‘Mijn familie moest er wel even aan wennen’

Spitsuur

Britt Breure (31) en Jolanda Kroesen (38) speelden samen in het Nederlands softbalteam. Ze hadden al veel contact, maar Britt had eigenlijk altijd vriendjes. Inmiddels zijn ze zeven jaar samen. „Ik wist: dit is goed zo.”

Britt: „Jij gaat soms met acht kinderen naar de bioscoop in je eentje en dat gaat perfect.” Jo: „Maar vraag me niet om hier een kastje in elkaar te zetten.” Foto David Galjaard

Britt: „We kennen elkaar van softbal. We zaten allebei in het Nederlands team.”

Jo: „Daarvoor speelden we tegen elkaar in de hoofdklasse. Mijn broer zat op softbal. Ik was vier toen de trainer vroeg of ik een keer mee wilde doen. Ik ben gestopt op mijn dertigste, toen kregen we een relatie.”

Britt: „Ik ging studeren in Middelburg, en de trainingen voor het Nederlands team waren in Amsterdam.”

Jo: „Ik heb drie EK’s en twee WK’s gespeeld en de Olympische Spelen in 2008 in Beijing. De hockeydames sliepen onder ons, de zwemmers boven ons. Het Olympisch Dorp is net een smurfendorp. Je kon er ook alles. Er was altijd een restaurant open dat net zo groot was als de RAI in Amsterdam en er was een McDonald’s.”

Britt: „Je staat nog met Rafael Nadal op de foto.”

Jo: „Het gevoel als je onder die tunnel doorloopt voor de openingsceremonie, dat is niet te beschrijven.”

Britt: „Ik keek tegen Jo op. Ze was wat ouder dan ik en heel goed. Het was ook een harde speelster, een stoer wijf.”

Jo: „Het groeide gewoon zo.”

Britt: „We hadden altijd contact, maar ik had daarvoor alleen vriendjes.”

Jo: „Ik wist het al toen ik geboren werd. Ik hoefde het niet eens te vertellen thuis.”

Britt: „Ik wist niet zo goed of het een fase was.”

Jo: „Nu zijn we zeven jaar verder en drie jaar getrouwd.”

Britt: „Mijn familie moest er wel even aan wennen. Eerst kwam ik alleen met jongens thuis en toen was het ineens Jo van de softbal.”

Jo: „Ze hadden een verkeerd beeld!”

Britt: „Vanaf het moment dat wij samen waren, heb ik niet meer getwijfeld. Ik wist: ik ga dit niet opzij zetten. Dit is goed zo.”

Werken zonder schuldgevoel

Jo: „Toen ik stopte met softbal vroeg het Nederlands Olympisch Comité (NOC) mij: wat wil je doen? Toen heb ik mijn diploma Medewerker Gehandicaptenzorg 4 gehaald. Via het NOC kwam er een vacature voorbij.”

Britt: „Ik wilde eigenlijk graag bij AZ werken, de voetbalclub. Ik dacht dat ik daar via AFAS, de sponsor van de club, misschien wel terecht kon komen. Software an sich is niet echt sexy, maar als je bij AFAS binnenloopt voelt het wel als een heel warm bedrijf. In de afgelopen vijf jaar ben ik steeds doorgegroeid. Nu denk ik: ik geloof niet dat ik hier ooit nog weg wil. Ik begon met het ondersteunen van klanten, sinds een jaar ben ik personeelsmanager. Ik ben verantwoordelijk voor 420 mensen.”

Jo: „Ik wilde altijd al met kinderen werken, of iets met coaching doen. Er wordt hier een nieuw sportcentrum om de hoek gebouwd, maar daar heb ik absoluut geen zin in. Alle verplichtingen die met sport te maken hebben, vind ik nu echt ulgh.”

Britt: „Omdat Jo op andere tijden werkt en ’s ochtends thuis is met onze zoon Jax kan ik werken tussen acht en half vier, zonder dat ik me schuldig hoef te voelen.”

Een avondkind

Britt: „Mijn wekker gaat elke dag om tien voor zes. Ik werk in Leusden, dat is een uur rijden – zonder file.”

Jo: „Ik werk alle dagen van twaalf tot half zeven, behalve op vrijdag. Op dinsdag en donderdag breng ik Jax naar de crèche. Op woensdag is Britt om de week thuis en de andere middagen komt een van de oma’s.”

Britt: „Normaal is Jax om half negen of negen uur wakker. Hij is gewend aan ons ritme, maar hij is ook echt een avondmens. Als hij ’s ochtends wakker wordt moet hij eerst uitrekken, gapen – alles op zijn gemak.”

Jo: „We mogen in onze handen knijpen dat we een gezond kind hebben. Op mijn werk zie ik genoeg kleine mannetjes met autisme of ADHD, die hun ouders slaan. Heftig. Je moet gewoon geduld hebben met ze, al heb ik dat met andere dingen niet. Vraag me niet om hier een kastje in elkaar te zetten. Dat doet Britt.”

Britt: „Jij gaat soms met acht kinderen naar de bioscoop in je eentje en dat gaat perfect.”

Jo: „Duidelijke afspraken maken. Het is heel dankbaar werk. Al is het ook best triest soms. Britt komt wel eens op mijn werk en dan zegt ze: ‘Mag ik alsjeblieft weer naar huis?’”

Britt: „Zet me voor een zaal van 400 mensen en ik vind het geen probleem. Maar als ik daar zit, denk ik na een half uur: pfffff.”

Jo: „Ik heb dat precies andersom.”

Anonieme donor

Britt: „Ik ben de biologische moeder.”

Jo: „We hebben een anonieme donor.”

Britt: „We hebben nooit na hoeven denken wie zwanger zou zijn.”

Jo: „Ik wilde heel graag moeder worden. Maar bevallen, absoluut niet. We denken ook nooit na over wie de donor zou kunnen zijn.”

Britt: „Jax is gewoon van ons. Als we nog een tweede krijgen hebben we een voorkeur voor dezelfde donor. Omdat het voor Jax dan wel een vol broertje of zusje is.”

Jo: Ons leven is niet echt veranderd. We gaan vaak lunchen, het strand is vlakbij of we gaan weekendjes weg.”

Britt: „Voor mij is werk wel een andere plek gaan innemen.”

Jo: „Vroeger ging je nog wel eens tot half zeven door.”

Britt: „De tijd die ik met Jax kan besteden is me nu te waardevol. Dan maar een uur eerder uit bed.”