Recensie

Glenn Helberg in Zomergasten: we kijken naar hetzelfde, maar zien iets anders

Zomergasten
Het gesprek tussen Janine Abbring en de derde Zomergast, psychiater Glenn Helberg, begon moeizaam. De kloof tussen de twee werd benoemd en uiteindelijk overbrugd.

Glenn Helberg in de derde aflevering van Zomergasten (VPRO)

‘Zeg je nou dat de afwezigheid van zwarte vaders een vooroordeel is? Dat is toch een gegeven.” Janine Abbring kijkt moeilijk. „Het is iets wat zich herhaalt en daardoor onderdeel is van de geschiedenis,” is het abstracte antwoord van haar gast, psychiater Glenn Helberg. We zitten ongeveer halverwege de derde aflevering van Zomergasten en het gesprek verloopt stroef.

Na een begin over Helbergs visie op de psychiatrie – „mijn patiënten zijn mijn boeken. Ik leer ontzettend veel van ze” - zijn we aanbeland bij de rode draad in zijn leven: diversiteit en discriminatie. Twee begrippen die helaas, zoals we in opeenvolgende fragmenten zien, vaak in een adem genoemd moeten worden.

Als psychiater, adviseur en belangenbehartiger zet Helberg zich in voor de gelijke behandeling van mensen met een andere huidskleur, afkomst of seksuele geaardheid dan de veronderstelde norm. Gediscrimineerde mensen zouden meer voor elkaar moeten opkomen, is zijn standpunt. Via fragmenten over onder andere de Gay Pride New York, de Miss Universeverkiezing 1968 en de zwarte schrijver James Baldwin slaat Helberg een brug tussen de homo-emancipatiebeweging en de Civil Rights Movement in de VS. Hij belandt daarmee uiteindelijk bij het slavernijverleden.

Hier wordt het voor Abbring moeilijk. Ondanks verwoede pogingen, krijgt zij geen grip op Helbergs redenering. Zijn bewering dat negatief gedrag van zwarte vaders geworteld is in de slavernij, stuit op onbegrip. Abbring doet het enige juiste wat je op zo’n moment kunt doen en benoemt de kloof die zij voelt. Half schertsend vraagt zij zich af of het nog wel goed zou komen tussen hen die avond.

Het lijkt haast allegorisch voor de huidige maatschappelijke patstelling. Wat voor de één een negen is, lijkt voor de ander een zes, stelt Helberg. We kijken naar hetzelfde, maar zien er iets anders in. Zelfs voor de welwillende presentatrice blijkt zo’n perspectiefwisseling een uitdaging. De overvloed aan rijke, abstracte uiteenzettingen die bij elke poging tot bijsturen een nieuwe afslag nemen, maakt het voor haar niet makkelijker. Er worden zo veel zijpaden ingeslagen dat er nogal wat losse eindjes overblijven. Zo blijft Abbring een beloofde discussie van Helbergs spirituele kanten – hij ziet een teken van zijn moeder in de groene kleur van Abbrings jurk – schuldig.

Pas de overgang naar fragmenten die meer over relationele thema’s gaan, biedt verlichting. Hier lukt het Abbring weer haar gast weg te lokken bij de grote thema’s en persoonlijker te worden. Bij een teder fragment uit de Oscarwinnende speelfilm Moonlight dreigt even een smet op hun pril herstelde relatie te komen, omdat deze keer Helberg in de stereotypenval trapt. Hij gaat ervan uit dat Abbring nu wel naar zijn seksleven zou informeren, want dat doen mensen graag bij homo’s. De presentatrice wilde echter juist dicht bij het fragment blijven en een in dit geval relevante persoonlijke vraag stellen over aanraking.

Door zichzelf kwetsbaar op te stellen en open over haar eigen ervaringen te vertellen, ontmantelt zij charmant de afwerende houding van haar gast. Tijdens het volgende en laatste fragment - een live uitvoering van het toepasselijke liedje ‘I am what I am’ - zien we de twee swingend en lachend op hun stoelen. De kloof is overbrugd.

Zoals Helberg eerder in de uitzending zei over relatietherapie: „Ik kan een relatie niet redden, maar proberen te zorgen dat de partners elkaar leren verstaan.” Deze aflevering van Zomergasten heeft niet alleen laten zien hoe moeizaam dit proces kan verlopen, maar ook wat er te winnen valt. Na afloop stonden presentatrice en Zomergast op de klanken van Louis Armstrongs ‘What a wonderful world’ te dansen op het camperdak. Ze raakten elkaar aan. De relatie leek gered.