Beleggers willen een schokbestendiger Aegon

Deze rubriek belicht beursfondsen in de belangstelling. Deze maandag: verzekeraar Aegon.

Foto Koen van Weel/ANP

Voor wie belegt in een verzekeraar, is solvabiliteit een essentiële graadmeter. Het vertelt je in hoeverre zo’n bedrijf in staat is om alle toekomstige verplichtingen te kunnen uitbetalen. En daarmee dus ook hoe goed de verzekeraar eventuele tegenvallers kan opvangen. Hoe verder de solvabiliteit boven de 100 procent uitkomt, hoe beter.

Bij de Nederlandse tak van Aegon maakt de solvabiliteit aandeelhouders al een tijdlang ongerust. Eind vorig jaar kwam het cijfer daar uit op 135 procent – weliswaar binnen de door Aegon zelf opgestelde grenzen van 130 tot 150 procent, maar toch veel dichter bij de onderzijde dan beleggers comfortabel vinden.

Toen dit voorjaar bleek dat de buffers van Aegon minder hoog waren dan gedacht, reageerden beleggers nerveus

Bovendien krijgt Aegon de komende tijd te maken met twee veranderingen in het model waarmee de kapitaalpositie wordt berekend: een lagere rekenrente en een beperktere mogelijkheid om verliezen te compenseren. Beide wijzigingen hebben tot gevolg dat de solvabiliteit van Aegon Nederland verslechtert.

De top van de verzekeraar werkt daarom nu aan een plan dat de schokbestendigheid van de Nederlandse tak moet vergroten. Welke maatregelen daarvoor nodig zijn, maakt het bedrijf donderdag bekend. Dan presenteert het de halfjaarcijfers. Topman Alex Wynaendts liet eerder al weten dat het waarschijnlijk een mix wordt van „een beter risicoprofiel, het optimaliseren van activiteiten en steun vanuit het moederbedrijf”.

Nieuw kapitaal vrijmaken

De grote vraag is nu, meent analist Albert Ploegh van ING, naar welk niveau Wynaendts de solvabiliteit wil ophogen. Wordt het 150 procent, de bovengrens van de huidige doelstellingen? De kans is namelijk groot dat aandeelhouders dat nog steeds te weinig vinden, denkt hij. „Ik verwacht dat de markt uitgaat van 160 procent.”

Onzeker is ook nog wat de huidige solvabiliteit van Aegon Nederland is. Na afloop van het eerste kwartaal – de laatst bekende cijfers – was dat volgens topman Wynaendts „ongeveer 140 procent”. Maar door het aanpassen van de mogelijkheid om verliezen te compenseren, gaat daar volgens Aegon mogelijk 8 procentpunt vanaf. En de nieuwe rekenrente kost alleen al in 2018 nog eens zo’n 4 procentpunt, denkt de verzekeraar.

Lees ook het profiel dat NRC schreef over topman Wynaendts, “een atypische Nederlander”

Hoe groot het gat tussen de huidige en gewenste situatie exact zal zijn, valt volgens analist Ploegh moeilijk te voorspellen. Wel kan hij een inschatting maken van wat het kost om de solvabiliteit te verhogen: voor elke 10 procentpunt extra is ongeveer 370 miljoen euro aan kapitaal nodig.

Verkopen of herverzekeren

De eerste procentpunten extra zullen volgens Cor Kluis, analist bij ABN Amro, niet zo’n probleem worden. Aegon heeft bij zijn Amerikaanse tak recentelijk namelijk zo’n 630 miljoen euro aan kapitaal vrijgespeeld door een pakket met polissen onder te brengen bij een andere partij. En dankzij deals en kapitaalacties in het Verenigd Koninkrijk en Azië heeft Aegon ook daar nog eens zo’n 150 miljoen pond (ruim 166 miljoen euro) en 165 miljoen euro aan vrij kapitaal.

„Alles bij elkaar opgeteld is dat bijna een miljard euro”, zegt de ABN-analist. „Onze verwachting is dat ze dat kapitaal gaan overhevelen naar Nederland. Wij denken dat de Nederlandse solvabiliteit daardoor met zo’n 25 tot 30 procentpunt zou kunnen toenemen.”

Mocht dat uiteindelijk onvoldoende blijken om aan de nieuwe doelstelling te voldoen, dan kan Aegon nog besluiten een onderdeel te verkopen. Of om – net zoals in de VS – iets onder te brengen bij een andere partij, waardoor de verzekeraar het risico niet langer zelf hoeft te dragen. In beide gevallen gaat dat echter ten koste van de winst die Aegon maakt. Kluis: „Het management moet afwegen welke optie het slimste is, wat het minste winst kost.”