De reuzensprong én de pijnlijke trainerswissel

Succes Oranje

Na het teleurstellende WK twee jaar terug hebben de speelsters van Oranje, zondag EK-finalist, enorme progressie geboekt. Hoe hebben de leeuwinnen dat voor elkaar gekregen?

De speelsters van het Nederlands elftal peppen elkaar op voor de halve finale tegen Engeland, die ze met 3-0 wonnen. Foto Erwin Spek/ANP

Toen zijn voormalige speelsters donderdagavond de halve finale van het EK speelden, zat Arjan van der Laan niet voor de televisie. Hij kan er niet naar kijken. Hoezeer de Oranje Leeuwinnen hem ook aan het hart gaan, hun succes is te confronterend om te zien. „Ik beleef er geen plezier aan”, zegt de man die tot eind 2016 bondscoach was.

Als het aan hem had gelegen, was hij dat nog steeds. Maar het liep anders. Wanneer hij nu ’s ochtends de krant openslaat en de succesverhalen over Oranje leest, valt zijn oog meteen op zinnetjes die over hem gaan. Opmerkingen die veelal gepaard gaan met een compliment aan Wiegman. Zij staat wél midden in de groep, wordt gezegd. Alsof zijn werk niets heeft betekend voor dit Oranje.

Toch lijkt zijn ontslag een cruciale stap te zijn geweest op weg naar de finale van het EK, zondag in Enschede. Een opmerkelijk moment in de twee jaar die volgen op het teleurstellende WK in Canada, toen de speelsters het gevoel hadden dat er meer in had gezeten. Nu, twee jaar later, is het alsof ze de wereld aankunnen. Ze voetballen alsof ze een reuzensprong hebben gemaakt. Alles klopt. Alles lukt.

Volg de EK-finale in ons liveblog

Waarin schuilt dat verschil? Is het de onverstoorbaarheid die de speelsters zich eigen hebben gemaakt? De gouden hand van Wiegman? Toegenomen professionalisering? Zijn het de oefenduels met toplanden die Arjan van der Laan voor het EK had ingepland? Een reconstructie.

Ze lieten zich in de war brengen. Nu vind ik onverstoorbaarheid juist de kracht van dit team

Ten eerste moet worden genuanceerd dat het WK in Canada rampzalig verliep. Op hun eerste WK ooit bereikten de Nederlandse speelsters de achtste finale, zij het als een van de hoogst geklasseerde nummers drie in de poule. Dat Japan daarin te sterk zou zijn, was geen onlogisch scenario. Toch kwamen de speelsters gedesillusioneerd thuis. Hun spel was niet zo mooi als verwacht en bovendien grepen ze naast het beoogde ticket voor de Olympische Spelen, waarvoor een plek bij de laatste acht vereist was.

„Er zat meer in, maar het kwam er niet uit”, zegt verdediger Anouk Dekker. „En ik verbaas me er nog over waarom niet. Het was een eerste WK, een groot toernooi, ver verwijderd van het thuisfront.”

Speelsters zijn nu mentaal verder

Mentaal waren de speelsters niet zo ver als nu, stelt Minke Booij, destijds net in dienst als manager vrouwenvoetbal bij de KNVB. Heel het WK was er bijvoorbeeld gezever over blessureperikelen van spits Vivianne Miedema. Van migraine tot haar ongesteldheid aan toe. „De speelsters waren daar gevoelig voor. Ze lieten zich in de war brengen. Nu vind ik onverstoorbaarheid juist de kracht van dit team. De reserverol van aanvoerder Mandy (van den Berg red.) had voorheen tot onrust kunnen leiden, maar niemand trekt zich er nu iets van aan. Ook Mandy niet.”

Na het WK was al snel duidelijk dat de bond afscheid zou nemen van toenmalig bondscoach Roger Reijners. Zijn contract liep door tot na het olympisch kwalificatietoernooi in 2016, maar met het oog op het naderende EK in eigen land vond ook hij het verstandiger om alvast een ander aan te stellen. Belangrijkste ambitie was dat er aanvallender werd gespeeld, zonder angst om te verliezen. Zijn assistent Sarina Wiegman leek een voorname kandidaat om hem op te volgen, maar ze had niet de juiste papieren. Ze moest de cursus Coach Betaald Voetbal nog volgen.

Zo verscheen in oktober 2015 Arjan van der Laan ten tonele, een sierlijke oud-middenvelder bij Sparta die nog nooit een vrouwenteam had getraind, behalve het team van zijn vrouw in de derde klasse bij de amateurs.

Verfrissing gebracht

„Ik heb fantastisch met de ploeg kunnen werken’’, zegt Van der Laan, die tegenwoordig assistent-trainer bij Sparta is. „Ik denk dat ik verfrissing heb gebracht. Ik heb Kika van Es weer bij Oranje gehaald, en Jackie Groenen, die het nu heel goed doet. Ik ben meerdere keren naar haar club Frankfurt gegaan. En niet alleen naar haar, ook naar andere speelsters. Doordat ik maar één keer per maand intensief met ze kon werken, tijdens trainingsstages, zocht ik de speelsters op bij hun clubs in Engeland, Noorwegen, Duitsland. Ik sprak met hen en hun coaches. Het idee daarachter was dat iedereen hetzelfde beeld had van de punten waar de speelster nog aan moest werken.”

