Cultuur

Interview

Interview

Foto Rob Engelaar/ANP

‘Je gaat niet de zwakke broeder uithangen’

Politieagent met PTSS

Hij voelde zich Robocop, stond vooraan bij elke actie. Maar hij ging eraan onderdoor, zonder dat zijn collega’s hem steunden. „Ze laten je links liggen.”

‘Een agent die in het buitengebied werkt, staat er vaak alleen voor. Mijn expertise was drugscriminaliteit. De drugs rolden bij wijze van spreken bij ons binnen. Ik gaf steeds aan: dit is te zwaar voor mij alleen. Ik deed alles in mijn eentje: posten, informatie verzamelen, aanhoudingen.

„Het drugswereldje kende me persoonlijk. Criminelen wisten waar ik woonde, wie mijn vrouw was en wanneer ik thuis kwam. Het leek of ik in een glazen huis woonde. Ik had totaal geen anonimiteit. Mijn naam stond onder alle dossiers die ik ondertekende, die ook de advocaten kregen. Als ik bij mijn leiding aangaf dat het te zwaar was, zeiden ze: het komt goed kerel, we regelen een collega voor je. Maar ze deden helemaal niks.

„De incidenten bleven zich intussen opstapelen. Treinspringers – ik weet niet meer hoeveel – vechtpartijen, verstikkingen, lijken in autowrakken, arrestaties in drugspanden, meldingen bij het asielzoekerscentrum, het ging maar door.

„Op een dag werd ik met mijn maatje naar een vechtpartij gestuurd. Mannen sloegen elkaar met ijzeren stokken. Ik keek mijn maatje aan en liep naar de achterbak van de auto. Ik pakte mijn wapenstok en stapte in mijn eentje zonder na te denken op de groep af en sloeg er op los. Het boeide me allemaal geen fuck meer.

„Door de posttraumatische stressstoornis die ik bleek te hebben, ging ik de grenzen opzoeken. Ik ging altijd tot het gaatje. Bij elke actie stond ik vooraan, de grote sterke kerel. Door de PTSS was ik alerter dan ooit. Ik voelde me Robocop. Elke dienst maakte ik dikke klappers: drugs, gebruikers, dealers – alles erop en eraan.

‘Je bent niet meer leuk’

„Maar mijn lichaam klaagde. Ik at slecht. Mijn darmen speelden op. Vaak was ik aan de schijterij. Ik leefde op koffie en sigaretten. Ik sliep slecht en stelde het slapen steeds langer uit. Steeds vaker had ik een slecht humeur. Mijn moeder zei: je bent veranderd. Mijn vrouw zei: je bent niet meer leuk. Ik dacht: ik moet hier weg.

„Bij aanhoudingen ging het werk steeds moeilijker. Ik trilde vaak en ging uit van doemscenario’s. Als ik een arrestatie moest verrichten, dacht ik: als de verdachte één beweging maakt, knal ik ’m overhoop. Bij processen-verbaal die ik moest uitwerken kreeg ik geen letter meer op papier.

„Volgens de huisarts had ik een burn-out. Ik vond dat prima, was ik er even uit. Ik nam drie maanden rust, kwam daarna weer terug, maar voelde me niet veel beter.

Ik pakte mijn wapenstok en stapte in mijn eentje zonder na te denken op de groep af en sloeg er op los. Het boeide me allemaal geen fuck meer

„Ik kon nog maar via één route naar huis rijden, anders kreeg ik te veel prikkels door. Toen we op de camping zaten, ging ik na twee dagen naar huis. Ik kon het echt niet aan. Ik leefde steeds geïsoleerder. Ik bezocht geen verjaardagen meer en meed sociale contacten.

„Toen ik met een collega buiten het bureau stond te roken, zei hij: het gaat niet goed met je. Hij gaf me de naam van een casemanager die gespecialiseerd is in PTSS. Die bezocht me thuis en zei: als jij geen PTSS hebt, vreet ik m’n hoed op. Na tien minuten was hij weer weg. Ik had eindelijk het gevoel dat ik begrepen werd. Het was fijn dat hij mij thuis opzocht, in mijn eigen omgeving en niet in een kil bedrijfspand op elf hoog.

„De casemanager verwees me door naar het Psychotrauma Diagnose Centrum (PDC) in Diemen. Daar kwam het hele verhaal op tafel. PTSS, burn-out en een lichte depressie. Het was de eerste keer dat ik over mijn problemen sprak. Bij de politie praatte ik niet over mijn emoties. Je gaat in zo’n club niet de zwakke broeder uithangen. Zeker niet als je in het buitengebied werkt.

„Vanuit de politie kreeg ik alleen de verplichte fruitmand. Daarna bleef het stil. Ze laten je links liggen. Ze laten je vallen als een baksteen. Ik stuurde een Whatsapp-bericht aan mijn leidinggevende, maar hij reageerde nooit.

Lees ook het interview met hoofd Gezond en Veilig Werken bij de politie Jan de Vis: ‘Het moet over de mensen gaan, niet alleen over het geld’

Zelfmoord

„Ik volgde zestien behandelingen bij het traumacentrum. Eerst werd het alleen maar erger. Ik dacht aan zelfmoord. Ik werd alleen maar gekker. Ik kreeg er nog tien behandelingen bij. Na 26 behandelingen zeiden ze: het spijt ons, deze aanpak werkt niet voor jou.

„Ik ga nu naar het traumacentrum in Beilen. Daar komen ook oud-soldaten, sommigen hebben een speciale hond die ze helpt in het dagelijks leven. Het UWV heeft me voor 100 procent arbeidsongeschikt verklaard.

„Mijn dagen breng ik thuis door. Het zijn geen flitsende dagen die ik heb. Ik leef van afspraak naar afspraak. Mijn buitenwereld is Facebook. Nee, het is allemaal niet zo geweldig.

„Soms ben ik heel boos. De politie had verdomme de signalen moeten oppakken. Ze hadden moeten vragen: waarom ben je zo vaak ziek? De weg naar de erkenning van PTSS is als een rolstoeler die de berg op wil rijden.

„Ik weet zeker dat ik nooit meer helemaal beter word. Ik wil een redelijk normaal leven. Alleen naar de supermarkt kunnen zonder mijn zoon. Ik slaap snel in, maar word constant wakker, zwetend. Dan heb ik weer een nachtmerrie gehad.’

„Ik wil zoveel mogelijk beter worden voor mijn gezin. Voor mijn zoons. Voor mijn vrouw. Het is een wonder dat ze bij me is gebleven. Mijn zoon en zijn vriendin zijn laatst geslaagd voor hun eindexamen. Ze vroegen of ik naar de diplomauitreiking wilde komen. Ik moest huilen. Ik zou sowieso ergens achterin de zaal bij uitgang moeten gaan zitten. Nee, ik wil geen zelfmoord meer plegen, daar heb ik te veel voor.”