Recensie

‘We hebben humanisme met kloten nodig’

Onlangs verscheen zijn boek over de aantrekkingskracht van het nazisme, dat voor de Libris Geschiedenis Prijs is genomineerd. „Mijn mensbeeld is niet optimistischer geworden.”

Midden in de woonkamer van het appartement van Ewoud Kieft in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt staan een gitaar en een keyboard. Aan een muur hangt, boven een kast vol platen en cd’s, een foto van The Band. „Dat is een van mijn favoriete groepen”, zegt hij over de voornamelijk Canadese begeleiders van Bob Dylan die omstreeks 1970 met hun eigen nummers uitgroeiden tot de grondleggers van Americana, „Als het om samenspel gaat, zijn zij de top.”

Behalve liedjesschrijver en gitarist-zanger in de band De Harde Liefde is Ewoud Kieft (1977) ook historicus en schrijver. Na zijn in april uitgekomen Het verboden boek. Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme werkt hij nu aan een roman. „Ik ben druk bezig met het uitproberen van dialogen”, zegt hij.

Het verboden boek, dat onlangs werd genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs, sluit aan op Oorlogsenthousiasme. Europa 1900-1918. In dit prachtig geschreven, spannende boek over de wijze waarop Europese kunstenaars, schrijvers en intellectuelen massaal de Eerste Wereldoorlog verwelkomden als een zuiverende, spirituele kracht duikt Hitler al op, de auteur van Mein Kampf.

Aan het einde van ‘Het Verboden Boek’ ben je somber gestemd over het inzicht van de gemiddelde kiezer. Maar in ‘Oorlogsenthousiasme’ blijkt het met de elite niet beter gesteld.

„Mijn mensbeeld is er door het schrijven van die boeken niet optimistischer op geworden. Zowel de massa als de elite laat zich gemakkelijk meeslepen door mooie verhalen. In veel historische studies worden de artistieke avant-gardes uit de decennia voor en na 1900 voorgesteld als ‘modern’, in de zin van seculier en anti-romantisch. Maar als je de avant-gardistische manifesten en opvattingen uit die tijd bestudeert, blijken ze veel ‘verhevener’ en totalitairder dan hun reputatie wil. De avant-gardes zijn, net als later Hitlers nationaal-socialisme, een nieuw soort religieuze bewegingen. Veel schrijvers en wetenschappers die nu als politiek onverdacht bekend staan, waren in die tijd veel nationalistischer dan ik dacht. Dat bijvoorbeeld ook Thomas Mann en Sigmund Freud enthousiast waren over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vond ik nogal confronterend.”

‘Oorlogsenthousiasme’ besluit met de opmerking van Herman Hesse dat in iedereen een kiem van oorlogenthousiasme schuilt.

„Ik vrees dat mensen als de Franse schrijver Romain Rolland, die zich in 1914 uitsprak tegen de oorlog en door heel Frankrijk werd uitgekotst, heel uitzonderlijk zijn. Ook Nederland zal veel nationalistischer blijken, als het in een soortgelijke positie komt als Frankrijk in juli en augustus 1914. Dat kon je dit jaar vlak voor de Tweede-Kamerverkiezingen al een beetje zien gebeuren toen een Turkse minister Turkse Nederlanders wilde overhalen om te stemmen voor het voorstel om president Erdogan nog meer bevoegdheden te geven. Voor de Nederlandse regering was dat een gelegenheid om te laten zien dat een open samenleving in tegenstelling tot Erdogans autoritaire Turkije álle meningen toelaat. Maar het besluit om de Turkse minister het land uit te zetten bleek op grote steun te kunnen rekenen. Rutte heeft er de verkiezingen mee gewonnen.”

Ik moest af en toe grinniken om passages in Mein Kampf

In ‘Het verboden boek’ stel je vast dat naarmate de Tweede Wereldoorlog langer geleden is, het nationalisme in Europa sterker wordt.

„Dat is bijna een natuurlijk proces. Met het verstrijken van de tijd wordt het steeds minder vanzelfsprekend dat we vóór internationale samenwerking zijn, puur en alleen onder het mom van ‘nooit meer oorlog’. Vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog werken inmiddels vaak averechts. Dat kon je al zien bij Pim Fortuyn, toen Thom de Graaff van D66 hem in verband probeerde te brengen met de vervolging van Anne Frank.”

Bestaat er een natuurlijke behoefte aan saamhorigheid en dus nationalisme?

„Ja, sterker nog: je moet nu vaststellen dat in westerse verzorgingsstaten als Nederland de solidariteit niet verder reikt dan de grenzen van de natiestaat. Nationaal-socialisme, in de breedste zin van het woord, is de combinatie van verzorgingsstaat en natiestaat, en die kan op veel aanhang rekenen.”

Anders dan ‘Oorlogsenthousiasme’ is ‘Het verboden boek’ een persoonlijk boek waarin je jezelf niet spaart. Waarom koos je voor zo’n benadering?

„Nationaal-socialisme en Mein Kampf zijn onderwerpen die we liever op afstand houden. We zien het nazisme als onderdeel van de Duitse geschiedenis, niet van de onze. Er rust nog steeds een taboe op de bewering dat nationaal-socialisme aantrekkelijke kanten had. Over Mein Kampf hoor je dan ook vaak zeggen dat het een dom en onsamenhangend boek is. Ik wil duidelijk maken waarom Mein Kampf en het nationaal socialisme zo succesrijk waren, en dan is het wel zo eerlijk om met mezelf te beginnen. Anders word ik iemand die zichzelf buiten de discussie plaatst, en alleen van anderen zegt dat ze vatbaarder zijn voor nazisme dan ze zelf denken.”

