Column

De ‘An As’ kwelt Tineke nog steeds

Op het Binnenhof doet al tien jaar een anekdote de ronde. Een verhaal dat eigenlijk te mooi is om waar te zijn. „Moet je niet doodchecken”, zeggen journalisten tegen elkaar, als ze het weer eens lachend hebben opgedist.

Dit is het verhaal. In februari 2007 vindt het ‘constituerend beraad’ plaats van het kabinet-Balkenende IV. In die vergadering regelen de zojuist beëdigde bewindslieden de exacte verdeling van de portefeuilles – een moment dat zich ergens dit najaar weer gaat aandienen.

CDA’er Camiel Eurlings, aankomend minister van Verkeer en Waterstaat, vraagt aan zijn staatssecretaris: „Vind jij het goed als ik de An As doe?” De staatssecretaris, Tineke Huizinga van de ChristenUnie, begrijpt niet goed wat hij zegt. Toch stemt ze toe. De ‘An As’, dat zal wel een of ander infrastructureel project zijn, zoals de Zuid-as.

Later komt ze erachter dat Eurlings, met zijn Zuid-Limburgse tongval, sprak over de NS. Maar dan is het te laat. De minister krijgt de spoorwegen – in die tijd nog een portefeuille waarmee je thuis kan komen. Huizinga blijft zitten met de taxibranche en de invoering van de OV-chipkaart, twee struikeldossiers van de eerste orde.

Waar of niet waar? Ik check het bij oud-bewindslieden van Balkenende IV. „Heb ik echt niet op gelet”, zegt Guusje ter Horst (PvdA), destijds aankomend minister. „Ik had al moeite genoeg om Ernst Hirsch Ballin van me af te houden. Die wilde Koninkrijksrelaties afpakken.” Jet Bussemaker (PvdA), destijds aankomend staatssecretaris: „Ik was er niet bij, want er zitten geen staatssecretarissen bij dat constituerend beraad.”

Oeps. Even checken: ja, ze heeft gelijk.

Snoepte Eurlings de ‘An As’ dan van Huizinga af tijdens een gesprek op het ministerie? Ook niet waarschijnlijk, zegt een ingewijde die het kan weten. „Op V&W werd nooit gesproken over ‘de NS’. Je had het over ‘het spoor’ – de hele portefeuille.”

De hoofdrolspelers zelf dan. Camiel Eurlings antwoordt met een lange sms. De essentie: hij wil niet reageren. Tineke Huizinga wil wél praten. „Dit verhaal slaat he-le-maal nergens op”, zegt ze met overslaande stem. „Het is een sappige roddel die mij nu al jaren achtervolgt.”

Huizinga heeft wel zo’n vermoeden waar de anekdote vandaan komt. Jaren eerder, ze was nog Kamerlid, heeft ze „in klein gezelschap” eens een grapje gemaakt over Eurlings. „Hij sprak met zo’n enorm Limburgs accent, dat ik tijdens een debat dacht: wat zegt hij nou eigenlijk?” Dát verhaal, zegt ze, is opgeleukt en in omloop gebracht toen ze staatssecretaris werd. „Ik denk door CDA’ers.”

In journalistentaal: anekdote doodgecheckt.

Thijs Niemantsverdriet (t.niemantsverdriet@nrc.nl) vervangt Tom-Jan Meeus in de wisselcolumn met Jutta Chorus.