Cultuur

Interview

Flexwerken in De Genderhof in Eindhoven. Ricardo heeft een behoorlijk bewogen verleden nu is hij zijn leven aan het opbouwen.

Merlin Daleman

Zo wonen de aardbeienplukkers en aspergestekers

Huisvesting Arbeidsmigranten

Seizoenwerkers zoeken in groten getale tijdelijke woonruimte. Maar zij niet alleen. Gemeenten worstelen ermee: wie heeft voorrang?

Ze worden ‘spoedzoekers’ genoemd, en ze vormen voor een groeiend aantal gemeenten deze zomer een probleem: mensen die snel tijdelijke woonruimte nodig hebben. Omdat ze door persoonlijke problemen even dakloos zijn. Of omdat ze opeens hun kraakpand uit moesten, of juist hun anti-kraakpand. Of omdat ze maar een paar maanden in Nederland blijven.

Dat gemeenten met deze ‘flexwoners’ worstelen, komt vooral doordat deze laatste groep in de zomermaanden groot is: het gaat al snel om enkele honderdduizenden die als arbeidsmigranten en seizoenwerkers uit voornamelijk Oost-Europese landen hierheen komen.

Dat zorgt soms voor frictie. Bewoners van een woonwagenkamp aan de Haagse Viaductweg sloten vorige week hun straat af met hekken. Met name in het voorjaar en de zomer, als voornamelijk Oost-Europese seizoenwerkers hun geluk komen beproeven, ondervindt het kamp grote overlast. „Ze slapen in schuurtjes. Ze stelen onze spullen”, zegt een bewoner. „Ze trekken onze kleren aan en laten hun eigen kleren liggen.”

Wat moeten gemeenten met de aardbeienplukkers en aspergestekers? Met de bouwvakkers en schilders die soms voor slechts enkele maanden naar Nederland komen, vooral hard willen werken en veel geld willen verdienen, om na enkele maanden of jaren weer terug naar hun land te reizen?

Vorige week nog werden tweehonderd bewoners weggestuurd van de beruchte camping Fort Oranje in het Noord-Brabantse Rijsbergen, onder wie veel Oost-Europese arbeiders. Nergens konden ze heen, klaagden ze. Ze probeerden naar hun eigen land terug te keren of onderdak te krijgen bij hun werkgevers of het Leger des Heils – of sliepen desnoods in hun eigen oude auto.

De Genderhof in Eindhoven.Foto Merlin Daleman

De Slappe Band

Hoe je met ‘spoedzoekers’ kunt omgaan, is goed te zien in Eindhoven. Genderhof, een voormalig verzorgingshuis, werd in 2014 beschikbaar gesteld voor een brede groep woningzoekers: arbeidsmigranten, vluchtelingen, jongeren die niet meer thuis kunnen wonen, gescheidenen en mensen die onder begeleiding wonen, als ex-gedetineerden.

Genderhof is eigendom van woningcorporatie Wooninc, dat twee jaar geleden een overheidsprijs kreeg voor het inspirerendste ‘flexwonenproject’ van Nederland. Een kleine driehonderd mensen wonen er in de 192 appartementen.

Bijna alle bejaarden zijn vertrokken. Daarvoor in de plaats kwam een „gezonde mix” van mensen, zegt bewoner en vrijwilliger Martin de Groot, die zelf hier terecht kwam na een scheiding. „We hebben dertig nationaliteiten. Het is geleidelijk gegaan. In het begin kwamen er vooral Polen. Daar heb je nooit last van. Ze werken de hele dag en zijn hier alleen om te eten en te slapen.” Zijn ze weleens dronken? „Nou, zeker niet vaker dan Nederlanders!”

Foto Merlin Daleman

Wie hier een woning krijgt, tekent een contract voor twee jaar. „Zodat er ook weer snel appartementen beschikbaar komen voor anderen.”

De sfeer is goed, vertelt De Groot. Er is een fietsreparatiewinkel, De Slappe Band genaamd. Er worden binnenkort gratis maaltijden bereid, met overtollig voedsel van elders. Hij toont de voormalige kerkzaal, gevuld met fitnessapparaten. „Deze zaal hebben we met het geld van de prijs ingericht.” Op een podium staat een piano. „Elke zondag is hier muziek.”

