Riskant krediet zit nu bij de staat

Amerikaanse huizenmarkt

Wat is er gebeurd met de beruchte Amerikaanse rommelhypotheken die in augustus 2007 tot paniek leidden?

Voor de crisis konden mensen te makkelijk geld voor een huis lenen bij banken. Nu wordt een meerderheid van de hypotheken verstrekt met overheidsgarantie. Foto Michael Kienitz

Het was een even winstgevend als giftig financieel instrument dat, deze maand tien jaar geleden, de eerste duw gaf aan de crisis die een jaar later in volle hevigheid zou losbarsten. Op 9 augustus 2007 verbood de Franse bank BNP Paribas beleggers hun geld weg te halen uit fondsen die vol zaten met opgeknipte Amerikaanse hypotheekobligaties. In september 2008 ging zakenbank Lehman Brothers failliet, vanwege hetzelfde rommelkrediet.

Amerikaanse banken hadden hypotheken gebundeld, opgesplitst in tranches met verschillend risico op wanbetaling, en vervolgens doorverkocht. Het risico op die eindproducten (collateralized debt obligations, CDO’s) was door dat geknutsel nauwelijks meer zichtbaar, terwijl dat risico er wel wás. En niet zo’n beetje ook. Veel hypotheken in de Verenigde Staten waren ‘subprime’, oftewel sub-optimaal van kwaliteit.

Hoe staat het nu met die slechte hypotheken en met die ingewikkelde instrumenten die aan de basis lagen van de zo verwoestende financiële crisis? Het korte antwoord: de Amerikaanse overheid heeft in tien jaar tijd het nodige gedaan om herhaling van de crisis te voorkomen. Maar er zijn nieuwe risico’s voor in de plaats gekomen.

Allereerst de Amerikaanse huizenmarkt, waar het allemaal begon. Sinds de zomer van 2006 al liep de zeepbel daar leeg. Mensen konden hun hypotheken niet meer aflossen, huizenprijzen zetten een daling in. Het was een correctie op de hausse van de precrisisjaren, waarin de woningprijzen alleen maar omhoog leken te kunnen. Of je nu een redelijk inkomen had of niet, een hypotheek kreeg je toch wel, van je bank of anders wel van een ‘schaduwbank’, zoals een beleggingsfonds. Vandaar: ‘subprime’. Beleggers, hongerig naar rendement, kochten het wel op.

‘Subprime’ nu in auto’s

Inmiddels ziet de huizenmarkt er anders uit. Er kwamen na de crisis regels die het voor hypotheekverstrekkers verplicht maken te vragen naar inkomens van hun klanten. Mensen die al zwaar in de schulden zitten, komen niet zomaar meer in aanmerking voor een hypotheek. Het komt allemaal uit de koker van het Consumer Financial Protection Bureau, opgericht in 2011. Deze waakhond is onderdeel van het grote antwoord op de crisis van oud-president Barack Obama: de lijvige Dodd-Frank-wet (2010). ‘Dodd-Frank’ stelde ook stresstests voor banken in. Zij moeten laten zien dat ze voldoende gekapitaliseerd zijn. De strenge hypotheekregels en de stresstests „bieden bescherming tegen een terugkeer van het agressieve uitleengedrag van de bankensector”, e-mailt Susan Wachter, hoogleraar vastgoed en financiering aan de universiteit van Pennsylvania. Zij is specialist in de crisis.

Dodd-Frank heeft een dempend effect. Het totale bedrag aan uitstaande hypotheken in de VS is nu 14,4 duizend miljard dollar, nog steeds lager dan voor de crisis, ondanks de gemiddeld lagere hypotheekrente. Het percentage huishoudens dat een huis bezit, daalde van 69 in 2005-2006 naar 64 dit jaar, hetzelfde niveau als in de jaren negentig.

De markt voor subprime-woningkrediet is „uitgestorven”, concludeerden de drie economen van het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Fed, vorig jaar in een blog. Slecht krediet, met hoog risico op wanbetaling, maakt wel een opmars op de automarkt, maar die is kleiner dan de huizenmarkt en dus minder riskant voor de economie als geheel.

Nog een geruststellende gedachte: ook de CDO’s van eertijds „bestaan niet langer”, zegt Wachter. Hypotheken worden nog steeds gebundeld in obligaties, maar minder omgetoverd in afgeleide beleggingsproducten. Er zijn wel soortgelijke producten op de markt, zoals collateralized loan obligations, CLO’s, maar die zijn doorgaans niet aan hypotheekschuld gebonden.

Tijdlijn: het begin van de crisis in 12 momenten

Nieuwe risico’s

Eind goed, al goed? Zeker niet. Een groot deel van het Amerikaanse hypotheekrisico is na de crisis verschoven van de private naar de publieke sector. De rol van de federale overheid is sterk gegroeid.

De meerderheid van de hypotheken wordt inmiddels verstrekt met een vorm van overheidsgarantie. Dat gaat grotendeels via de semipublieke instellingen Fannie Mae en Freddie Mac, die hypotheken van private verstrekkers opkopen. Ook zijn er speciale, gunstige overheidshypotheken voor starters en veteranen. Die worden dan door een federaal agentschap (Ginnie Mae) verzekerd.

Lees ook het interview met oud-ECB-president Jean Claude Trichet: ‘Epicentrum van nieuwe crisis zal vermoedelijk in opkomende economieën liggen’

Over die laatste categorie schrijven de drie Fed-economen dat de meeste verzekeringen een „nogal riskant” type hypotheken dekken. In feite lenen zwakke huishoudens die vóór de crisis particuliere subprime-hypotheken afsloten, nu bij de staat. De belastingbetaler draagt het risico.

En dan is er Donald Trump. Zijn regering wil ‘Dodd-Frank’ weer ontmantelen, omdat het de kredietverlening te veel zou inperken. Het Consumer Financial Protection Bureau moet worden verzwakt en kapitaaleisen voor banken moeten soepeler. De Democraten zetten zich schrap.

Minister van Financiën Steven Mnuchin wil bovendien Fannie Mae en Freddie Mac, waarin de overheid in 2008 een meerderheidsbelang nam, privatiseren. Dat betekent óók dat Fannie en Freddie meer winst moeten maken. Wachter ziet een „reëel risico” van een „nieuwe race naar de bodem” in de kwaliteit van hypotheekverlening door schaduwbanken, die steeds actiever worden. En dat, zegt ze, is niet minder dan een risico op „herhaling van de crisis”.