Opinie

Hitler en Stalin waren helemaal zichzelf, niet per se links of rechts

In onze debatcultuur zetten politieke opponenten elkaar klem door de tegenpartij te associëren met Hitler of Stalin. Ze misbruiken de geschiedenis, schrijft Hubert Smeets.

Een personeelslid loopt door de tentoonstelling genaamd 'Hitler - Hoe kon het gebeuren?' in Berlijn. Foto: Reuters / Fabrizio Bensch

Dat de begrippen links en rechts niet meer zo onderscheidend zijn als vroeger zou een open deur moeten zijn. Zo niet voor sommige opiniërende analisten die er lol in hebben om Adolf Hitler ‘links’ te noemen en Jozef Stalin van de weeromstuit ‘rechts’.

Geschiedenis is hedendaagse politiek geprojecteerd op het verleden.

Hitler zou ‘links’ zijn geweest, omdat zijn NSDAP het woord socialistisch draagt en voor een verzorgingsstaat stond, zij het een exclusief Arische. PVV’er Martin Bosma is sinds zijn boek uit 2010 dé pleitbezorger hiervan. Hij refereert aan een studie van de socioloog Jacq. van Doorn die zelf overigens allesbehalve een geestverwant van Bosma was.

Omgekeerd zou Stalin ‘rechts’ zijn. De generalissimus heeft immers miljoenen bloeddoden aan zijn handen en bloed is rechts. Onlangs twitterde columnist Jan Kuitenbrouwer: „Tegenstanders opsluiten/vermoorden […] is wat mij betreft rechts, ongeacht de formele ideologie van het regime. Stalin was rechts.” Hij baseert zich op de criteria voor ‘autoritair rechts’ van psycholoog Bob Altemeyer, die weer schatplichtig is aan filosoof Theodor Adorno.

Lees ook de column van Jan Kuitenbrouwer: Duk, Roos en Baudet: is het gekte of cynisme?

De vraag over de linkse dan wel rechtse Stalin dook op in de zijlijn van een debatje over de theorie van AD-journalist Wierd Duk dat Rusland geen dictatuur is omdat een Rus een „prima leven” kan leiden, mits hij zich niet te veel met de politiek bemoeit en zich niet tegen de macht verzet.

Zo’n scherp debat lijkt leuk, maar is het niet. Het spektakel doet de geschiedenis onrecht.

Het begint er al mee dat de begrippen links en rechts zo moeilijk zijn te definiëren. Tot 1967 zat de seculiere VVD-Kamerfractie – niet toevallig – links van de voorzitter. Rechts zaten de confessionele fracties. Vijftig jaar later is het onderscheid nog steeds ingewikkeld. Want wat zijn de kenmerken van links en rechts? Maakbaarheid tegenover traditie? Gelijkheid of onderscheid? Collectief contra individu? Internationalisme versus nationalisme? Was het maar zo simpel.

Wie Hitler en Stalin met ‘links’ en ‘rechts’ wil typeren, leeft historiografisch gezien nog in een met de Baader-Meinhof Gruppe flirtende commune in de jaren zeventig.

Natuurlijk, Hitler was de moorddadigste der fascisten, Stalin (met Mao) de gewelddadigste der communisten. Beiden werden aangesproken als Leider: Führer respectievelijk Vozjd. Beiden hebben ongekend veel bloed aan hun handen. Maar de termen links en rechts slaan de plank mis.

Twitter avatar Lennartwesel Dhr. Wesel😼 Is Rusland (3 journalisten vermoord dit jaar) een dictatuur? Journalist Wierd Duk stelt ons gerust. #welterusten https://t.co/IDcrzabbuT

Hitler stond boven links én rechts. „Een beweging die de parlementaristische waanzin wil bestrijden, moet hoe dan ook zelf vrij zijn van dat verschijnsel. Ze kan ook louter op basis daarvan de kracht vinden om de strijd te beslechten”, schreef hij in Mein Kampf. Links? Zo antiparlementair waren de meeste socialisten in 1923 al niet meer. „De vooruitgang en cultuur der mensheid zijn geen product van de meerderheid, maar berusten uitsluitend op persoonlijk genie en daadkracht” van de Führer, schreef hij in hetzelfde boek. Deze geschiedopvatting is zelfs allesbehalve links. Hitler was een raciale nationalist en determinist, hetgeen je rechts kunt noemen, een populist en ten dele modernist, wat wel weer links kan zijn, en vooral een geweld verheerlijkende antisemiet, een eigenschap die aan beide zijden kan voorkomen.

