Opinie

Applaus voor ontslag bij Google

Bij Google is het diversiteitsbeleid ontaard in een ‘deugcircuit’, beaamt . Maar de manier waarop een medewerker dat aankaartte getuigt niet van professioneel gedrag.

James Damore, ontwikkelaar bij Google, beweert dat hij is ontslagen vanwege zijn mening over de ongelijkheid der seksen. Hij had een pamflet verspreid waarin hij het diversiteitsbeleid hekelde als „ideologische echokamer waar sommige ideeën te heilig zijn om eerlijk bediscussieerd te worden.”

Het ontslag en de ophef is een nieuwe stap in het publieke debat waarin de slachtoffers over elkaar heen buitelen. Aan de ene kant zijn daar de slachtoffers van discriminatie die met de vinger wijzen naar ‘de onderdrukker’; aan de andere kant de goedwillende slachtoffers die zich in de beklaagdenbank gedrukt voelen door ‘het deugcircuit’ en niet eens meer gewoon mogen zeggen wat ze denken.

Van zijn ontslag een debat over de vrijheid van meningsuiting maken, is precies de verwarring die ons niet verder helpt

Opvallend is dat er geen verschil wordt gemaakt tussen diversiteit in organisaties en diversiteit in maatschappij. Hierdoor komt politiek organisaties binnen. Google is een organisatie. Beleid voor diversiteit & inclusie draait er in de kern om dat iedereen naar vermogen en met erkenning van zijn persoon zijn werk kan doen. In veel organisaties werken verschillende mensen en de verschillen nemen toe. Nog steeds domineren de overeenkomsten, maar de perceptie van de verschillen kan zo groot zijn dat de overeenkomsten niet meer gezien worden. Dit belemmert samenwerking, carrièrekansen en prestatie. Daarom dienen er afspraken gemaakt te worden in organisaties hoe dit met elkaar te regelen. Google stelde een Code of Conduct op. Daar vallen visie en waarden onder, maar de kern is professioneel gedrag.

Memo van James Damore

De nu gevoerde discussie over diversiteit & inclusie gaat te veel over allerlei meningen (het politieke debat) en te weinig over de praktijk (werken). De Google-medewerker probeert in een notitie, leesbaar voor alle medewerkers en daarna gelekt, aan te tonen dat zijn vrouwelijke collega’s bepaalde posities niet kunnen bekleden omdat ze biologisch nu eenmaal anders zijn. Prima dat hij dat vindt, maar door zijn gedrag belemmert hij direct de kerndoelen die Google voor diversiteit & inclusie op het oog heeft. Daartoe behoort een werkvloer voor vrouwen waar ze niet worden lastiggevallen met achterhaalde ideeën van mannen die hen ongeschikt vinden voor bepaalde posities.

Politiek debat

Een veelgemaakte fout binnen organisaties, in Amerika nog meer dan in Europa, is dat men voor diversiteit & inclusie focust op de juiste overtuiging. In die zin is er inderdaad sprake van een ‘deugcircuit’ waar het uiten van een correcte mening belangrijker wordt gevonden dan het tonen van gewenst gedrag. De ontslagen Google-medewerker klaagt in elk geval over een ‘politiek correcte monocultuur’ in het bedrijf. Over het gewenste gedrag heb ik geen opmerkingen van hem kunnen vinden.

Maar die politiek correcte mening, dat is dus een vaker voorkomend punt. Zelfs trainingen voor diversiteit & inclusie worden daarop gebaseerd. Logisch dat mensen een hekel aan ‘diversiteit’ hebben gekregen. Je gaat niet naar het werk om te horen wat je daar moet vinden. Mijn ervaring is dat mensen best geïnteresseerd zijn tijdens trainingen, mits je diversiteit & inclusie verbindt met hun werk, met wat ze doen in plaats van er een politiek debat van te maken.

De aanname bij politieke correctheid is dat gewenst gedrag voortkomt uit een juiste overtuiging. Ik zal u een geheim verklappen: voor diversiteit & inclusie in organisaties is dat vaak niet zo. Het is niet van iemands politieke kleur afhankelijk of hij goed of slecht samenwerkt met zijn collega die vrouw, zwart, genderneutraal et cetera is. Idem voor allerlei kennisfeiten die men aanhangt: medewerkers met ‘bizarre meningen’ kunnen onwijs toffe collega’s zijn, ook in heel diverse teams.

Bovendien zit er een principiële kant aan: organisaties bepalen niet wat iemand mag denken of vinden. Een organisatie mag wel een norm stellen over wat in het werk professioneel gedrag is.

Het is zeker mogelijk dat de Google-medewerker in de praktijk een toffe collega was: dat weten we niet. Wel zien we dat hij met zijn handelen – het verspreiden van de notitie met alle gevolgen van dien – schade toebrengt aan de algemene positie van vrouwen in het bedrijf. Ook die context doet ertoe en die is toch al behoorlijk moeilijk. Van zijn ontslag een debat over de vrijheid van meningsuiting maken, is precies de verwarring die ons niet verder helpt, noch voor het publieke debat, noch voor diversiteit & inclusie in organisaties. James Damore overtreedt hiermee de Code of Conduct en geen enkel bedrijf dat het eigen professionele gedrag serieus neemt, kan dat negeren. In die zin zeg ik: applaus voor Google.