Niemand wist zo veel van oude Nederlandse jazz

Herman Openneer in 1975

Jarenlang zetelde Herman Openneer in zijn centraal opgestelde fauteuil in het Nederlands Jazz Archief in Amsterdam, omringd door aandachtig luisterende bezoekers. Altijd waren er geïnteresseerden met vragen over de Nederlandse jazz in de jaren vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er was er maar één die zo veel van dit onderwerp wist als hij.

Openneer was vele jaren „het gezicht en de drijvende kracht van de organisatie”, aldus een nieuwsbrief van het Nederlands Jazz Archief. Op 5 juli stierf hij, 82 jaar oud.

Als zoon van kunstschilder Herman Openneer, gespecialiseerd in verkoopbare landschapjes, wierp ook Herman junior zich aanvankelijk op dit ambacht. Een vennetje signeerde hij met namen als Van der Ven of Van der Plasch, een rijtje bomen met Van de Bosch.

Intussen kocht hij op rommelmarkten grote aantallen platen met oude jazz, zó veel dat heel wat liefhebbers graag bij hem thuis kwamen luisteren. Aan de toen nog levende Amerikaanse jazzpioniers die op die platen te horen waren, schreef Openneer brieven vol vragen. Daardoor kon hij er ook steeds meer over vertellen. Zijn kennis gebruikte hij voor gedegen artikelen in het hobbyblad Dr. Jazz Magazine en later in het Jazzbulletin van het NJA.

In de jaren zeventig bespeelde Openneer wasbord in het populaire jazzorkestje The Animal Crackers, dat hij de bijnaam „de band zonder stekkers” gaf. Omdat zij bij allerlei evenementen rondliepen tijdens het spelen, grapte hij eens: „Nu heb ik eindelijk een loopbaan”.

Samen met geluidsrestaurateur Harry Coster gaf Openneer onder de naam Granny Records ook een groot aantal platen uit met Nederlandse jazz-opnamen uit de jaren dertig en veertig. Openneer was meestal degene die uitzocht wie in welk nummer welk instrument had bespeeld. Met die uitgaven, ontdaan van tikken en ruis, wilde het tweetal de muzikale kwaliteit van dit vergeten materiaal onder de aandacht brengen.

In het boekje Washboard Blues, dat het NJA ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag uitbracht, beschrijft menigeen hoe gepassioneerd Herman Openneer over zijn lievelingsmuziek wist te vertellen: „In het weekend bij Herman logeren betekende dat je diep in de nacht niet alleen de plaat, maar ook Herman moest afzetten”.