In zijn boek neemt Prinstein ter illustratie een voorval uit zijn tienerjaren. Collega’s bij de lokale supermarkt waar hij een bijbaantje had, nodigden hem uit voor een huisfeest, maar sloten hem net voordat ze weggingen op in de supermarkt. Een vernederende ervaring. Maar het gaat erom dat je beseft dat deze ervaringen je vormen, stelt Prinstein. Aan de telefoon:

„Als je ongelukkig bent en je wilt meer likeable worden, moet je begrijpen welke ervaringen uit je kindertijd en puberteit nu nog effect op je hebben. Als je dat herkent kan je het veranderen.”

Als je wacht op een date en hij of zij is te laat zonder iets te laten horen, kun je op twee manieren reageren. Iemand die zich als kind of puber eenzaam of buitengesloten voelde, zal aan kwade bedoelingen denken; iemand met vooral sociaal positieve ervaringen zal eerder denken dat het druk is op de weg , of dat de date gewoon even de tijd is vergeten. In de woorden van de Franse schrijfster Anaïs Nin: we zien dingen niet zoals ze zijn, maar we zien ze zoals wij zijn.

Popular, The Power of Likability in a Status- Obsessed World, Mitch Prinstein, Ebury Publishing, 288 blz., € 17,99. De Nederlandse vertaling (Populair) verschijnt in het najaar bij Singel Uitgeverijen.