Joodse onrust om nieuwe regels ritueel slachten

Het onverdoofd ritueel slachten zou volgens de regels alleen nog mogen voor de Nederlandse markt. De enige kosjere slagerij van Nederland vreest een faillissement.

Slagerij Marcus in Amsterdam verkoopt kosjer vlees. Foto: Freek van den Bergh/ANP

Nieuwe regels over ritueel slachten veroorzaken onrust bij een deel van orthodox-joods Nederland. Het onverdoofd ritueel slachten zou volgens de regels alleen nog mogen voor de Nederlandse markt. De enige kosjere slagerij van Nederland vreest een faillissement.

Demissionair staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA, Economische Zaken), de vleesverwerkende industrie, het Contactorgaan Moslims en Overheid en het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) ondertekenden in juli van dit jaar aanvullende afspraken over de onverdoofde rituele slacht. Die waren nodig omdat een convenant tussen deze partijen, in 2012 gesloten op verzoek van de Tweede Kamer om dierenwelzijn te bevorderen, op een aantal punten niet goed uitvoerbaar bleek. Zo was niet helder hoe de slachter kan bepalen of een dier binnen veertig seconden buiten bewustzijn is.

De kritiek op de aanvullende afspraken richt zich op het NIK, de overkoepelende organisatie van joodse gemeenten, die de gemeenschap met het ondertekenen voor een probleem zou hebben gesteld. Vanaf 2018 mogen in Nederland „niet meer dieren onbedwelmd ritueel worden geslacht” dan noodzakelijk om aan de behoefte van de hier aanwezige religieuze gemeenschappen te voldoen, zo staat in de afspraken. Dat komt neer op een exportverbod, zegt Herman Loonstein, advocaat van de kosjere slagerij Marcus. De slagerij is van export afhankelijk.

Geen exportbeperking

Maar de bewuste passage is multi-interpretabel. Het NIK stelt dat geen sprake is van een exportverbod. Er zou „expliciet in de onderhandeling van het akkoord” zijn afgesproken dat de slagerij mag blijven exporteren. Het ministerie is minder eenduidig. Er is geen exportbeperking, schreef de staatssecretaris eerder, maar met de partijen uit het convenant is afgesproken het aantal onbedwelmd geslachte dieren zo veel mogelijk te beperken door de Nederlandse vraag inzichtelijk te maken. Een woordvoerder zegt desgevraagd dat „op verzoek” rekening kan worden gehouden met „bijzondere omstandigheden”.

Loonstein zal bij de Rechtbank Amsterdam een verzoek doen tot een getuigenverhoor van de partijen die bij de nieuwe afspraken betrokken zijn, om te achterhalen of en welke mondelinge afspraken zijn gemaakt.

Een klein aantal van de enkele honderden Nederlandse families die kosjer eten, heeft ook kritiek op het NIK. Door de afspraken zal mogelijk niet altijd meer geslacht kunnen worden op de manier waaraan zij de voorkeur geven. Ze vrezen dat familie en vrienden daardoor niet meer willen blijven eten.

Volgens rabbijn Eliezer Wolff, die erop toeziet dat de rituele slacht volgens joods gebruik gebeurt, blijft het vlees gewoon kosjer en zijn de afspraken daarom aanvaardbaar. Maar sommige families vinden de regels „een groot probleem voor het kosjer-etende publiek”, zo schreven zij bezorgd in een brief aan de rabbijn.

Totaalverbod

Volgens het NIK en de Conferentie van Europese Rabbijnen is de rituele slacht door de nieuwe regels juist veiliggesteld. In andere Europese landen, zoals België en Polen, geldt een totaalverbod op ritueel slachten. Ook in Nederland was in 2011 een meerderheid van de Tweede Kamer voor zo’n verbod, maar dit werd geblokkeerd door de Senaat. „Deze afspraken zijn niet uit luxe gemaakt”, zegt de tijdelijke NIK-voorzitter David Goudsmit. „Als dit convenant mislukt, komt de kans op een wettelijk verbod weer bovendrijven.”

Het ministerie van Economische Zaken bevestigt dat een nieuw debat zal oplaaien. „Als het convenant door een van de partijen zou worden opgezegd”, mailt een woordvoerder, „is een nieuwe discussie over een wettelijk verbod waarschijnlijk.”

Maar kritiek is er ook op de timing van het convenant: twee maanden voor het vertrek van de staatssecretaris, tijdens een formatiepoging met twee christelijke partijen, die rituele slacht niet snel in de ban zullen doen. Misschien, klinkt het, was de noodzaak voor ondertekening van deze afspraken voor de joodse gemeenschap dus toch niet zo hoog.