Niemand is vrij van racisme, schrijf je, en waarschijnlijk ook niet van antisemitisme. Hoe antisemitisch ben jij?

„Ik ben een fan van Bob Dylan en Jon Stewart, de voormalige presentator van de Daily Show. Allebei schrijven ze teksten die ik met ‘Joods’ associeer. Ironie als de humor van de buitenstaander – dat soort associaties met ‘Joods’ zitten ook in mijn brein. Die zijn misschien, uit schuldgevoel, eerder filosemitisch dan antisemitisch. Maar de gedachte dat Joden toch een beetje anders zijn, staat aan het begin van ‘wij-zij-denken.”

Je herkende in ‘Mein Kampf’ meer van jezelf dan je lief was. In welk opzicht?

„De meeste passages van Mein Kampf zijn stroperig en langdradig: je merkt dat hier iemand schrijft die de materie niet helemaal beheerst. En de lange tirades tegen Joden zijn weerzinwekkend. Maar ik moest af en toe wel grinniken om passages waarin Hitler zich sarcastisch uitlaat over het humanisme. Als hij bijvoorbeeld schampert over socialisten die het vanzelfsprekend vinden dat solidariteit universeel is. Dat noemt hij, terecht, wereldvreemd: het begin van de Eerste Wereldoorlog had aangetoond dat als de nood aan de man komt, mensen in de eerste plaats solidair zijn met de eigen groep. Veel humanisten hebben geen oog voor de zwakke plekken van de mens of ontkennen die. Ik ben een voorstander van het internationale project, maar de notie dat er een soort natuurlijke evolutie is naar een wereldcommune, is grenzeloos naïef. Daarom schrijf ik aan het eind van Het verboden boek dat we humanisten met meer mensenkennis nodig hebben.

„Hitler wijst ook op tekortkomingen in de democratie die nog altijd relevant zijn. Zoals partijen die tijdens verkiezingstijd roepen dat het een ramp is als andere partijen winnen en vervolgens na de verkiezingen doodleuk met ze samenwerken. Ja, zoals Rutte en Samsom vier jaar geleden deden. Dit is een inherente zwakte van de democratie en holt de geloofwaardigheid van de politiek uit.

„Ik veerde ook op als Hitler het over redevoeringen heeft. Daar schrijft hij heel direct over want dat was een onderwerp waar hij werkelijk veel ervaring mee had. Hij schrijft bijvoorbeeld dat je kiezers niet te hoog moet inschatten. Je moet ze overtuigen met een simpel en coherent verhaal. Zeker omdat ik Mein Kampf las tijdens de aanloop van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, dacht ik vaak: Hitler heeft gelijk als hij beweert dat het er niet toe doet of het verhaal waar is of niet als je het maar uit den treure herhaalt. Wat ik overdag las, zag ik ’s avonds gebeuren.”

Toch noem je de steeds weerkerende vergelijking van populisten als Trump met nazi’s een zwaktebod. Waarom?

„Algemene vergelijkingen zoals die van Wilders met Hitler zijn gemakzuchtig. Het is bovendien op veel punten onjuist: Wilders is niet antisemitisch, net zoals de Koran niet haatdragender is dan Mein Kampf. PVV’ers zijn niet meteen fascisten omdat ze tegen immigratie zijn. Dat soort uitspraken leggen het debat lam. En debat is juist iets dat nu hard nodig is.

„Toch betekent dit niet dat alle vergelijkingen tussen nazisme en populisme zinloos zijn. Die moeten alleen wel heel precies en specifiek zijn. Heel zorgwekkend vind ik bijvoorbeeld Wilders’ tactiek om uiteenlopende verschijnselen, van straatcrimininaliteit tot immigratieproblemen en van de crisis van de verzorgingsstaat tot een politiek-bestuurlijke elite die van het volk vervreemd is, terug te voeren op één probleem: de islam. Hitler had een soortgelijke tactiek. Belangrijkste onderdeel van zijn simpele en verleidelijke verhaal was dat er maar één grote vijand was: de Joden. Of het nu ging om het Duitse verlies in de Eerste Wereldoorlog, de Russische Revolutie of het Amerikaanse en Britse kapitalisme – overal zaten de Joden achter. Dit is een opvallende overeenkomst, al gebiedt de eerlijkheid om te zeggen dat IS natuurlijk meer lijkt op het nazisme dan de PVV.”

Opportunistische politici zijn nu een groter probleem dan de domheid van de kiezer, schrijf je, en de kwetsbare waarden van de rechtsstaat en democratie moeten weerbaarder worden gemaakt. Hoe zou dit kunnen?

„Op het moment dat een politicus als Trump of Wilders een beroep doet op het ene en ondeelbare volk dat ze zeggen te vertegenwoordigen, zouden journalisten moeten vaststellen dat zo’n uitspraak ondemocratisch is. Het tanden geven aan de democratische rechtsstaat moet niet worden overgelaten aan bestuurders en politici. Journalisten, kunstenaars, we moeten allemaal beseffen dat de rechtsstaat niet vanzelfsprekend is en dat ervoor gestreden moet worden.”

Wat doe je er zelf aan in je muziek?

„De Harde Liefde, de naam van mijn band, is een soort motto. Ik had het nog bijna in mijn boek over Mein Kampf gebruikt. Ik heb een voorkeur voor liedjes met een donkere kant, die ook hoop bieden. En dan niet op een naïeve manier: idealisme zonder zelfmisleiding, humanisme met kloten – daar draait het om.”

Op 1 september presenteert De Harde Liefde een nieuwe single en een videoclip in Cinetol in Amsterdam