Hoe ‘Big Boss’ Terry Gou van Foxconn Trump inpalmt

China

De recordcijfers van Apple zijn mede te danken aan Foxconn-topman Terry Gou. Net zo imponerend is de wijze waarop hij Trump om zijn vingers windt.

Lange rijen met sollicitanten voor werk bij een van de Foxconn fabrieken. Foto VCG/Getty

De man die Apple rijk heeft gemaakt, de man die precies weet wat toppolitici het liefst horen, de ‘BB’ (big boss) van de Chinese maakindustrie, oogst opnieuw superlatieven in de Oost-Aziatische media: Terry Gou (66) oprichter en topman van Foxconn in Taipei.

Niet verwonderlijk, de woensdag gepubliceerde recordcijfers van Apple zijn mede te danken aan de voormalige monteur van tv’s. Of nauwkeuriger, aan de superefficiënte wijze waarop zo’n veertig hagelwit geschilderde Chinese fabrieken van Foxconn jaarlijks honderden miljoenen iPhones en iPads (én Kindle’s, Xiaomi’s en Huawei’s) worden gemaakt.

Maar de zakenpers in Taipei, Shanghai en Tokio is vooral onder de indruk van de manier waarop Terry Gou, Guo Tianmin in het Chinees, de top van de Amerikaanse Republikeinse Partij, president Donald Trump voorop, om zijn vinger heeft gewonden.

Triomfantelijke sloeg de president een ongemakkelijk grijnzende Gou zelfs op de schouders na de aankondiging dat Foxconn 10 miljard dollar gaat investeren in de staat Wisconsin. Banen komen terug naar Amerika, Amerika wordt weer groots, pochte de president. Er werd door Trump en de gouverneur van Wisconsin gesproken over maar liefst 13.000 banen, terwijl het voorlopig gaat om „mogelijk 3.000 banen” in een fabriek voor platte televisies, een goedkoop product met weinig marge.

Niemand op dat Make America Great Again-evenement in het Witte Huis wist vermoedelijk dat diezelfde Terry Gou 36 jaar geleden aan de wieg stond van de grote exodus van Amerikaanse banen naar China. Electricien Gou, geboren in China en in 1949 met zijn familie naar Taiwan gevlucht, richtte in 1974 met van zijn toenmalige schoonmoeder geleend kapitaal (7.500 dollar) Hon Hai Precisions Industry op. In een garage in Taipei monteerde hij knoppen op tv-toestellen en repareerde hij bedrading in de eerste Atari-computers.

De doorbraak voor het bedrijf, dat Foxconn is gaan heten, kwam toen Gou in 1981 elf maanden door de VS trok en gevraagd en ongevraagd bij de makers van tv’s, radio’s en de eerste computers binnenviel om orders binnen te halen. Gou kreeg zijn eerste opdrachten van International Business Machines (IBM), toen nog een trendsetter en later van Apple, Amazon, Dell en HP. Tot op de dag van vandaag zijn dat zijn belangrijkste klanten, naast de Chinese smartphonefabrikanten Huawei en Xiaomi. Mede door Gou’s toedoen en de hervormingen in China kwam in de VS het grote outsourcen naar China op gang.

Forse prijs betalen

Minder bekend is dat politici een forse prijs moeten betalen om een Foxconn-vestiging binnen te halen. Gou bouwt alleen fabrieken op plaatsen waar het land nagenoeg gratis is, de belastingen speciaal voor zijn onderneming omlaag gaan en de vakbonden zich gedeisd houden. Dat verklaart ook waarom hij wel in Oost-Europa present is en niet in West-Europa.

