‘Media geven scheef beeld van armoede in de wereld’

Proefschrift

Mirjam Vossen promoveerde op de stelling dat schrijvende journalisten een eenzijdig beeld geven van armoede in ontwikkelingslanden.

Nigeriaanse man bij een ‘connect point’ voor mobiele telefoons in Lagos, 2015. Foto George Osodi/Bloomberg

Honger in de Hoorn van Afrika vorig jaar. In de media waren stoffige magere kinderen met lege pannetjes te zien. Dat klopt, dat is gebeurd. Maar, zo zegt mediawetenschapper Mirjam Vossen (1965): „Schrijf er dan ook bij wat de grotere trend is: dat de hongersnoden flink zijn afgenomen, in aantal en omvang.”

Schrijvende journalisten, zo stelt Vossen in haar proefschrift Framing Global Poverty, geven een fout beeld van armoede: dat van uitzichtsloze stilstand. De onderzoeker, die dinsdag promoveerde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, schrijft: „Nieuwsmedia willen ‘nieuws’ brengen. Dat gaat vooral over misstanden. Het feit dat afgelopen jaren een kwart miljoen mensen per dag uit de extreme armoede ontsnapte, is geen nieuws. De gewone mediaconsument hoort alleen maar over conflicten, slecht bestuur, rampen en ellende. Geen wonder dat mensen denken dat er nooit iets verandert.”

Vossen onderzocht ruim duizend artikelen uit zestien kranten uit Nederland, Vlaanderen en het Verenigd Koninkrijk. Ook onderzocht ze campagnes van ngo’s. Ze ondervroeg verder 54 journalisten die regelmatig over armoede in ontwikkelingslanden schrijven. Die bleken best te weten dat de armoede flink is gedaald. Vossen schrijft: „Echter, doordat berichtgeving wordt gedreven door de actualiteit en nieuwswaarden, vindt deze genuanceerde visie relatief weinig weerslag in hun artikelen.”

Grote verrassing uit haar onderzoek is dat juist de ‘zielige slachtofferfoto’s’ van hongerige mensen weinig meer voorkomen in de geschreven media. hoe kan het dat dit beeld toch nog zo sterk is blijven hangen? Volgens Vossen omdat het algemene verhaal over arme landen hetzelfde is gebleven.

Vossen stelt in haar boek dat de eenzijdige verslaggeving een negatief beeld heeft op de publieke opinie: „Het beeld dat de meeste Europeanen hebben van ontwikkelingslanden is meestal ingekleurd door honger, ziekte, droogte en andere ellende. Veel mensen hebben bovendien twijfels over het nut van ontwikkelingssamenwerking: ze vinden dat we moeten helpen, maar ze denken tegelijkertijd dat het niet veel uithaalt.”

Ze betreurt dat het draagvlak voor ontwikkelingshulp krimpt. Wil zij dat veranderen, en is dat wel haar rol als onderzoeker? „Nee, je mag van mij vinden wat je wil over ontwikkelingshulp, maar het moet wel gebaseerd zijn op een wereldbeeld dat klopt.”

Vossen pleit wel voor een andere, „constructief journalistieke benadering”. Journalisten moeten niet alleen over problemen schrijven, maar ook over positieve verandering. Vossen: „Ik ben zelf ook journalist, ik weet hoe het werkt: je antenne staat uit voor de dingen die fout gaan. Maar je moet verantwoordelijkheid nemen voor het wereldbeeld dat je meegeeft. Iets meer aandacht schenken aan de oplossingen zou beter zijn. De journalistiek laat gewoon een verhaal liggen.”