Rechter: koeien mogen voorlopig blijven

De boeren kunnen aantonen dat ze nu niet meer fosfaat uitstoten dan in juli 2015.

Foto Koen Suyk / ANP

Enkele tientallen melkveehouders hoeven toch geen koeien te verkopen om te kunnen voldoen aan de afspraken rondom het mestoverschot. De rechter in in Den Haag bepaalde in drie zaken dat de boeren hun dieren voorlopig mogen houden, omdat ze kunnen aantonen dat ze met flinke investeringen alsnog aan alle voorwaarden voldoen.

Aanvankelijk hadden de bedrijven een deel van hun dieren moeten ruimen of verkopen, om zo aan het Europese beperkingsplan voor fosfaatuitstoot te voldoen. Dit plan ziet erop toe dat de uitstoot van fosfaat wordt teruggebracht naar het niveau van begin juli 2015. Nederlandse boeren produceren meer mest dan volgens Europese regels is toegestaan.

In mei was al een aantal boeren vrijgesteld van de ruimplicht in de regeling, omdat zij zogenaamde onomkeerbare investeringen hadden gedaan en hierdoor aan alle afspraken voldaan die het mestoverschot terugdringen. De boeren die woensdag voor de rechter stonden vonden dat zij in dezelfde categorie thuishoorden, en de rechter gaf hen daarin gelijk.

Tegen de uitspraak van mei is staatssecretaris van Dam (Economische Zaken, PvdA) in hoger beroep gegaan. De rechtbank behandelt deze zaak verder op 18 september.

Grondgebondenheid

De Europese en Nederlandse regels verschillen van elkaar. Waar de Europese regels voor alle boeren een gemiddeld fosfaatplafond instelt, wordt in de Nederlandse wet gekeken hoeveel grond een boer heeft. Volgens dit principe van grondgebondenheid mag een boer meer dieren houden naarmate hij meer grond bezit. Zo hoeft een boer niet op te draaien voor het teveel aan mest dat zijn buurman uitrijdt.