Vluchtelingen vinden niet snel een baan

Oproep Lubbers

Het is niet gemakkelijk voor vluchtelingen om hier werk te vinden. Taal- en aanpassingsproblemen spelen vaak een rol. De groepen zijn ook zeer verschillend.

Asielzoekerscentrum Gilze en Rijen in Noord-Brabant. Rick Nederstigt / ANP

Tot nu toe krijgen maar weinig vluchtelingen in Nederland snel werk. Ook vormen ze geen oplossing voor de vergrijzing op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit onderzoeken over en statistieken van vluchtelingen die in het verleden naar Nederland zijn gekomen.

Dinsdag adviseerden oud-premier en voormalig VN-Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen Ruud Lubbers (CDA) en emeritus hoogleraar Paul van Seters in NRC dat Nederland moet doen wat GroenLinks vraagt: jaarlijks 25.000 vluchtelingen opnemen uit vluchtelingenkampen van de VN om de vergrijzing tegen te gaan. Op voorwaarde dat die vluchtelingen „in staat zijn in ons land in te burgeren en op korte termijn hun eigen boterham te verdienen”.

Voor GroenLinks-leider Jesse Klaver was de opvang van vluchtelingen in juni een breekpunt bij de kabinetsformatie. Deze woensdag hervatten VVD, CDA en D66 de formatiebesprekingen met de ChristenUnie. De partij van Gert-Jan Segers staat niet ver van GroenLinks af wat betreft het thema vluchtelingen. De ChristenUnie is voor betere opvang in de eigen regio, maar ook voor een „ruimhartig uitnodigingsbeleid voor kwetsbare vluchtelingen uit de regio” en verhoging van de jaarlijkse opvang, aldus het verkiezingsprogramma. Ook pleit de ChristenUnie voor „werkstages en vrijwilligerswerk” voor „alle statushouders” om hen te helpen op de arbeidsmarkt.

Ingewikkeld

De werkloosheid onder mensen met een niet-westerse achtergrond in Nederland is vorig jaar verder gedaald naar 13,2 procent, meldde het CBS dinsdag. Toch zijn Lubbers en Van Seters wel erg optimistisch over vluchtelingen, vindt Godfried Engbersen, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). „Vooral de eerste jaren is het ongelofelijk ingewikkeld voor vluchtelingen om een plekje op de arbeidsmarkt te krijgen”, zegt hij. Engbersen schreef mee aan de WRR-beleidsbrief Geen tijd te verliezen: van opvang naar integratie van asielmigranten uit 2015.

Van de drie categorieën immigranten – voor werk, voor gezinshereniging en voor asiel – is werk vinden voor asielmigranten het lastigst. Na twee jaar heeft een kwart van de vluchtelingen een baan van meer dan acht uur per week. Engbersen spreekt van een „vluchtelingenkloof”.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie publiceerde in maart een rapport over de 95.000 vluchtelingen die tussen 1995 en 1999 naar Nederland kwamen. Na 15 jaar had zo’n 57 procent van de statushouders een baan van minstens 8 uur per week, versus 70 procent van de arbeidsmigranten en 80 procent van de autochtone bevolking. Roel Jennissen, die meewerkte aan dit onderzoek, heeft zijn twijfels bij het opinie-artikel van Lubbers en Van Seters. „De vergrijzing kun je er niet mee oplossen. Migranten worden ook oud”, zegt hij. Gemiddeld zijn ze nauwelijks jonger dan Nederlanders. De tweede generatie is wel succesvoller dan de eerste.

Tot nu toe heeft Nederland zo’n 500 vluchtelingen per jaar uit het buitenland uitgenodigd. Die hadden reeds een status en hoefden daar dus niet meer in een lange juridische procedure op te wachten. Toch kregen die uitgenodigde vluchtelingen niet sneller een baan dan statushouders hier, volgens het WODC.

Trauma’s

Oorzaken van de slechte positie op de arbeidsmarkt zijn volgens de WRR de lange asielprocedure, de drukke eerste tijd van aanpassing en gezinshereniging, trauma’s door vervolging en oorlog, slecht aansluitende opleidingen, slechte taalbeheersing en discriminatie. De culturele afstand speelt een rol. Een Nederlander zou ook moeilijk een baan vinden in het Arabisch sprekende Syrië.

Er zijn grote verschillen tussen vluchtelingengroepen. Van de Somaliërs heeft 43 procent een baan, bij voormalige Joegoslaven is dat 65 procent. Ook Syriërs vinden niet snel werk. Nederland zou statushouders in het buitenland daarom kunnen selecteren op hun kansen op de arbeidsmarkt, zoals Denemarken, Canada en Groot-Brittannië doen. En Zweden geeft bijvoorbeeld twee jaar lang intensief onderwijs aan vluchtelingen. „Vooral vrouwen werken er vaak. Iedereen moet bijdragen”, schrijft Pieter Bevelander, hoogleraar in Malmö.

De WRR doet een aantal aanbevelingen om vluchtelingen aan werk te helpen. Hun vestiging zou beter afgestemd moeten worden op de lokale vraag naar arbeid. Eindhoven heeft bijvoorbeeld technici nodig, Rotterdam juist werkers in de zorg. Nu komen vluchtelingen vaak terecht in gebieden met weinig werk. Benut ook de wachtperiode in de opvangcentra, stimuleer het halen van een Nederlands diploma en breng werkgevers en vluchtelingenorganisaties bij elkaar.

NRC sprak drie vluchtelingen over hun kijk op de Nederlandse arbeidsmarkt, en de moeilijkheden die zij tegenkomen bij het betreden ervan:

‘Mijn uitkering is dubbel zo hoog als wat ik zou verdienen’

Mehrad Rahimi (62) vluchtte op zijn 28ste van Iran naar Chili en op zijn 48ste van Chili naar Nederland. In Iran werkte hij bij de luchtmacht, hij stuurde een basis van vijftig mensen aan. In Chili had hij een winkel met handgemaakte Midden-Oosterse tapijten. In Nederland is hij al jaren werkloos.

Zeven jaar werkte hij als beheerder bij de Wereldbank maar vanwege bezuinigingen moest hij weg. De taal en het feit dat zijn Iraanse diploma’s hier niets waard zijn, zijn een belemmering, zegt hij. En de sociale dienst. „Mijn uitkering is twee keer zo hoog als wat ik zou verdienen als ik voltijd zou werken.” Hij zou graag een eigen zaak beginnen als meubelmaker, maar dat mag niet zomaar met behoud van uitkering.

Binnenkort gaat hij toch kijken hoe ver hij kan komen. Stichting Veranders helpt hem een website te maken en klanten te zoeken. „Ik wil duurzame, bijzondere meubels maken. Ik heb al een paar prototypen: multifunctioneel, om ruimte te besparen. Speciaal voor Nederlanders.”

‘Vrijwilligerswerk vinden is niet moeilijk, een betaalde baan vinden wel’

De broers Suleiman (22, op foto met hoed) en Mohammed Suleiman (20) vluchtten uit Syrië toen ze nog op de middelbare school zaten, en kwamen drie jaar geleden in Nederland terecht. Stichting Veranders helpt hen bij het betreden van de arbeidsmarkt via vrijwilligerswerk. „Aan vrijwilligerswerk komen is niet moeilijk”, zegt Mohammed, „maar een betaalde baan vinden wel.” Hij durft voorlopig zelfs nog nergens te solliciteren omdat hij de taal nog niet goed genoeg beheerst. Naar eigen zeggen omdat hij geen Nederlandse vrienden heeft.

Zijn omgeving bestaat enkel uit andere vluchtelingen en statushouders. Kieskeurig is Mohammed echter niet. Hij zou om het even welke baan prima vinden, maar het allerliefst wil hij schilderen. Dat doet hij ook bij stichting Veranders. „Muren, plafonds, meubels, het maakt niet uit wat.” Daarvoor moet hij eerst nog wel een diploma halen. In Syrië zou hij zo aan het werk kunnen als schilder, zegt hij, hier moet hij eerst een jaar opleiding volgen.

„Niks is moeilijk”, zegt broer Suleiman opgewekt, op de vraag of werk vinden hier een uitdaging is. Hij beheerst het Nederlands een stuk beter dan zijn jongere broer. Hij heeft veel Nederlandse vrienden gekregen door scheidsrechter te worden bij een voetbalclub. Suleiman verwacht weinig moeilijkheden bij het vinden van een baan, zodra zijn Nederlands nog verder verbetert. Hij start in februari een technische opleiding aan het roc, en hoopt daarna iets „met zijn handen te gaan doen”, zoals timmeren. Dat doet hij ook al bij stichting Veranders. Hij vindt het vooruitzicht in Nederland te werken geweldig.

„Hier wordt volgens de regels gewerkt. In Syrië waren langere werktijden en kortere pauzes. Én in Nederland krijg je beter betaald.”