De behoorlijk vaag geformuleerde toezegging dat hij in Wisconsin in vijf jaar 10 miljard dollar gaat investeren heeft een prijskaartje van maar liefst 3 miljard dollar. Dat bedrag aan fiscale aanmoedigingspremies voor drieduizend banen is voor Gou een werelddeal, zegt een Japanse Nikkei-commentator. Niemand in de Chinese en Taiwanese electronicawereld gelooft dat in de eerste Amerikaanse Foxconn-fabriek 13.000 mensen gaan werken, zoals het Witte Huis benadrukte. „Dit is bijstand voor rijke lui”, schamperde een Democratische senator in de Senaat van Wisconsin niet onterecht.

Het is het soort deals dat Gou al decennia lang maakt, want hij weet dat politici hem en zijn fabrieken harder nodig hebben dan hij hun hulp bij de uitvoering van zijn strategie. Daar komt nog eens bij dat Gou’s belofte’s op het gebied van nieuwe werkgelegenheid en extra investeringen buiten China vaak niet worden nagekomen.

De regeringen van Brazilië, Indonesië, India en Vietnam, waar Foxconn fabrieken heeft, kunnen dat bevestigen. Toezeggingen om de vestigingen in deze landen uit te breiden zijn de afgelopen maanden allemaal ingetrokken of afgezwakt. „Als de omstandigheden veranderen de plannen. Dat is nu eenmaal de aard van de maakindustrie waarin de omstandigheden zich heel snel kunnen wijzigen omdat de marges zo klein zijn”, zei Gou twee jaar geleden in gesprek met Shanghai Securities News.

Harde toezeggingen over toekomstige werkgelegenheid doet hij daarom nooit, ook niet in het bijzijn van Trump. Dat heeft ook te maken met zijn voorliefde voor robots. Na de opzienbarende reeks zelfmoorden in 2010 in de Chinese Foxconn-fabrieken verhoogde Gou het tempo van de robotisering. Robots brengen Foxconn niet in opspraak over arbeidsomstandigheden, springen niet van hoge woontorens en eisen geen loonsverhogingen.

Door robotisering is het aantal banen in de Foxconn-fabrieken in ‘Foxconn City’ (Shenzhen) en in ‘iPhone City’ (Zhengzhou) gedaald van 1,4 miljoen in 2014 naar 700.000 nu. Wereldwijd is het aantal Foxconn-werknemers gedaald van 1,6 naar 1,3 miljoen. Exacte cijfers over de besparingen op de loonsom in de Chinese fabrieken zegt Foxconn in Taipei niet te kunnen geven, maar die moeten groot zijn. De tijd dat China een lagelonenland was, is immers allang voorbij. Dat is een van de redenen dat zijn grote Amerikaanse en Chinese opdrachtgevers hem trouw zijn gebleven, ondanks het feit dat de lonen in China sinds 2010 met 25 procent per jaar zijn gestegen.

De grote merken hebben ook weinig keus. Er is nog steeds geen andere, goedkopere onderneming in of buiten China die over vergelijkbare, hoog kwalitatieve assemblagecapaciteit beschikt. Voor Apple geldt in het bijzonder dat er geen andere producent is die 210 miljoen iPhones per jaar kan produceren.

Foxconn is dan ook het enige toeleveringsbedrijf ter wereld dat door Apple als een gelijke wordt behandeld. Hoe hard Trump ook dreigt, Apple is niet van plan de productie te verplaatsen van China naar de VS. Om Trump te paaien zou Apple met de gedachte spelen een symbolisch deel van de iPhone- en iPad-productie terug te halen naar de VS, maar de geruchten daarover werden donderdag bij de presentatie van de indrukwekkende kwartaalcijfers ontkend.

