Column

Voor een Rus komt de dreiging uit het Westen

Het gewijzigde kabinet van premier Shinzo Abe in Japan is hier in Singapore even groot nieuws als de Amerikaanse sancties tegen Rusland. Ook de nieuwe rechten voor expats in Qatar – toch een paar uur westwaarts vliegen – blijven niet onopgemerkt. In Singapore maken China, Maleisië, India en Indonesië deel uit van het mentale landschap. Dit wonderbaarlijk welvarende staatje op een uitloper van het Euraziatische continent, pal tegenover Sumatra, heeft alle reden de geopolitieke woelingen in de regio en de wereld nauw in de gaten te houden. De school waar ik te gast ben, de Lee Kuan Yew School of Public Policy van de Nationale Universiteit van Singapore, genoemd naar de sterke man die het land een halve eeuw regeerde, is een uitkijkpost.

In een fraai universiteitsgebouw uit de Britse koloniale tijd, gelegen aan de rand van een enorme tropische tuin, spreekt een veertigtal politieke wetenschappers uit Singapore maar ook uit Amerika, Rusland en China met passie over de verhoudingen tussen de drie grootmachten. Vandaag ligt de relatie Moskou-Beijing op de snijtafel. In het denkkader van de ‘realisten’ zou Rusland, beducht voor China’s onstuitbare opmars, bescherming moeten zoeken bij Amerika en Europa.

Maar het omgekeerde gebeurt. Voor een jonge Russische politicoloog – werkzaam in Singapore en vloeiend in Mandarijn – is evident dat voor het Kremlin de dreiging vandaag vanuit het Westen komt; die uit China is voor morgen of overmorgen, dus hypothetisch. Hij zet op een rij hoe de Chinees-Russische militaire samenwerking intensiveert, zoals met frequente toppen (Poetin en Xi troffen elkaar 25 keer sinds 2013) en gezamenlijke oefeningen, steeds verder van huis. Vorige week waren drie Chinese schepen in de Oostzee, onderweg voeren ze door de Middellandse Zee.

Die fameuze 9-meiparade in China werd destijds helemaal niet op tv uitgezonden

De Rus acht het paar „op de drempel van een militair bondgenootschap”. Dit ging andere sprekers te ver: zij zien opportunistische steun en vriendelijke neutraliteit zonder kosten: Beijing geeft Moskou politieke dekking voor acties in Europa, terwijl het die omgekeerd krijgt voor acties in het Verre Oosten. Eenstemmig analyseert men hoe Washingtons politieke cultuur het duo samendrijft: Moskou en Beijing zijn tegen de unipolaire orde (waarin Russen enkel als losers en Chinezen als achtervolgers mogen meespelen), en tegen het idee dat alleen Angelsaksische democratieën legitieme politieke stelsels zijn. Een Amerikaan brengt na anderhalf uur de olifant in de kamer ter sprake: Donald Trump, de man door wie alles weer anders kan uitpakken. De rest van het gezelschap lacht besmuikt.

Met brede gebaren herinnert een spreekster uit Los Angeles aan de militaire parade op het Rode Plein van 9 mei 2015. De viering van zeventig jaar Duitse capitulatie werd door westerse leiders geboycot vanwege het Oekraïneconflict, waardoor de Chinese president Xi Jinping de ereplaats kreeg; Chinese troepen paradeerden met de Russische mee. Enkele maanden later kon Poetin repliceren bij de herdenking van de Japanse capitulatie op het Plein van de Hemelse Vrede. Zo steunen volgens haar beide landen elkaars claim op prestige. Het klonk aannemelijk (zelf schreef ik er destijds ook over), totdat Aleksandr Loekin – uit Moskou en aan twee Chinese universiteiten verbonden – droog opmerkte dat die fameuze 9-meiparade in China destijds helemaal niet op televisie is uitgezonden.

Mooi dat de werkelijkheid toch altijd weer grilliger en verfijnder is dan de theorie. Goed blijven kijken.