Recensie

Levendige lofzang op het bewaren van de mode

Expositie Honderd jaar geleden werd in het Centraal Museum de eerste modeconservator aangesteld. Het museum viert dat met een aanstekelijke tentoonstelling over de eigen kostuumcollectie.

Campagnebeeld van Uit de Mode 2017 Foto Centraal Museum, Utrecht/ Maison the Faux

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat het Utrechtse Centraal Museum de eerste modeconservator aanstelde: jonkvrouw Carla de Jonge (1886-1972). Onder het motto ‘het is toch altijd veel aardiger dat de oude costuums goed opgesteld in een museum te zien zijn, dan dat ze geheel vergeten in een kamferkist liggen’ legde zij de basis voor de huidige collectie van zo’n 10.000 stukken.

Dat jubileum is de aanleiding voor expositie rond die collectie. Niet per se een heel opwindend uitgangspunt, maar bij Uit de Mode pakt het goed uit, niet in het minst dankzij de vormgeving van Tessa de Boer en Joris Suk, de ontwerpers achter het modemerk Maison the Faux. Met schijnbaar eenvoudige middelen als stellages, kartonnen dozen en genopt roze plastic hebben ze een frisse, losse, moderne sfeer neergezet.

Uit de Mode is thematisch ingedeeld: er is bijvoorbeeld een zaal gewijd aan de conservator, een aan de restaurateur, en een aan de visionair, oftewel de eigenzinnige, op de troepen vooruit lopende ontwerper: Martin Margiela, Niels Klavers, Bart Hess.

De teaser van Uit de mode.

In de conservatorzaal zijn duo’s gemaakt van antieke en moderne stukken. Zo zie je dat de ‘koraalvormige’ decoratie op een zijde-met-metalen jurk van Iris van Herpen lijkt op de kraag van een avondcape uit 1895, en een met balpen gedessineerde outfit van Mattijs van Bergen dezelfde ‘schapenpootmouwen’ heeft als een trouwjapon uit 1835. Inderdaad: de geschiedenis herhaalt zich, maar wel steeds op een andere manier.

Foto Milou van Rossum

De reizende tentoonstelling De Jonge, Het Costuum onzer Voorouders uit 1936, is voor de tentoonstelling gedeeltelijk opnieuw opgebouwd. Goede vondst is om in de restauratorzaal ‘overleden’ (lees: niet meer te herstellen) kledingstukken op te nemen, die overigens niet allemaal erg oud zijn, en die te presenteren in doodskisten. De doodsoorzaak is erbij vermeld. In die zaal is ook live het restauratieproces van een outfit te volgen, en kunnen poppen door bezoekers worden aangekleed met katoenen replica’s van historische kledingstukken.

Aan het einde van de looproute is te zien hoe kledingstukken van de hand van De Boer en Suk zelf door Tenant of Culture (Hendrickje Schimmel) zijn geconserveerd door ze in plastic te vatten of er beton achter te gieten. Het is een even toepasselijke als geestige afsluiting van een levendige en aanstekelijke lofzang op het bewaren en exposeren van mode.