Column

In Zuidoost-Azië zorgt praten voor vrede

Het is een week van feest en herdenking hier in Singapore. Het stadstaatje bestond afgelopen woensdag 52 jaar. Geen rond getal, maar toch hingen gemeentewerkers en vrijwilligers al weken geleden overal rood-witte nationale vlaggen op. Het nationaal gevoel kan wel een zetje symboliek gebruiken, om spanningen te voorkomen tussen Singaporese burgers van Chinese, Maleisische, Indische en ‘Andere’ afkomst – de vier officiële categorieën. OneNationTogether luidt de slogan dit jaar. Traditionele hoogtepunten zijn de militaire parade en het slotvuurwerk. Vanaf het dak van onze woontoren, 25 hoog, belemmerde andere hoogbouw het zicht, maar op televisie knalde het vuurwerk ook. Nieuwslezers spraken van een „patriottische stemming” bij het publiek, dat eerder al parachutespringers, 300 drones in een luchtdans en lauwe songfestivalmuziek op applaus had onthaald. Wanklanken zijn hier moeilijk te bespeuren.

Ironie: toen Singapore in 1965 onafhankelijk werd, vonden ze het zelf een ramp. Twee jaar eerder was de Britse oud-kolonie in een federatie met het grotere Maleisië gestapt. Dit liep uit op een fiasco; tussen leiders van beide landsdelen ontstond onmin over de koers en Singapore kende rellen tussen de Maleisische en Chinese gemeenschap. Het moest de federatie in augustus 1965 verlaten en kwam in staatsrechtelijk niemandsland terecht. Nog eens wat anders dan de zoveelste regionale afscheidingsbeweging: tegen je zin een land uit worden gegooid! Weinigen gaven een stuiver voor Singapores kansen. Leider Lee Kuan Yew was ontgoocheld, maar verwierf snel internationale erkenning van ’s lands soevereiniteit. Daarna zette hij in op economische groei dankzij planning, meritocratie, strijd tegen corruptie en autoritair staatsgezag. Als je klein was, moest je bijzonder zijn.

Als kwetsbaar staatje in een roerige regio werkt Singapore (bijna 6 miljoen ingezetenen) hard aan samenwerking met de buren. Het vehikel is ASEAN, een club van tien Zuidoost-Aziatische landen, met samen ruim 600 miljoen inwoners. Deze week vierde het gezelschap haar 50ste verjaardag – niet met publiek vlagvertoon maar met talloze krantenartikelen en een top. In 1967 richtte Singapore het forum op met Maleisië, Indonesië, de Filippijnen en Thailand, als anticommunistisch bolwerk in Vietnamoorlogdagen; nadien traden ook Brunei, Vietnam, Laos, Myanmar en Cambodja toe. Een bont gezelschap van talen, godsdiensten en politieke stelsels. De Singaporese oud-diplomaat en intellectueel Kishore Mahbubani – zijn boek De eeuw van Azië werd ook in Nederland bekend – stelt in The ASEAN Miracle (2017) dat de organisatie de Nobelprijs verdient, zoals de EU vijf jaar geleden. Dankzij vijftig jaar vrede en regionale stabiliteit konden regeringen zich op de economie richten. Besluitvorming verloopt bij unanimiteit: soevereiniteit staat voorop. Terwijl in Europa juist kleine staten zoals Luxemburg hun heil in een verenigd Europa zoeken, bepleit hier niemand vergaande politieke integratie – ook Singapore niet.

Het Zuidoost-Aziatische gezelschap fungeert als diplomatieke ontmoetingsplaats, waarbij vaak andere buren en grootmachten aansluiten. Op de feestvergadering afgelopen weekeinde op de Filippijnen lukte het gastheer Rodrigo Duterte – de populist die met zijn land overliep van Amerika naar China – voor het eerst in vijftien jaar het gesprek over een ‘gedragscode’ voor de Zuid-Chinese Zee verder te brengen. Het oogmerk is dat rivaliserende gebiedsclaims niet uitmonden in geweld of oorlog. Alleen praten voorlopig, zonder juridische binding. Maar nu in Noordoost-Azië het hoge spel tussen Noord-Koreaan Kim Jong-un en Donald Trump de wereld de adem beneemt, is voor meewarigheid over praten in Zuidoost-Azië geen plaats.

is politiek filosoof. Hij verblijft deze maand aan de Lee Kuan Yew School of Public Policy van de Nationale Universiteit van Singapore.