Voordeel voor Van der Laan was dat inmiddels bijna alle speelsters de overstap naar het buitenland hadden gemaakt, waar ze vaker kunnen trainen dan in Nederland. Shanice van de Sanden ging na het WK naar Liverpool, Danielle van de Donk naar Arsenal, Anouk Dekker naar Montpellier. Volgens Dekker is die stap essentieel geweest voor het succes van Oranje. „Bij FC Twente had ik nog een baan van achttien uur per week. Dat moest wel, want van de verdiensten viel niet te leven, ook niet als je zuinig doet. In Montpellier kan ik me volledig op voetbal richten, ben ik rustiger in mijn hoofd. Als de trainer plots een tweede training wil inlassen, is dat geen probleem. Bij Twente kon dat niet, omdat speelsters moesten werken of een toets hadden.”

Met het oog op de groei van zijn ploeg plande Van der Laan bewust oefeninterlands tegen sterkere landen. „Je kunt wel tien keer tegen Thailand oefenen, maar daar heb je niks aan.” Dus oefende Nederland tegen landen als Amerika, Canada, Duitsland en Engeland. Al die duels gingen verloren, maar Van der Laan zag progressie. „De uitslagen hadden beter kunnen uitvallen. Voor het duel met Duitsland hadden we twaalf zieken. Op een lege maag is het toch lastiger voetballen.’’

„Er ging ook veel fout”, zegt international Kelly Zeeman, „maar van die wedstrijden hebben we ook veel geleerd. Bijna al die landen speelden 4-4-2, net als onze tegenstanders op dit EK.”

Foto Patrick Post/AP Photo

Van der Laan putte vertrouwen uit zijn sparringsessies met Foppe de Haan, die sinds augustus 2016 zijn assistent was, naast Wiegman. „Ik heb een stuk of vijf goede gesprekken met Foppe gehad in Friesland. Toen ik zei dat het glas wat mij betreft halfvol was, zei hij: ‘Het is driekwart vol.’ Toch hebben we altijd kritisch naar onze trainingsstages gekeken. Er gaan dingen fout, en de dag erna zorg je dat het beter gaat. Een intensief proces.’’

Op de burelen bij de KNVB was Hans van Breukelen minder overtuigd van die progressie. Bij zijn aantreden als technisch directeur in juni 2016 vroeg Van Breukelen zich af hoe Van der Laan op zijn positie was gezet. „Hij was niet de juiste man op die plek”, zegt Van Breukelen. „Juist daarom heb ik hem meteen alle steun aangeboden. Foppe de Haan werd om die reden aan de staf toegevoegd en we boden Arjan mentale begeleiding aan.” Die hulp kwam van het Bureau Toegepaste Sociale Wetenschappen waarvan Rini Stoutjesdijk directeur was.

Van Breukelen had Sarina Wiegman aan zijn zijde. De samenwerking tussen haar en Van der Laan verliep allesbehalve ideaal. Ze dachten anders over voetbal en in tegenstelling tot Van der Laan vond zij dat Oranje juist te weinig vooruitgang boekte. En dat is ook wat ze Van Breukelen vertelde in een gesprek. Van der Laan zat er stomverbaasd naast. „Ik dacht: ‘Wat is hier in vredesnaam aan de hand?’ Ze brandde de periode van september tot december 2016 volledig af.”

Goed gevoel

Zelf had hij nog altijd een goed gevoel van de laatste oefenwedstrijd voor dat gesprek, de 1-0 nederlaag tegen Engeland. „Het kippenvel stond na afloop op mijn armen. Het niveau, de teamgeest. Het totaalplaatje klopte.”

De KNVB ontsloeg hem een dag voor Kerst. Van der Laan voelde zich door Wiegman opzij gezet, maar bij de KNVB wilden ze niet van een machtsgreep weten. „De maatregelen die ik nam hadden geen effect”, verklaart Van Breukelen. „Ik heb heldere gesprekken gehad met de spelersraad. Vanuit de groep was duidelijk dat het zo niet verder kon.”

Sarina Wiegman werd Van der Laans opvolger, de uitgesproken Haagse die inmiddels het gewenste trainersdiploma had gehaald, als derde vrouw in Nederland. De KNVB zag in haar de best denkbare kandidaat. Vrouw, gekwalificeerd, oud-international, zelfverzekerd. Wiegman zei onlangs in NRC dat ze het logisch vond dat ze werd verkozen. „Ik heb alle bagage die nodig is.”

Je kunt wel tien keer tegen Thailand oefenen, maar daar heb je niks aan

De speelsters zijn enthousiast. „Je hoeft tegen Sarina maar één woord te zeggen en ze heeft haar plan klaar”, zegt Anouk Dekker. Tegen de NOS noemde Loes Geurts haar „duidelijk en toegankelijk”, terwijl Lineth Beerensteyn het „extra fijn” vindt dat Wiegman een vrouw is.

Vlak na haar aanstelling haalde Wiegman Arjan Veurink bij de ploeg, wat wordt gezien als een belangrijke zet. De voormalige trainer van de vrouwentak van FC Twente is haar assistent en geldt als een workaholic die continu bezig is met het analyseren van de opponent. De speelsters kunnen bij hem terecht voor een compilatie van hun directe tegenstander. Van vijf minuten, van twintig minuten, van aanvallende tot verdedigende acties. Dat is topsport. Net als het feit dat de vrouwen voor dit toernooi een eigen matras mochten uitkiezen voor hun slaapkamer in Zeist, hard dan wel zacht.

„Topsport is het vergroten van je kansen om te winnen”, zegt Minke Booij. „En soms leidt dat tot het ontslag van een trainer, hoe vervelend dat ook is.”