Commentaar

Hopelijk krijgt Wallonië nu echt een nieuwe politieke cultuur

Regeringswissel

De woorden ‘schoon schip maken’ en ‘Parti Socialiste’ zijn in Wallonië nagenoeg synoniem aan elkaar. Al decennia wordt de Franstalige socialistische partij van België achtervolgd door schandalen en beschuldigingen over vriendjespolitiek. Ook al decennia zijn er de aankondigingen van leidende figuren uit de partij dat orde op zaken zal worden gesteld. De lijst met mislukte voornemens en gesneuvelde saneerders heeft indrukwekkende vormen aangenomen.

Elio Di Rupo, de man die van 2011 tot 2014 nog even premier van België was, maakte eind jaren negentig naam als aanvoerder van een nieuwe generatie binnen de Parti Socialiste die wilde afrekenen met de aanhoudende corruptieaffaires en belangenverstrengeling die de partij teisterden. Hij werd eind 1999 partijvoorzitter en zou naar eigen zeggen een „elektroshock” op de partij toepassen. Afgezien van enkele tussenpozen is Di Rupo nog altijd partijvoorzitter. Genezing van de ernstig zieke patiënt is hem niet gelukt.

En nu dan is de Parti Socialiste sinds kort voor het eerst sinds 1988 uit het Waalse bestuur verdwenen. Voor het eerst ook kent Wallonië geen socialistische minister-president meer. Aan de dominantie die de partij lange tijd heeft gehad in dit qua welvaart achtergebleven deel van België is eindelijk een einde gekomen. De kiezer kwam hier overigens niet aan te pas. Het waren interne strubbelingen die de coalitie opbliezen en ervoor zorgden dat er een nieuwe regering kwam onder leiding van de liberaal Willy Borsus, die samenwerkt met Waalse christen-democraten.

Deze nieuwe regering staat voor de opgave niet zozeer een elektroshock als wel een cultuurschok in de hele Waalse politiek te bewerkstelligen. De zogeheten kaviaarpolitci zijn immers niet alleen onder de Franstalige socialisten aan te treffen maar zijn, zo heeft de treurige geschiedenis laten zien, te vinden bij vrijwel alle partijen.

Veel is terug te voeren op het uit de hand gelopen dienstbetoon dat al te vaak is ontaard in cliëntelisme, een verschijnsel dat nog verder in de hand wordt gewerkt door de opeenstapeling van politieke functies die nog altijd mogelijk is.

Niet voor niets wordt er al jaren gesproken over een zogeheten cumulverbod dat aan deze praktijk een eind moet maken. Maar een verschijnsel dat zo eigen is aan de Waalse, maar ten dele ook Belgische politiek blijkt moeilijk aan te pakken. Toch is dit de kern van het probleem dat andere noodzakelijke veranderingen in de weg staat.

Wat hierbij wellicht helpt is dat de Parti Socialiste, die getrouwd was met het Waalse bestuur, sinds eind vorige maand in de oppositie verkeert. Net als veel andere door de kiezer in de steek gelaten Europese sociaal-democratische partijen kan de partij nu in die nieuwe rol gaan herbronnen en afscheid nemen van oude vormen en gewoonten. Het is van belang dat de lang aangekondigde maar nooit gekomen nieuwe tijd nu ook in Wallonië aanbreekt.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.