‘Ik zit me vol te proppen, terwijl zij zich kapotzweten’

Bootcampers

Parken worden steeds drukker. De nieuwste trend zijn bootcamps: sportklasjes in de open lucht. Het Utrechtse Griftpark stroomt vol.

Sporters in het Utrechtse Griftpark. Bootcampers van Kaput, onder leiding van Olaf van Wijk, rennen het ‘Teletubbieheuveltje’ op. Omwonenden zijn een petitie begonnen. Ze hebben last van het geschreeuw van de ‘sergeanten’. Foto door Bram Petraeus

Vier vrienden uit Houten delen een joint. Ze hebben zich met twee scooters genesteld op en rond een bankje in het Utrechtse Griftpark. Eens per week rijden ze in twintig minuten naar een coffeeshop in het centrum van de stad, daarna zoeken ze een plek waar ze buiten het zicht van bekenden kunnen roken.

„We zitten zeker goed hier”, zegt de vriend met donker haar en blauwe ogen die op de rugleuning van het bankje zit. „Kijk dan.” Hij knikt naar de sportende mensen die hij voor zich ziet. De vrouwen dragen glimmende leggings in felle kleuren, de mannen wijde korte broeken, tot net boven de knie. „Mooie dames, toch?”, zegt de jongen die met zijn handen achter zijn hoofd op zijn scooter zit. Net een bioscoop, concluderen ze. Twee vrouwen rennen met een blok hout in hun nek het bergje op dat door instructeurs de „Teletubbieheuvel” genoemd wordt.

In heel Nederland transformeren parken op gezette tijden in openluchtsportscholen. Zaterdag- en zondagochtend zijn het populairst, maar ook deze woensdagavond is het Utrechtse Griftpark gewild. Olaf van Wijk, die trainingen geeft onder de naam Kaput, weet wel waarom: „Zo in het midden van de week denken mensen: ik moet er echt weer even tegenaan.”

Krachtoefeningen

Er zijn vandaag meer dan tachtig deelnemers die zich verdelen over zeven instructeurs – net als Van Wijk zelfstandig, of in dienst van sportscholen. Minstens zo druk is het in het weekend.

De mensen komen voor bootcampklasjes – instructeurs geven conditie- en krachtoefeningen gebaseerd op trainingen uit het leger. Vaak wordt alleen het lichaamsgewicht gebruikt, maar Van Wijk heeft ook materiaal bij zich, waaronder kettlebells, gewichten in de vorm van koebellen.

Het aantal Nederlanders dat minstens één keer per week sport, is nog nooit zo hoog geweest, concludeerde NOC*NSF vorig jaar. In 2016 heeft gemiddeld ruim 61 procent van alle Nederlanders in de leeftijd van 5 tot 80 jaar minstens één keer per week gesport. Dat zijn gemiddeld bijna 9,5 miljoen mensen, een stijging van 6 procent ten opzichte van 2013.

Een deel van die groei moet ook worden gezocht in de toenemende populariteit van bootcamps – vooral onder mensen tussen de 20 en 45 jaar oud. The Bootcamp Club, een van de grootste en een van de eerste aanbieders, begon in 2010 met driehonderd leden, en heeft er inmiddels 75.000. Ze geven 3.500 lessen per week. „Ik heb dit park de afgelopen jaren vol zien stromen”, zegt een vrouw die hier haar twaalf jaar oude jack russell uitlaat.

Kapot zweten

Even verderop voelt Channa (20) zich geconfronteerd met de sportiviteit van de ander. Ze heeft net een stuk brood weggespoeld met een slok witte wijn. Op de wegwerpbarbecue ligt een braadworst. „Ik zit me vol te proppen, terwijl zij zich kapotzweten.” Channa zit op het veldje dat trainer Van Wijk heeft geclaimd, er hangt een spandoek aan het hek. „Het gevoel is dubbel: ik benijd ze, maar ik ben ook blij met mijn wijn.”

De meeste sporters merken niet meer dat zij voor de andere parkgebruikers ook een vorm van recreatie zijn. Tijdens een eerste les op openbaar terrein voelt het nog wel wat gek, om je hijgend en rood aangelopen op te drukken in de buurt van een groepje geamuseerde wijndrinkers. Maar al vrij snel sluit je je af van de buitenwereld, zeggen veel bootcampers in dit park.

Foto’s door Bram Petraeus
Foto’s door Bram Petraeus

Worstelen met bootcampers

De sportklasjes zijn gratis vermaak voor omstanders, maar in verschillende gemeenten wordt ook geworsteld met de bootcampers. Hoe openbaar is de openbare ruimte? In Amsterdam mag je volgens de gemeente bijvoorbeeld geen „commerciële activiteiten” ondernemen in een openbaar park, maar in de praktijk controleren ze sportinstructeurs daar niet op. Handhavers sturen groepjes weg als ze andere bezoekers tot last zijn. „Den Haag heeft bij Kijkduin zelf bootcamptoestellen geplaatst, in een poging de parken te ontlasten”, zegt Marjet Derks, hoogleraar sportgeschiedenis aan de Radboud Universiteit. Maar vaak werkt zoiets volgens haar alleen tijdelijk. „Het is net onkruid, het schiet overal omhoog.” In Utrecht vindt de gemeente het prachtig dat hun parken echt goed worden gebruikt, en dan ook nog met sporters. Een aantal omwonenden is minder enthousiast. Zij zijn een petitie begonnen om de geluidsoverlast terug te dringen. Sommige „drilsergeanten” hebben nogal een luide stem, weet Derks. „NETJES, NETJES, NETJES. BLIJVEN ADEMEN”, is vandaag de soundtrack van het park. „WISSEL”, klinkt het steeds als de sporters aan een nieuwe oefening beginnen.

De instructeurs proberen er rekening mee te houden. Olaf geeft zijn bevelen zachter op de Teletubbieheuvel, want vanaf daar draagt het geluid heel ver.

Het nieuwe voetbal

De bootcampers zijn als de voetballers van het Nederland van rond 1850, zegt hoogleraar Derks. Toen was schieten en jagen voor de adel het ultieme recreëren. Maar de jeugd wilde iets anders: voetballen. Het voornaamste doel was de competitie, het vermaak, zegt Derks. „Jonge mannen trokken er een lange neus mee naar de gevestigde groepen.”

De adel haalde zijn neus juist weer op voor dat nutteloze gedoe van de jeugd. „Zij vonden dat het energie wegnam voor serieuze dingen.” Een belangrijk punt van kritiek was ook dat die voetballers nogal wat openbare ruimte in beslag namen. „Wat moet dat daar? Van wie is die grond, vroegen ze zich dan af”, zegt Derks. Ze lacht. „Dat zie je nu precies zo.”

Ze lijken volgens Derks in meer opzichten op elkaar, de voetballers destijds en de bootcampers nu. „Net als de voetballer toen, wil de bootcamper zich onderscheiden.” Nu is rebellie volgens haar het hebben van „fun en een getraind lijf”.

Op sportverenigingen zitten we tegenwoordig niet meer zo te wachten. Dan heb je verplichtingen, moet je in de kantine staan en andere diensten draaien.

Net als de fitnessschool verplichten veel bootcampaanbieders tot niets: je kunt komen en wegblijven, zolang je maar betaalt. „Je doet het puur en alleen voor je eigen lijf en gezondheid.”