Column

Hyde

Ellen

Mijn zus stuift onze lunchafspraak binnen en getuige de stand van haar wenkbrauwen gaat het een lange zitting worden. „Zo irritant”, zegt ze terwijl ze witheet neerploft in de stoel. „Ik was zaterdag uit met enkele ouders van school, en een van de vaders dronk te veel en veranderde in een regelrechte zak. Weet je wat hij zei?!”, raast ze terwijl ze de ober naast haar negeert. „Dat ik minder moest praten, want anders krijg ik nooit een vent!”

„Maar je wilt ook helemaal geen vent!”

„En toen ik dat zei, reageerde hij met: ‘Ja natuurlijk anders had je ook wel meer aandacht aan je uiterlijk besteed.’”

„Wááát?!”, zeggen de ober en ik in koor.

„En toen moest meneer opeens naar het toilet en werd ik door een van de andere ouders apart genomen dat ik begripvol moest zijn omdat die man nou eenmaal een kwade dronk heeft waar hij niets aan kan doen.”

„Dan kan je toch gewoon stoppen met drinken?”, zeg ik.

„Precies!”, zegt mijn zus. „Maar omdat we in een wereld leven waarin het oké is om kut te zijn als je zuipt, komt hij ermee weg. Net stond hij op mijn voicemail, huilie-huilie: ‘Ik ben mezelf niet met alcohol.’ Nou, drink dan niet.” Briesend verdiept ze zich in de menukaart.

Mijn zus en ik zijn beiden geheelonthouders, waardoor het soms lastig is om begrip op te brengen voor hen die te diep in het wijnvat kijken. Nu ik net de novelle Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde heb herlezen kan ik na deze tirade niet aan het idee ontsnappen dat er in sommigen van ons (misschien ook wel in mij) een boosaard sluimert die wil worden gewekt, al dan niet door alcohol. Niet voor niets verandert hoofdpersoon Dr Jekyll door een zelf uitgevonden drankje in zijn kwade alter ego Mr Hyde. De transformatie is noodzakelijk: Jekyll wil zijn kwaadaardige kant botvieren maar daar niet aansprakelijk voor zijn. Misschien hebben sommigen met een kwade dronk dat ook wel. Dan vormt alcohol een vloeibaar maar vooral handig excuus voor als je te ver gaat.

„Ja”, zegt mijn zus als ik deze gedachte hardop uitspreek. „Lekker makkelijk om het op de drank te gooien als je de innerlijke aandrang hebt om een eikel te zijn. Dan moet je juist het fatsoen hebben om aan de spa blauw te gaan. Dat is toch ook een drankje?” Mijn zus tiert door en ik verschuil me nog iets meer achter de menukaart. Had die man zaterdag maar niet gedronken. Dan had mijn zus nu geen kuthumeur gehad, ik een veel leukere lunch, en de mensen om mij heen een veel rustiger terras. En, o ja, hij geen kater.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen