Column

Vallen, opstaan, doorgaan, en het volgende keer beter doen

Deze zomer bespreekt NRC-redacteur methodes om beter te werken. Vandaag: leren van je fouten.

Luuk, het vierjarige zoontje van vrienden, is op bezoek. Samen staan we boven aan de trap. Deze is hij nooit eerder af gelopen. „Handje?”, vraagt hij. Ik bied aan om hem te tillen. Maar dat hoeft niet. Terwijl we de eerste tree afstappen zegt hij: „Van proberen kun je leren.”

Wat een wijsheid! Luuk herinnert me aan het geheim waarom kinderen zo snel nieuwe dingen leren. Ze proberen iets (al dan niet met hulp), vallen, staan weer op en proberen het nog een keer. En nog een keer. Totdat ze het kunnen.

Helaas verliezen velen van ons dat enthousiasme om te experimenteren al snel. We maken een fout, en iemand wordt boos op ons. Of lacht ons uit. We doen ons pijn. Op een gegeven moment trekken we de conclusie: laat ik liever blijven bij wat ik al kan.

Een tijdje geleden schreef ik over het dagboek waarin ik ’s avonds mijn successen opteken. Maar dat is niet het hele verhaal. Ik wijd namelijk ook een pagina aan de fouten die ik in de voorgaande 24 uur heb gemaakt. Klinkt dat als zelfkastijding? Niets is minder waar.

Dit ritueel komt voort uit dezelfde cursus waarin ik het successenschrijven oppikte. Een fout, leerden we daar, is eigenlijk ook een succes. Niet de fout zelf, maar het inzicht dat je een fout hebt gemaakt. Plus het bedenken van een plannetje hoe je dit in de toekomst beter gaat aanpakken.

Tot die tijd had ik eindeloos gewenst dat ik een tijdmachine bezat. Ik wilde terug naar vroeger flitsen en mijn fouten uitgummen. Ik heb er namelijk best een aantal gemaakt. In relaties, in mijn werk, in mislukte vakantiebestemmingen.

Ik ben (zoals vele blunderaars voor mij) gaan inzien dat de enige échte fouten die zijn waar we niets van leren

Lees ook een eerdere column van Ykje Vriesinga. Zo geef je jezelf een loonsverhoging. Per direct

Jammer, tijdreizen kan – vooralsnog – alleen in films en strips. Gelukkig heb ik die behoefte ook niet meer. Ik ben (zoals vele blunderaars voor mij) gaan inzien dat de enige échte fouten die zijn waar we niets van leren. Zo bekeken heb ik lesmateriaal in overvloed.

Door mijn fouten te analyseren blijkt opeens dat:

a) ik op een gemiddelde dag meestal twee of drie fouten maak die het de inkt van de pen niet eens waard zijn om op te schrijven;

b) deze fouten nooit van de aard ‘ik drukte per ongeluk op een rode knop en toen is er een compleet continent weggevaagd’ zijn;

c) er – hoe pijnlijk de misser ook is – altijd opties zijn om de volgende keer anders te handelen.

Die kans doet zich vaak al snel voor. Zo lukt het regelmatig om een fout (zeg: negatief gereageerd op een idee van een collega) kort daarop over te laten springen naar een succes (een paar vragen gesteld waardoor ik de reden achter het plan beter begreep en een toevoeging kon voorstellen).

En als een experiment mislukt? Dan weet ik tenminste dat ook dát niet werkt. Terwijl mijn angst om te falen vervaagt, groeit mijn lef om nieuwe dingen te proberen. Beetje bij beetje begin ik weer te worden zoals Luuk.