Column

We sloffen naar een groener bestaan

We kijken naar huizen in Rotterdam. Maar de enigszins betaalbare gezinswoningen liggen aan drukke wegen: de Beukelsdijk, de Mathenesserweg. Daar klinkt continu het geluid van voorbijrijdende auto’s en vrachtwagens. In een nachtmerriescenario zie ik mijn zoontje de straat op rennen en dan zo’n onbenul achter het stuur die zit te appen. Toch maar niet.

Thuis bekijk ik de lancering van de nieuwe Tesla: model 3. De reviews zijn laaiend enthousiast. Volgens Tesla-baas Elon Musk moest de elektrische auto niet alleen die elektromotor als pluspunt hebben; het moest de allerbeste auto worden. Niets stoffige geitenwollensokken-kwaliteit. Nieuw, glimmend, slick en nu ook nog betaalbaar. Persoonlijk wakkerde de beelden bij mij een sterk gevoel van banale hebberigheid en materialisme aan. Ik verloor acuut mijn geloof in de deeleconomie. Mine mine mine.

Maar ook een ander gevoel: dit gaat nog zo lang duren. Die Tesla’s rijden straks heus op de Beukelsdijk, maar het blijft voorlopig een lawaaiige vieze straat met zelfrijdende mensen. De veranderingen gaan tergend langzaam. Elke vernieuwing is een risico. Elke investering vereist moed. Hoeveel berichten hebben we niet langs zien komen over de penibele financiële situatie van Tesla?

Van sommige conservatievelingen vermoed ik zelfs dat ze hopen dat het allemaal mislukt. „Welkom zelfbedrog”, twitterde Leon de Winter over de auto. Volgens hem zouden ze op vieze stroom rijden, vervuilend dus. De Winter is typisch onderdeel van een generatie van die Trump-achtige oude mannen die vrolijk doortuffen in hun vieze autootjes. Ze hebben zichzelf ontslagen van elke verantwoordelijkheid voor een leefbare planeet voor de volgende generatie, want ze hebben op de achterkant van een envelopje uitgerekend dat de mens niets met klimaatverandering te maken heeft. Of ze hebben zichzelf wijsgemaakt dat verandering toch geen zin heeft zolang mensen kinderen krijgen. Nieuwe klootzakkerigheid. Een ravage aanrichten en het keihard ontkennen. Straks zijn ze dood en zitten wij met de ellende.

Ze mogen dan met hun volle gewicht achter de wagen hangen, die rijdt wel gewoon door. Nieuwe schonere technologie klopt op elke deur, in elk aspect van ons bestaan. De vraag is telkens of het in ons systeem past. Elsevier turfde afgelopen week bij de laadstations van Fastned een dag lang hoeveel auto’s er voorbij kwamen. Dat waren er negen. Heeft Fastned genoeg cash om op de massa’s te blijven wachten? In de transitie naar de groene economie moeten de verschillende industrieën samenwerken als een estafetteteam. De lopers moeten precies op het juiste moment de juiste snelheid bereiken om het stokje aan te nemen. Te vroeg, en je brandt op. Te laat, en je wordt voorbij gelopen.

Neem de bioplastics. Het Nederlandse bedrijf Corbion (voorheen Purac) gaat nu in een joint venture met Total op grote schaal polylactaat produceren. Dat zijn lange ketens van melkzuur, geproduceerd door bacteriën uit suikerbietjes. De kans is groot dat je het, zonder dat je het wist, al in je handen hebt gehad toen je een aubergine of een bakje tomaten uit de verpakking haalde. Misschien ergerde je je lichtelijk aan het feit dat er weer plastic in de prullenbak terecht kwam, terwijl juist dit een groene soort was. Niets fossiels meer aan: keurige korte koolstofkringloop. Een meeuw heeft er net zoveel last van als het in zijn maagje terecht komt, dus het moet wel netjes weggegooid worden. Maar als u het in de groencontainer gooit komt het uiteindelijk als compost weer terecht op de bietjes. Zo mooi kunnen kringlopen zijn.

Er is een stevige horde die bioplastics moeten nemen: de vraag blijft achter. Je zou verwachten dat bedrijven gedreven door hun consumenten tegen elkaar opbieden om deze verpakking als groen alternatief aan hun klanten aan te bieden, maar de markt treuzelt en draait en twijfelt. Typisch voorbeeld van een situatie waar de estafettelopers elkaar nog niet vinden. De consument snapt er maar weinig van. Plastic is vies, dat hadden we net collectief in ons hoofd gestampt. De composteerbedrijven klagen dat er dankzij die verwarring te veel oud fossiel plastic in het groenafval terecht komt.

Bijna al het buigzame verpakkingsplastic had nú al biologisch kunnen zijn. Wachten, duimen draaien, tot het hopelijk de markt verovert. Misschien ben ik te ongeduldig. Maar als ik zie wat er te koop is in de wereld vind ik het leven van alledag huiveringwekkend ouderwets. We sloffen naar een groener bestaan, terwijl we zouden moeten rennen voor ons leven.