Column

Het addertje voor Caesar en Louis

Joyce Roodnat

Joyce Roodnat ontdekt nieuwe lagen in Shakespeares ‘Julius Caesar’.

Potentaten zijn als de dood voor kunstenaars. Ze doen ze af als gekke henkies, maar dat is een vlucht naar voren. Zo ontketende het Witte Huis afgelopen zomer een hetze tegen het populaire New Yorkse theaterproject ‘Shakespeare in the Park’, vanwege hun voorstelling Julius Caesar. Uit 1599, maar le-vens-ge-vaar-lijk, want Caesar leek hier op president Trump. Shakespeare propte zijn stuk vol met machtswellust, zo apart is het niet om er de heersende macht de maat mee te nemen. In 2012 was Caesar bij de New Yorkse Acting Company een soort Barack Obama. (Geen tiran, er reageerde niemand.)

Nou ontmaskert Shakespeares stuk de moord op Caesar als een rampzalig hypocriete daad. Maar dat deed er niet toe. Wie bang is voor kunst ziet overal zwarte kunst: de moord op Caesar was een aanslag op Trump. Schande! Twee hoofdsponsors trokken zich terug, onder het mummelen van excuses.

Wij hebben ons eigen zomertheater in het park, in het Amsterdamse Bos. Dit jaar doet Orkater daar toevallig óók Shakespeares Julius Caesar. Ik ga er extra nieuwsgierig naartoe. Wie pakken ze aan? Gaan ze nou eindelijk eens voor prins Bernhard? Zal wel niet, maar wie Jolande Withuis’ biografie van Juliana leest, ziet voldoende aanleiding,

Caesar is volgens Orkater een megapopster. Echter, zulke types worden nooit vermoord. Die sterven geestelijk, aan mateloosheid. Maar dan gebeurt het wonder. Marcus Antonius (Jip van den Dool) komt naar voren, met Caesar als een dode baby in zijn armen. We zien een bonk treurnis, een wandelende pietà. Hij barst uit in dat toppunt van Shakespeare, de monoloog (Romeinen, vrienden, burgers…) over het ‘fatsoen’ van mannen met bloed aan hun handen die onder het mom van ieders bestwil zichzelf bedienen.

Ineens begrijp ik dat dit stuk ook over charisma gaat. Over de vraag waarom mensen een machthebber verheerlijken. En over de wrok die dat met zich meebrengt.

Marcus Antonius (Jip van den Dool) met Caesar (Mattias Van de Vijver) in Julius Caesar. Foto Ben van Duin

Hoe weerzinwekkend dat kan uitpakken, toont de geweldige film La mort de Louis XIV. Daar maken we het sterfbed van Lodewijk de 14de mee, met het geschutter van lijfartsen, lijfvrouwen en lijfbedienden. Ze vermoorden hem door niets te doen. Zijn charisma (en dat van de weerbarstige filmacteur Jean-Pierre Léaud) is te groot. Van een zonnekoning zet je geen been af, ook al weet je dat hem dat zou redden (of rekken). Maar áls hij dood is, dan zet zijn toegewijde inner circle het mes erin. Open die buik, d’ruit die organen! En dankzij deze film weet je: dat is wat ze de hele tijd wilden doen.

Kunst bedreigt de macht, jazeker. Niet direct, met moord, maar met addertjes onder het gras, vol met het gif van de waarheid.