Stalin ‘rechts’ noemen is eveneens gemakzuchtig. Hij bestreed links én rechts op leven en dood, al naar het uitkwam. „Kapitalisten zijn geen lege kletsmajoors. Zij weten dat de kernvraag van de revolutie en de contrarevolutie de strijd om de macht is. Het trotskisme is de voorhoede van de contrarevolutionaire bourgeoisie”, aldus Stalin in 1931 voordat de zogeheten ‘sociaalfascismetheorie’ de sociaal-democratie tot hoofdvijand van de arbeidersklasse bombardeerde.

Theorieën over de ‘linkse’ Hitler en de ‘rechtse’ Stalin bieden amper nieuwe inzichten

Zeker, Stalin had een eclectische kant. Geschoold in het christendom, begreep hij dat atheïsme geen kans van slagen had in het Russische Rijk. Vandaar dat hij allerlei christelijke beelden en termen gebruikte. Zijn adagium ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’, varieert op Jezus’ ‘wie niet met mij is, is tegen mij’. Vanaf de Oktoberrevolutie zou hij dit idee in de burgeroorlog (1917-1922), de collectivisatie van de landbouw (1930-1932), de ‘grote terreur’ (1937-1939) en zijn laatste zuiveringen en antisemitische campagne (1949-1953) in de praktijk brengen.

De geweldsopvatting van de Vozjd was niettemin een slag anders dan die van de Führer.

Hitler zei: „Wanneer een volk het onderspit delft in de strijd om zijn rechten, dan is het te licht bevonden op de weegschaal der geschiedenis om nog voort te bestaan op deze aardse wereld. [...] De wereld is geen plek voor zwakke volkeren.” Geweld was doel en middel in één. Een ras dat terugdeinsde voor geweld was de rassenheerschappij niet waard.

Stalin zei: „Geweld is noodzakelijk en nuttig in de strijd tegen onze klassenvijanden. Zonder geweld geen dictatuur van het proletariaat.” Toen het moorden tijdens de collectivisatie van de landbouw en de liquidatie van de koelakken te gek werd, verweet Stalin de kameraden dat ze „duizelig waren geworden door hun successen”. Stalin was in de nabijheid van Lenin opgevoed met een adoratie voor de jakobijnen. Had Robespierre niet gezegd dat je „geen omelet kunt bakken zonder eieren te breken”? Hoewel Stalin een echte marxist wilde zijn, ging het idee dat de staat, als repressief instrument van het kapitaal, onder het communisme zou afsterven, er bij hem niet in. De staat was voor hem hét wapen in de strijd tegen de bourgeoisie. Zowel radicalen als gematigden aan beide zijden van het spectrum omarmden de staat als machtsinstrument.

Theorieën over de ‘linkse’ Hitler en de ‘rechtse’ Stalin bieden daarom amper nieuwe inzichten, ze onthullen eerder onze binaire debatcultuur. In die zwart-witcultuur is het schering en inslag om het verleden te misbruiken om het heden naar je hand te zetten. Wie de geschiedenis van toen aan zijn zijde denkt te hebben, kan zijn tegenstanders hier en nu klem zetten.

Martin Bosma, Jan Kuitenbrouwer en anderen zijn met die tactiek volgelingen van de historicus Michail Pokrovski (1886-1932). Deze bolsjewiek, lieveling van Lenin, schreef ooit: „Geschiedenis is hedendaagse politiek geprojecteerd op het verleden.”

Mijn advies: vergrijp u niet aan het verleden, het heden is al zwaar genoeg.