Column

Xylella, een tragedie met alleen verliezers

Er is geen soort zo emblematisch voor het mediterrane landschap als de olijfboom. Knoestig en grillig, als eenzame reus op een hoogvlakte of in lange rijen golvend over heuvels. Eeuwenoud, bezongen in de Griekse oudheid en de Bijbel, symbool van vrede, wijsheid en toekomstige generaties. Olijfbomen staan ook voor het verlangen naar de traditionele gemeenschap – en het verzet tegen verandering, als in de fraaie Spaanse film El olivo.

Sinds 2013 wordt de olijfboom bedreigd door de virulente bacterie Xylella fastidiosa. De olijfgaarden in Apulië, de ‘hak’ van Italië, verdrogen in een razend tempo. Tegen deze bacterie, die van het Amerikaanse continent afkomstig is maar nooit eerder in Europa is gesignaleerd, bestaat geen enkele behandeling. Drastisch ingrijpen is vereist: in de besmette gebieden moeten alle bomen direct vernietigd worden, ook die zonder zichtbare symptomen, daarbuiten moet een bufferzone van 20 kilometer verdere verspreiding voorkomen.

De Europese Commissie heeft daarom zware maatregelen geëist van de Italianen om uitbreiding te voorkomen. Sinds de uitbraak is echter de nationale en lokale reactie zo traag en inadequaat geweest, dat de EU onlangs scherpe formele kritiek heeft geuit. Italiaanse en internationale wetenschappers onderschrijven die. Pas in 2015 werd in de provincie de noodtoestand uitgeroepen. Van de 10 miljoen euro voor de bestrijding is nog niet de helft uitgegeven. De laboratoria die klaarstaan voor onderzoek hebben nauwelijks analyses gedaan.

Tegen de diagnose van Xylella wordt geprotesteerd door ecologische actiegroepen die de wetenschappers beschuldigden van het zelf besmetten van de bomen. Op verschillende plaatsen hebben activisten zich aan olijfbomen geketend. Hoewel uit bemonstering en internationale beoordeling vaststaat dat Xylella de oorzaak is, blijven actiegroepen naar alternatieve oorzaken zoeken. Tegenstanders haalden de politie over tot gerechtelijk onderzoek tegen wetenschappers. Boeren willen alleen de zieke takken afsnijden en niet rooien. Beide groepen bewogen de lokale overheid tot het anderhalf jaar lang blokkeren van de bufferzone, totdat de EU dreigde naar het Europese Hof te stappen. Intussen is door die vertraging de bacterie opgeschoven naar het noorden en zijn in de bufferzone nieuwe infectiegevallen geconstateerd.

Er is haast geboden. De risico’s van Xylella beperken zich niet tot de mediterrane olijfteelt. Er zijn, onder meer op Mallora, ondersoorten van de bacterie aangetroffen die in de wijnproductie in Californië schade aanrichten. Het toerisme kan leiden tot verdere verspreiding. Het feit dat er sinds kort verschillende ondersoorten in Europa voorkomen die genetisch materiaal uitwisselen, maakt het beheersen van de infectie nog dringender.

Het Italiaanse verzet tegen de Xylella is een tragedie met alleen verliezers. Allereerst de kleine boeren voor wie de prijs van olijfolie te laag is, waardoor ze geen opvolgers hebben en niet kunnen moderniseren door aanplant en irrigatie. De nostalgie van de activisten, hoe invoelbaar ook, is onhoudbaar. Niemand wil meer de hoge oude bomen oogsten met ladders en de olijven oprapen van doeken op de grond. De overheid liet de oren hangen naar pressiegroepen. Ook de wetenschap is slachtoffer door haar machteloosheid, om te zwijgen over de enorme belangen die bedreigd worden buiten Zuid-Italië.

Het geval Xylella illustreert opnieuw hoe moeilijk het is om maatregelen te nemen ten behoeve van het algemene belang die wetenschappelijk onomstreden zijn, maar botsen op begrijpelijke maar onhoudbare tegenwerking door lokale belangengroepen. Alleen een plan op de lange termijn voor de rurale en landschappelijke ontwikkeling van Apulië kan hier helpen.

Louise O. Fresco is voorzitter van de Raad van Bestuur Wageningen U&R en schrijfster.