Column

Volg het advies van ANWB-leden en je eindigt in Sprookjeswonderland

Het gebeurde in een opwelling, zoals de hele vrijetijdsbesteding sinds twee kinderen ad hoc gebeurt. De Vriendin vond een foto van zichzelf als driejarige in een treintje. ‘Enkhuizen’ stond er met potlood bij geschreven. Ze oogde blij toen, herinnerde zich niet dat ze er iets aan had overgehouden en dus zaten we een kwartier later opeens met de hele bups in de auto op weg naar ‘Sprookjeswonderland’, een attractiepark voor gezinnen waarvoor De Efteling te duur of te ver weg is.

Onderweg verveelde ik iedereen met de herinnering dat ik 25 jaar geleden met mijn vader door Nederland fietste en dat we in Enkhuizen bij cafés naar pleisters vroegen omdat ik ergens voorbij Lelystad van de fiets was gevallen, maar dat ze die niet hadden in Enkhuizen.

Een sticker op het kassahokje van Sprookjeswonderland moest ons doen denken dat we de goede beslissing hadden genomen. In 2014 waren ze door de ANWB-leden gekozen tot leukste uitje van Noord-Holland. Dan leg je het als provincie wel af tegen collega’s als Gelderland, waar zo’n plek de toptien echt nooit zal halen, zelfs niet in oorlogstijd.

Wat zegt dit over de ANWB-leden, dacht ik terwijl ik met de oudste van twee op een plastic pony zat en we hotsend en klotsend over een rails werden getrokken. Op het plastic paard voor me een dikke oma, het kleinkind tussen de dijen geklemd. De vraag of die zwarte plastic pony dat ging houden, vond ik nog het spannendst.

Daarna naar het sprookjesbos.

Tafereeltjes van kabouters die de was deden, of kruideniertje speelden. Stond ik daar met andere vaders aan een hekje te rammelen, tot er een lap op een bezem tevoorschijn kwam die een heks moest voorstellen.

Een andere attractie was ‘geitje aaien’.

Ik lag met de oudste tussen de keutels terwijl ze een vingertje in het oor van een geitje stak. Het beest reageerde niet eens, gek geaaid als het was.

Het was leerzaam om eens tussen soortgenoten te verkeren.

Een andere vader had zijn baby naast een klein geitje gelegd.

Of ik een foto wilde maken?

“Weer een zaterdag voorbij, dus ja”, zei hij toen ik hem vroeg of hij een leuke dag had.

De lat lag niet zo hoog.

Het was niet het moment om mezelf op de borst te kloppen, maar ik vond ons er gunstig uit springen in vergelijking met de andere ouders. Wat ik verder overhield aan deze dag was dat ik onderzoeken gebaseerd op de mening van ANWB-leden nooit meer serieus ging nemen.

schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.