Rio werd er alleen maar slechter op

Na de Olympische Spelen

Een jaar na de Olympische Spelen blijkt dat de mooie beloften van de regering niet zijn uitgekomen in Rio de Janeiro.

Het Braziliaanse leger patrouilleert deze zomer langs het beroemde strand van Ipanema in Rio de Janeiro, een jaar na de Spelen van 2016. Foto Marcelo Sayao/EPA

‘Vanaf nu is er een Rio vóór de Spelen en een veel beter Rio ná de Spelen”, beloofde Carlos Nuzman, president van het organiserend comité, een jaar geleden. De olympische vlam was na een lange tocht door Brazilië het iconische Maracanã-stadion binnengebracht, waarop een spetterende openingsceremonie volgde die het land van zijn beste kant liet zien. Er was hoop: ondanks alle politieke en economische strubbelingen waar het ooit ‘booming Brazil’ mee kampte, zouden de Spelen de stad er helemaal bovenop helpen. Nuzman maakte optimistisch de vergelijking met Barcelona, dat na 1992 een ware metamorfose doormaakte.

Gelukkig is er de metro

Maar vraag nu, een jaar na de Spelen, aan de gemiddelde Braziliaan wat het Rio werkelijk heeft opgeleverd, en er valt een ijzige stilte. „De metro is het enige dat ik kan bedenken waar we profijt van hebben. En het doelpunt van Neymar waardoor we voor het eerst goud met voetbal wonnen bij de Spelen. Maar verder is alles alleen maar slechter en gevaarlijker geworden hier”, zegt Rosanna Nascimento-Peña, die elke ochtend verse kokosnoten verkoopt aan de joggers op het strand van São Conrado. „Toen de buitenlandse toeristen na het sportevenement vertrokken, is alles ingestort.” Rosanna’s wijk ligt pal tussen de rijke zuid- en westzone in Rio, de locaties waar de meeste olympische evenementen plaatsvonden. „We waren eigenlijk altijd geïsoleerd als buurt. Door de Spelen is alles in een stroomversnelling gekomen, en kwam de metro”, zegt ze.

Een reis van tien minuten met de nieuwe metrolijn en een overstap op de snelle buslijn en je stapt een halfuur later uit voor het voormalige olympische park.

Bruisend park is nu verlaten

Een jaar geleden nog een bruisende plek, met een drukte van mensen die zich tussen de splinternieuwe stadions begaven naar zwem-, basketbal- en volleybaltoernooien. ’s Avonds was er muziek, uitgelaten sportfans uit de hele wereld met hun vlaggen en kleurige T-shirts. Nu is het park verlaten, op wat dorre bomen met afgebroken takken na. Een fietser sjeest over het immense park. De plannen voor het terrein, een school, sportcentra en restaurants, liggen stil, want er is geen geld. De bijna vierduizend luxeappartementen in het nabij gelegen olympisch dorp staan leeg.

Meer noordelijk ligt het Deodoro-complex, waar een groot sportterrein voor kinderen zou komen, als een soort niemandsland verscholen achter ijzeren hekken. „De staat Rio de Janeiro is praktisch failliet, er is geen geld om politieagenten, onderwijzers en ziekenhuispersoneel te betalen. Er zijn miljarden in de Spelen gestoken, maar er is ook heel veel geld via steekpenningen en over facturering in de zakken verdwenen van beleidsmakers”, zegt econoom Rudi Rocha van de Federale Universiteit kritisch tijdens een lezing over Rio na de Spelen.

Je kunt stellen dat de Spelen onze stad geen goed hebben gedaan.

Steekpenningen

Vorige maand werd oudgouverneur van de staat Rio, Sérgio Cabral, tot veertien jaar celstraf veroordeeld voor corruptie, onder meer voor het aannemen van steekpenningen van bouwbedrijven die betrokken waren bij de Spelen. En tegen oud-burgemeester Eduardo Paes loopt een onderzoek. Hij zou voor omgerekend ruim 4 miljoen euro aan steekpenningen hebben aangenomen van bouwonderneming Odebrecht. Het grootste bouwbedrijf van Latijns-Amerika is een spil in Operatie Lava Jato, het grote corruptieschandaal dat Brazilië al jaren teistert.

„Kijk daar, mama, de soldaten! Mag ik naar ze toe?”, roept een klein jongetje aan de hand van zijn moeder al wandelend over het beroemde strand van Copacabana. Een eindje verderop paraderen zwaarbewapende en zeer jonge militairen. Het gezicht strak, de hand stevig aan de uitgestoken geweren.

Een jaar geleden liepen ze hier ook, toen om de stad, met de massa buitenlandse toeristen, veiliger te maken en te beschermen tegen mogelijke terreuraanslagen. Nu zijn ze terug in Rio, omdat de stad juist onveiliger is geworden sinds de Spelen. Sinds vorige week zijn er bijna negenduizend militairen gestationeerd om de criminaliteit en de drugsdealers te bestrijden.

Rondvliegende kogels

In de ruim zevenhonderd sloppenwijken, de favela’s, is de drugsoorlog weer opgelaaid. Er vallen sinds januari gemiddeld drie doden per dag, onschuldige burgers, door balas perdidas: kogels die rondvliegen in de vuurgevechten tussen de drugsdealers en de politie. Er is een sterke toename van het aantal straatroven, ook van toeristen, mede veroorzaakt door de ergste economische crisis in Brazilië in dertig jaar.

„We hadden gehoopt dat we Rio op de kaart konden zetten als toeristische bestemming nadat miljoenen mensen onze mooie stad hadden gezien tijdens de uitzendingen van de olympische wedstrijden. Maar de toenemende criminaliteit schrikt af”, zegt touroperator Ana Lionelli.

Van de hotelkamers die in de olympische wijk Barra da Tijuca werden bijgebouwd, staat bijna de helft nu leeg. „Het waren mooie weken tijdens de spelen, maar de daarna stortte alles in. Alsof je na een avondje uit je make-up eraf haalt en dan schrikt van je eigen gezicht”, zegt ze teleurgesteld.