New York Pizza in hoger beroep om vergunning

De pizzaketen is het niet eens met het oordeel van de Amsterdamse rechter dat New York Pizza geen ‘gewoon’ restaurant is.

Een vestiging van New York Pizza elders in Amsterdam. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP.

New York Pizza gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de Amsterdamse bestuursrechter om de keten geen vergunning te verlenen voor het openen van een vestiging aan de Amsterdamse Ferdinand Bolstraat. Dat bevestigt woordvoerder Alice Theunissen vrijdag.

De bestuursrechter gaf het stadsdeel Amsterdam Zuid woensdag gelijk in de zaak, die op de locatie geen fastfoodrestaurant maar een ‘gewoon’ restaurant wil. De rechter oordeelde dat New York Pizza inderdaad een fastfoodrestaurant is omdat klanten de mogelijkheid tot afhalen hebben, weinig bereidingstijd voor het voedsel nodig is en gasten er relatief kort verblijven.

Pizzaketen heeft ‘heel ander concept’ voor ogen

New York Pizza is “enorm verwonderd” over de uitspraak. Theunissen zegt dat het lijkt alsof de rechter vooral heeft geoordeeld op basis van de naam ‘New York Pizza’ en “de gevoelens” die de keten oproept. Volgens Theunissen geldt voor veel meer restaurants dat de bereidings- en verblijftijd relatief kort is en dat volgens deze logica ook sushibars en pannenkoekrestaurants voortaan fastfoodketens zouden zijn.

De rechter heeft volgens Theunissen verder niet gekeken naar “het hele andere concept” dat New York Pizza voor de locatie voor ogen heeft: naast de mogelijkheid pizza af te halen komen er 66 zitplaatsen in het restaurant en zal de menukaart ook bestaan uit bijvoorbeeld salades en toetjes.

New York Pizza heeft het gevoel dat de keten sowieso niet welkom is in de Ferdinand Bolstraat. De straat maakt onderdeel uit van het project De Rode Loper. De route boven het traject van de Noord/Zuid-metrolijn moet volgens de gemeente “een hoogwaardige omgeving” worden die “allure en grandeur zal terugbrengen”.

De pizzaketen dient een dezer dagen het verzoek tot hoger beroep officieel in en hoopt dat de zaak begin september bij de Raad van State kan worden behandeld.