Hoe het fipronilschandaal zich uitbreidt over Europa

Besmette eieren

Fipronil-eieren zijn in zeven Europese landen terechtgekomen. Vooral Duitsland reageert boos.

Waar gaan Nederlandse eieren heen?

Zeven miljard stuks: zoveel eieren exporteert Nederland ongeveer op jaarbasis. Wie dat getal ziet, begrijpt: fipronileieren zijn niet alleen een Nederlands probleem. Zeker als, zoals nu blijkt, mogelijk al maandenlang sprake was van besmette eieren.

Ook de ruim 150 Nederlandse pluimveebedrijven waar het voor kippen verboden antibloedluizenmiddel fipronil is gebruikt, zijn de afgelopen maanden veelvuldig de grens over gegaan met hun producten. Buitenlandse voedselveiligheidsautoriteiten hebben nu ook steeds zicht op de schaal van het probleem. Nu het fipronilschandaal zich verder over Europa verspreidt, zijn zij onder meer bezig om consumenten gerust te stellen dat ze niet bang hoeven te zijn om eieren te eten.

Criminele daad

In Duitsland – met een marktaandeel van zo’n 70 procent veruit de grootste afnemer van Nederlandse eieren – spreken politici de felste verwijten uit. De Duitse minister van Landbouw Christian Schmidt zei dinsdag op tv-zender ARD dat de besmetting van tientallen miljoenen eieren met een potentieel gevaarlijk en illegaal middel „een criminele daad” was. „Er is geen enkel excuus voor, daarom moet het bestraft worden.”

De minister gaf bij zijn uitspraken geen verdere details over wie hij precies verantwoordelijk acht. Wel gelastte hij een onderzoek naar producten in Duitse winkelschappen waar eieren in verwerkt zijn; om uit te zoeken of in bijvoorbeeld eiernoedels ook fipronil zit. Ook eist hij betere informatie-uitwisseling tussen Europese landen over dergelijke problemen rondom voedselveiligheid.

Afgelopen weekend zocht de Europese Commissie contact met in totaal zeven Europese landen waar mogelijk Nederlandse fipronileieren zijn verkocht. Naast Nederland, Duitsland en België zijn dat ook Frankrijk, Zwitserland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Woordvoerder Anna-Kaisa Itkonen van de Europese Commissie zei maandag tegen verschillende media dat het aan de nationale autoriteiten van deze landen is om de zaak uit te zoeken.

Dat zijn de voedseltoezichthouders in die landen dan ook aan het doen. Volgens de Britse toezichthouder Food Standards Agency (FSA) zijn in totaal 21.000 eieren van besmette boerderijen geïmporteerd in het Verenigd Koninkrijk. Het agentschap onderzoekt waar deze eieren exact terecht zijn gekomen. Maar omdat het gaat om eieren die al tussen maart en juni zijn gelegd, kan dat lastig worden.

Volgens een woordvoerder zijn veel van deze eieren inmiddels over de houdbaarheidsdatum heen, en is het dus onwaarschijnlijk dat ze nog in de winkels liggen. Het zit er dik in dat ze al zijn opgegeten of verwerkt tot andere producten. De FSA benadrukt, net als de andere Europese toezichthouders, dat de minuscuul lage dosering fipronil in de eieren hoogstwaarschijnlijk ongevaarlijk is voor de volksgezondheid. „Ons advies is dat het niet nodig is dat mensen de manier waarop ze eieren consumeren veranderen. Dat geldt ook voor producten die eieren bevatten”, aldus een publieke verklaring.

Kleine hoeveelheden

Besmette eieren van Nederlandse en Belgische kippenboeren zijn volgens de Franse toezichthouder ook in dat land aangetroffen. Het gaat om vijf locaties in Frankrijk waar eieren in andere voedingsmiddelen worden verwerkt. Voor alle producten in die fabrieken waar de besmette eieren in zitten, geldt inmiddels een verkoopverbod. Ook zijn de lokale autoriteiten naar eigen zeggen bezig om uit te zoeken wat de bestemming is geweest van producten waar besmette eieren in zijn verwerkt.

In zowel Zwitserland als Zweden lijkt het te gaan om relatief kleine hoeveelheden eieren. Er zijn ook daar veel bezorgde mediaberichten te vinden waarin grote vraagtekens worden gesteld bij hoe veilig het is om nog eieren te eten. Maar ook de toezichthouders van die landen publiceren verklaringen waarin staat dat ze geen aanleiding zien om consumenten hun eier-eetgedrag te laten veranderen. Wel zijn ze onderzoeken gestart naar de exacte omvang van het probleem.