Recensie

De Eroica als staand avontuur uit het hoofd

Chef-dirigent Nicholas Collon aan het werk. Foto Julie Algra

Het publiek klapt een driekwartsmaat, waarop het orkest daar stampvoetend tegenin gaat. Nicholas Collon en zijn Aurora Orchestra laten de bezoekers van Het Concertgebouw het revolutionaire vuur van Beethovens Derde Symfonie, de ‘Eroica’, aan den lijve ervaren. Ze zingen het thema van het slotdeel. „Dit is niet heroïsch, maar lachwekkend simpel”, zegt Collon. Totdat de hobo boven de strijkers uitzingt, als een menselijke stem, en de dynamiek van het slotdeel plots verandert.

Dirigent Collon ontrafelt enkele mysteries van de Eroica, een werk dat steeds van gedaante wisselt, „als een acteur die voortdurend nieuwe kleren aantrekt”. Een „droge en academische” fuga in de eerste violen roept bijna ondraaglijke spanning op wanneer de andere instrumentgroepen zich ermee bemoeien. In die carrousel kan de muziek op den duur nergens meer heen, en bevriest.

„Hemel en aarde zullen beven als deze symfonie gespeeld wordt.” Die woorden tekende vriend Ferdinand Ries op uit de mond van Beethoven. De componist wilde „het noodlot bij de keel grijpen”, na de ontdekking dat hij doof werd. „Kracht is de moraal van mannen die zich verheffen boven anderen”, schreef hij in een brief, „en die kracht zal ook de mijne zijn”.

Daarna maakte Beethoven zich los van de erfenis van Haydn en Mozart, en gaf de muziekgeschiedenis een nieuwe wending. Dat elan past bij Collon en zijn Aurora Orchestra, die de Eroica staand vertolken en by heart - wat toch mooier klinkt dan uit het hoofd. Die aanpak levert in langzame en zachte passages een weergaloze intensiteit op. Felle tutti’s daarentegen dreigen soms te ontsporen door de staande strijkers, hun beweeglijkheid laat klanken niet versmelten, maar botsen.

Voor de Eroica waren symfonieën gebouwen, en liepen luisteraars eromheen. Beethoven maakte er een reis van. Die zin voor avontuur beklijft na Aurora’s optreden. Beethovens muzikale gedaanteverandering echode eveneens na in de Metamorphosen, waarin ook Richard Strauss verlies neerzet als bron van wedergeboorte.