Recensie

Zanglijsters en kikkers bij opera Hans en Grietje

Hänsel und Gretel

De opera Hänsel und Gretel is nu te zien in het bos. De regie is wat bedaagd, maar de jonge solistencast veelbelovend. De locatie het best denkbaar.

Hänsel und Gretel in een bos bij Velp. Foto Jan Hordijk

Het is nogal een gok, opera in de openlucht in Nederland. Maar het weer werkte mee. De NJO Muziekzomer ging vrijdagavond van start met de sprookjesopera Hänsel und Gretel van Engelbert Humperdinck op de best denkbare locatie: onder de blote hemel, in een donker bos.

Van zijn akoestiek moet openluchttheater De Pinkenberg bij het Gelderse Velp het niet hebben. Wel van zanglijsters die de ouverture becommentariëren, kikkers die tussen de houten banken over je voeten springen en een onverslaanbaar natuurlijk decor. Dekentjes waren voorzien. Het advies muggenspray mee te nemen was niet overbodig.

Humperdincks opera is een hitcombi van het sprookje van Grimm, wagneriaanse orkesttapijten en vrolijke of juist zwoele melodieën. Het bekende verhaal scheert van sentimentaliteit naar gegriezel, waarbij de muziek voor diepgang zorgt. Dirigent Antony Hermus, vaste gast bij het NJO, is er wederom in geslaagd zijn talenten samen te smeden tot een hecht orkest dat met overgave en soepel musiceert. De klank was mooi (al vervloog er onvermijdelijk veel) en de solistische bijdragen uit het orkest waren opvallend goed.

Hänsel und Gretel in een bos bij Velp. Foto Jan Hordijk

David Prins zocht in zijn wat bedaagde regie niet het contrast, maar onderstreepte de handeling en het tijdsbeeld van de opera. Hans en Grietje en hun ouders gingen gekleed in oubollige ruitjes en ook de oven en de bezem kwamen rechtstreeks uit de negentiende eeuw. Centraal zat het voltallige NJO-orkest – in rok – onder een overkapping van groen zeil. De muziek speelt een hoofdrol, leken de makers te benadrukken.

Gevolg was wel dat er maar een smalle speelstrook overbleef en de actie niet steeds goed te zien was. Om vergelijkbare redenen ontbrak er boventiteling – te afleidend, vond men. Maar doordat de Duitse tekst soms moeilijk te verstaan was werd het zo juist lastiger om op te gaan in de voorstelling, hoe mooi het decor ook werd uitgelicht.

De individuele zang- en acteerprestaties maakten veel goed. NJO maakte deze productie samen met De Nationale Opera Academy en de solistencast was sterk en veelbelovend. Mezzo Nina van Essen (Hänsel) en sopraan Jeannette van Schaik (Gretel, te elfder ure ingevallen voor de zieke Nikki Treurniet) vormden een prettig koppel dat zichtbaar plezier had en elkaar goed aanvoelde Bariton David Visser zette een liederlijk lallende vader neer, die de boodschappen thuisbracht bij zijn vrouw en in één moeite door zijn broek liet zakken. De Heks van sopraan Maari Ernits was een nattezoenentante op dominatrix-laarzen, hyper en gemeen en lekker vet geacteerd.

En er was één magisch moment: Hänsels vertwijfelde roep ‘Wer da?’ werd uit tientallen orkestkelen ge-echoot, in een spookachtige bosharmonie.