Alleenstaande mannen

Het gros van de arbeidsmigranten en seizoenswerkers in Nederland laat zich registeren als niet-ingezetene om een burgerservicenummer te krijgen. Alleen daarmee kun je enkele maanden werken. Volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) ging het eind 2014 om zo’n 175.000 mensen. Het totaal aantal arbeidsmigranten ligt vele honderdduizenden hoger, aldus het CBS, als je de zelfstandig werkenden meetelt, en arbeidsmigranten die hier al jaren wonen.

In de Genderhof knappen bewoners fietsen op. Foto Merlin Daleman

„Gemeenten zijn niet verplicht arbeidsmigranten te huisvesten”, zegt een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Toch zoeken gemeenten de laatste jaren volop naar woonruimte voor seizoenwerkers. „Ze doen het toch”, zegt de woordvoerder, „meestal in regionaal verband. Want anders gaat het mis. Dan wonen er bijvoorbeeld te veel mensen in een pand, en is de brandveiligheid niet op orde.”

De gemeenten hebben afgesproken tussen 2014 en 2020 ruim 9.000 werkers te huisvesten: de ene helft door illegale bewoning te legaliseren, de andere via nieuwe huisvesting. Daarvan is nu 65 procent klaar.

Er is een „diversiteit aan mogelijkheden” voor huisvesting, is de ervaring van de regio West-Brabant, een samenwerkingsverband van negentien gemeenten. „Sommigen wonen op het terrein van bedrijven waar ze werken”, zegt Paul Vermeulen, programmamanager bij de regio West-Brabant. „Je kunt denken aan leegstaande kantoorgebouwen in steden. Maar ook aan nieuwbouw, zoals in Steenbergen, waar een schitterende accommodatie is gebouwd.”

Goia komt uit Roemenië en is seizoenswerker. Later dit jaar wil hij in Nederland gaan studeren. Foto Merlin Daleman

Kleinschaligheid heeft de voorkeur, zegt Vermeulen. Hij wijst op de professionalisering die gaande is. „Bonafide uitzendorganisaties bieden steeds vaker huizen voor hun werknemers aan.” Het inhouden van huur op het loon is niet langer toegestaan.

Er is nog een ontwikkeling: „De tijdelijke werkers zijn in het begin vooral alleenstaande mannen. Maar steeds meer arbeidsmigranten die langer dan drie jaar blijven, laten hun gezin overkomen. Dat zijn bijvoorbeeld Polen die een bescheiden rijtjeshuis kopen en het zelf prachtig opknappen.”

Een maand was hij dakloos

Het geheim achter het succes van Genderhof in Eindhoven, vertelt Sandra van Lierop, medewerker flexwonen van Wooninc, zijn goed beheer en heldere afspraken. Tijdens het intakegesprek horen de bewoners al wat de verwachtingen zijn, en „bij geconstateerde afwijkingen” worden ze daar direct op aangesproken, vertelt ze.

Op het balkon van zijn appartement staat Michiel Biesbroeck. Hij verloor na een aantal burn-outs zijn baan en moest zijn huis verlaten. Een maand was hij dakloos, toen kon hij hier terecht. Hij woont er naar volle tevredenheid. „Mensen denken hier niet in problemen, maar in oplossingen”, zegt Biesbroeck. „Je ziet mensen opveren. Ze komen veelal down binnen, maar fleuren helemaal op.”

Schuin onder hem woont een stel uit Hongarije. Ze zijn „tevreden”, zegt de 23-jarige Victoria Öszi. Vier jaar woont ze nu in Nederland, het laatste jaar in Genderhof. Ze werkt in een assemblagebedrijf, haar vriend is elektromonteur. „Ik wil in Nederland blijven”, zegt ze. „In Hongarije werk je twaalf uur per dag en verdien je nog niet genoeg. Hongaren zijn gestresst, hier zijn mensen ontspannen.”