Column

Kinderfeestjes

Marcel

Ik had al wel een vermoeden, maar na het lezen van het angstaanjagende artikel over kinderfeestjes van Frederiek Weeda in NRC wist ik zeker dat mijn ouders hun tijd ver vooruit waren. Ze schreef over de trend dat kinderfeestjes tegenwoordig een prestigeproject zijn en dus steeds gekker en duurder worden. De kinderen van nu krijgen een dj en Surinaams eten, lossen een misdaad op en in Zoetermeer, maar ja dat is Zoetermeer, komt de reptielenman aan huis zodat je met je vriendjes een gekko of slang mag voeren en aaien.

Ik zat op de lagere school in de jaren tachtig, een periode waarin we in het beste geval werden verscheept naar het bowlingcentrum aan de Schelmseweg in Arnhem, of naar de bioscoop. Kinderfeestjes waren verplichte nummers waarbij de vaders ontbraken.

Behalve bij ons.

Mijn ouders maakten er werk van.

Als kind zag ik op tegen mijn eigen verjaardag. Doodsbang voor wat mijn ouders over mijn rug heen organiseerden.

Mijn vader liet een gepensioneerde collega die hij kende van de dienst ‘water’ op het provinciehuis een quiz of educatieve speurtocht door de buurt in elkaar zetten („Sla bij de schillenboer linksaf, tel het aantal groene garagedeuren in die straat en deel dat door drie”). Ik ben jarig in februari dus in het geval van een speurtocht moest ik op de uitnodiging „Neem regenkleding mee” schrijven, dan wist je als tienjarige alvast ruim tevoren dat het weer niet leuk werd.

Op de foto’s van toen zie je mij heel ongelukkig kijken. Dat kan ik nog steeds heel goed, maar toen had ik een reden. Stond ik op een verhoging een oneindige reeks van wat we nu Triviant-vragen zouden noemen af te vuren op leeftijdgenootjes die de vrije woensdagmiddag zagen veranderen in extra schooltijd, maar dan met zelfgebakken cake van mijn moeder.

„Weer wat geleerd”, zei mijn vader als iemand niet wist dat Oviedo een stad in Spanje is.

Van de meester op school kregen mijn ouders een keer het compliment dat mijn verjaardagsfeestje zo educatief was geweest. Reden voor hen om het jaar erop extra gas te geven. Wij waren het goede voorbeeld dat geen navolging kreeg.

Mijn bejaarde moeder heeft andere herinneringen, volgens haar gierde iedereen het uit van de pret als ze de prijswinnaars meenam naar de keuken waar ze onder een berg bloem op een bord iets lekkers had verstopt.

„Het meelhappen was echt een hoogtepunt, daar spraken ze nog weken over.”

Het waren in ieder geval geen dure verjaardagen, concludeerde ik, maar ook dat had ik mis.

„Meneer Beumer rekende een godsvermogen voor al die quizzen.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckewitz.