De buikpijn van Pechtold

Formatie

Volgende week hervatten VVD, CDA, D66 en ChristenUnie de onderhandelingen. Alle ogen zijn op Pechtold gericht. D66 moet kiezen tussen twee kwaden.

Foto Jerry Lampen/ANP

„Een paar mooie, zomerse weken.” Dat wenste Alexander Pechtold zijn mede-onderhandelaars toe aan het begin van de formatievakantie. Hij hoopte, zo schreef hij in een nieuwsbrief aan D66-leden, dat iedereen bij terugkomst „uitgerust” zou zijn en „klaar voor de inspannende eindfase van de formatie”.

Volgende week is het zover: dan hervatten VVD, CDA, D66 en ChristenUnie de onderhandelingen over een nieuw kabinet. De ogen zullen gericht zijn op D66, de partij die de meeste buikpijn heeft van deze combinatie.

Pechtold en de zijnen moeten de komende weken kiezen tussen twee kwaden. Verbinden ze zich aan een overwegend conservatief kabinet – ‘rechts met den Bijbel’, zoals PvdA-leider Lodewijk Asscher plagerig zegt? Of zeggen ze nee, en geven ze de missie op van het ‘verbinden van progressief en conservatief’ – een van hun belangrijkste campagnethema’s? Om nog maar te zwijgen van de mogelijke gevolgen: een wankel minderheidskabinet, misschien zelfs nieuwe verkiezingen.

De inzet van D66, zo benadrukken ingewijden, is om deze onderhandelingen te laten slagen. Het landsbelang vereist dat D66 en ChristenUnie en CDA hun levensbeschouwelijke verschillen overbruggen.

De gesprekken geven reden om daar optimistisch over te zijn, suggereert Pechtold in zijn nieuwsbrief: „Mensen verwachten misschien ingesleten tegenstellingen tussen enerzijds liberale en anderzijds christelijke partijen, maar regelmatig ontstaan er andere en verrassende combinaties.” Dat zorgt ervoor „dat de tegenstellingen niet verharden”.

Op een aantal punten zijn D66 en ChristenUnie inderdaad elkaars bondgenoten. Ze willen allebei een ambitieus klimaatbeleid. Ze vinden allebei dat er barmhartiger moet worden omgegaan met uitgeprocedeerde asielzoekers. En ook hun opvattingen over arbeidsmarkt en pensioenen liggen niet ver uit elkaar.

NRC beantwoordde een selectie van vragen van lezers over de formatie. Dit is wat u wilt weten over de kabinetsformatie.

Teleurstelling over Klaver

Op medisch-ethisch gebied zijn de verschillen tussen D66 en ChristenUnie daarentegen gigantisch. Voor zaken als wetenschappelijk onderzoek met embryo’s en hulp bij ‘voltooid leven’, zijn ook nog eens nauwelijks compromissen denkbaar: het gaat om principekwesties die weinig ruimte laten voor creatief uitruilen.

Wat ook niet helpt, is dat D66 hier vrijwel alleen staat. Het CDA kiest – hoewel pragmatischer – de kant van de ChristenUnie. De VVD kan en wil zich nergens op vastleggen omdat Kamerleden over medisch-ethische vraagstukken een individuele afweging mogen maken.

Er zijn D66’ers die zeggen: ook op dit moeilijke dossier moeten D66 en ChristenUnie een oplossing kunnen vinden. Je benoemt een commissie die verder onderzoek doet of past een gewiekste staatsrechtelijke kunstgreep toe. Het zou toch te gek voor woorden zijn als deze twee partijen niet samen grote problemen kunnen aanpakken, omdat ze het oneens zijn over zo’n marginale kwestie als voltooid leven?

Andere D66’ers zeggen: niet immateriële thema’s zijn het probleem, maar het klimaat. Hier zou het CDA, met zijn agrarische achterban, nog altijd dwarsliggen.

Je proeft bij D66’ers nog steeds de frustratie over de linkse partijen PvdA, SP en GroenLinks, die geen van drieën in dit kabinet wilden stappen – en D66 op die manier in een kwetsbare positie hebben gebracht. Met name over de afgehaakte GroenLinks-leider Jesse Klaver is de teleurstelling groot: hij had een ‘historische’ kans om het klimaatbeleid naar zijn hand te zetten, maar koos toch voor de oppositie.

Deze kwetsbaarheid op de linkerflank heeft een opmerkelijk gevolg. Het zou D66, een partij die absoluut geen liefhebber is van polderoverleg, helemaal niet ongelegen komen als de sociale partners een akkoord weten te sluiten over de ziektewet, zzp’ers en het ontslagrecht. Dan kan Pechtold straks tegen zijn linkse critici zeggen: beste vrienden, zelfs de vakbonden steunen dit beleid.

Psychologische hobbel

Uiteindelijk zal D66 de afweging niet maken op basis van individuele dossiers. Het draait om het totaalbeeld: kan met de andere partijen een regeerakkoord worden gesloten dat geloofwaardig genoeg is voor de D66-achterban? Over minder dan acht maanden zijn er alweer verkiezingen voor de gemeenteraden. In de grote steden staat GroenLinks klaar om de progressieve kiezer weg te kapen.

Op een succesvolle afronding van de formatie zijn D66’ers niet allemaal even gerust. De onderhandelingen kunnen nog steeds klappen, hoor je – ook al is de psychologische hobbel van de formatievakantie nu genomen.

Toch zijn er wel degelijk kansen voor Pechtold om deze coalitie tot een succes te maken. Als D66, naast een vergaand klimaatprogramma, veel extra geld voor onderwijs weet te bedingen, bijvoorbeeld. En als de partij op die twee terreinen ook nog de bewindslieden kan leveren. Pechtold zou als politiek leider juist kunnen besluiten om in de Tweede Kamer te blijven, en zo het politieke profiel te bewaken.

Regeren leidt bij ons bijna automatisch tot zetelverlies, memoreren D66’ers vaak. Maar als Rutte III een paar jaar blijft zitten, zou dat automatisme doorbroken kunnen worden.