Komt er een tweede referendum over de Brexit?

Referendum

De politieke patstelling in Londen is zo groot, dat die volgens sommigen alleen opgelost kan worden met wéér een referendum.

Een anti-Brexit mars voor het Britse parlement in Londen. Foto Micha Theiner / eyevine

De meest memorabele oneliner van de afgelopen Britse verkiezingscampagne kwam van Brenda uit Bristol. Toen zij in april op straat door een verslaggever van de BBC gevraagd werd wat ze vond van de vervroegde stembusgang, zei ze: „You are joking! For God’s sake. Not another one.” Ze ging viral. Ze vertolkte een breed gedragen sentiment.

Na het Schotse onafhankelijkheidsreferendum van 2014, de verkiezingen van 2015, het Brexitreferendum van 2016 en de vervroegde verkiezingen van 2017 hebben veel Britten er even schoon genoeg van. Laat die politici maar een tijdje besturen. Just get on with it.

Toch wil het idee van een nieuwe stembusgang, ditmaal in de vorm van een tweede Brexitreferendum, maar niet verdwijnen. Vorige week pleitte hoogleraar politicologie Vernon Bogdanor in The Guardian voor een nieuw referendum. „Als May de verpletterende overwinning had behaald die zij wenste, was dat een bevestiging van het Brexitreferendum. Maar de verkiezingsuitslag heropent het debat over Europa”, aldus Bogdanor, die als docent aan Oxford ooit David Cameron les gaf.

Steun voor zachtere Brexit

Uit de verkiezingsuitslag destilleert Bogdanor meer steun voor een zachtere Brexit. Daar pleitte Labour voor. De partij deed het beter dan verwacht en voorkwam dat de Tories een werkbare meerderheid behaalden. Westminster is nu diep verdeeld. Bogdanor: „De enige manier uit deze impasse is wellicht om het onderhandelingsresultaat voor te leggen aan het volk.”

Dat is precies waar ook Sadiq Khan, de burgemeester van Londen, en oud-premier Tony Blair voor pleiten. Ook hun argument is: de werkelijke situatie in maart 2019 kan heel anders zijn dan de beloftes van de campagne van 2016. Blair zei: „Als een aanzienlijk deel van de 52 procent (die Leave stemde, red.) werkelijk van gedachten verandert, moeten wij een kans hebben om het besluit te heroverwegen.”

Hoe snel beloftes omslaan, bleek de afgelopen weken. Voor het zomerreces opperde minister Boris Johnson (Buitenlandse Zaken) nog dat de EU „kon fluiten” naar een Britse eindrekening van tientallen of zelfs honderd miljard euro voor lopende financiële verplichtingen. Dit weekend meldde The Sunday Telegraph dat de regering van May bereid is 36 miljard te betalen aan de EU.

Uit verschillende peilingen zou blijken dat de steun voor een tweede referendum toeneemt. Peilingbureau Opinium berekende in juli dat 41 procent van de Britten voorstander is. Survation schat dat percentage zelfs op 53 procent. Toch doen de meeste Britse politici er op dit moment alles aan om deze noodoplossing te vermijden. De harde feiten van de vorige verkiezingsuitslag wijzen erop dat kiezers niet warm liepen voor partijen die pleitten voor een nieuw referendum.

De LibDems voerden campagne voor een tweede referendum en wisten bar weinig vooruitgang te boeken. Bij de verkiezingen behaalden de liberaal democraten slechts 7,3 procent van alle stemmen, een kleiner aandeel van het totaal dan in 2015 (7,9 procent), toen de LibDems door kiezers werden afgestraft voor deelname aan de coalitieregering met de Tories.

Referendum Schotten leek slim

Nicola Sturgeon beloofde dat haar Scottish National Party een nieuw onafhankelijkheidsreferendum zou regelen, zodat Schotten de kans hadden om onderdeel van ofwel de gehele EU ofwel de interne markt te blijven. Dit leek een slimme politieke redenering: een meerderheid van de Schotten stemde bij het Brexitreferendum immers om bij de EU te blijven, wat de onafhankelijkheidsbeweging sterkte. Toch presteerde de SNP slecht bij de verkiezingen: de partij kreeg slechts 3,1 procent van de landelijke stemmen, minder dan de 4,7 procent in 2015. De SNP daalde van 56 naar 35 zetels in het Britse Lagerhuis na de vervroegde verkiezingen.

Lees ook over het Brexit-effect: eerste grote Britse bank kiest voor Amsterdam

Het besluit van Theresa May om twee jaar voor tijd naar de stembus te gaan werd gezien als slimmigheid. Zo zorgde ze ervoor dat de volgende verkiezingen vooruit werden geschoven van 2020 naar 2022, zodat die geen oordeel zouden worden over Brexit (maart 2019). Het slechte verkiezingsresultaat van juni dreigt die opzet echter te verstoren. May kan de Brexitkoers niet meer alleen bepalen.