Xi zegt ‘mijn vriend’

De Chinese autoriteiten zal het een zorg zijn, want zij weten dat Apple Foxconn en Foxconn China altijd trouw zal blijven. Trump mag Gou dan „mijn vriend” noemen, de banden van Gou met de Chinese leiders zijn veel hechter en gaan veel langer terug. President Xi Jinping noemde de Foxconn-baas onlangs nog „mijn oude vriend”, een uitdrukking die in het Chinees duidt op bijzondere genegenheid. Een genegenheid die verdergaat dan de 115 miljard dollar aan Made in China-producten die Foxconn vanuit China exporteert. De families van de communist Xi en de kapitalist Gou waren in Shenzhen met elkaar bevriend. Gou behoorde tot de eerste groep van Taiwanese en Japanse ondernemers die het in 1988 aandurfden te investeren in chaotisch China dat toen nog werd bestuurd door de generatie van Mao’s revolutie-makers.

Toenmalig „overkoepelend” leider Deng Xiaoping verleidde hem om zijn onderneming over te plaatsen van Taipei naar Shenzhen, toen een dorp en nu een metropool met twaalf miljoen inwoners. Gou zwichtte voor het aanbod van gratis land, spotgoedkope arbeidskrachten en nagenoeg geen belastingen. Vanaf dat moment speelde hij een hoofdrol in de opmars van China als ‘maakland’.

Dezelfde methode die Deng hanteerde pasten de autoriteiten in de Zuid-Chinese provincie Guizhou toe om Gou te bewegen nieuwe fabrieken te bouwen in hoofdstad Guiyang, een van de armste gebieden van China. Daar bouwt Foxconn sinds 2015 aan een ‘Big Data City’, een stad met de grootste servers en databanken die hij kan maken. Ook Apple vestigt daar zijn belangrijkste servers voor de Chinese markt.

Hij bemoeit zich nog iedere dag met alles, hij houdt alles in de gaten. Hij weet het vaak beter dan wie ook en stoppen komt bij hem niet op

bevriende concurrent van Terry Gou

Extra bonus voor Gou is dat de partijsecretaris van Guizhou een vertrouweling van president Xi is en kans maakt te worden benoemd tot een van de zeven leden van het Politburo, het machtigste orgaan van China. Zo verheft Gou netwerken, ‘guanxi’ op zijn Chinees, tot een kunstvorm. Op jongeren werken de nieuwe Foxconn- en Apple-fabrieken in Guiyang als een magneet. Bij de wervingskantoren in deze provinciale hoofdstad staan dagelijks lange rijen, want de lonen van 400 euro per maand, overuren niet meegerekend, zijn voor de regio hoog. Werken bij Foxconn is voor hen aantrekkelijker dan het leven op het Guizhouse platteland of een baan zoeken in het verre Shanghai of Beijing.

Mensenrechtenorganisaties als China Labor Watch in Hongkong en Fair Labour Watch in New York houden de situatie in Guiyang scherp in de gaten, maar hebben tot nu toe nog geen aanleiding gevonden om Gou te opnieuw te bekritiseren als een „21-ste eeuwse slavendrijver”. In 2010 werd Gou bestookt met verwijten dat hij te weinig had gedaan om zelfmoorden van jonge, depressief geraakte werknemers te voorkomen. Tegenwoordig houdt hij zich naar het schijnt aan de aangescherpte arbeidstijd- en minimumloonwetten en zorgt hij voor betere huisvesting.

Voor de zakenpers in China en Taiwan is nu de vraag hoelang Terry Gou het immense Foxconn nog blijft besturen. Investeerders die de prijs van het aandeel van moederbedrijf Hon Hai Precision Industry het afgelopen jaar met 40 procent zagen stijgen, zijn benieuwd of er al een opvolger wordt klaargestoomd. Zijn twee oudste, volwassen kinderen zijn niet bereid of niet bekwaam genoeg bevonden . Het is een bekend probleem in het particuliere Chinese bedrijfsleven, waar de eerste generatie de macht niet wil overdragen aan de tweede generatie. Gou’s kinderen uit zijn tweede huwelijk zijn nog peuters.

Vrienden en medewerkers zeggen dat de reislustige Gou nog lang niet van plan is te stoppen. Een bevriende concurrent zei onlangs in de Taipei Times: „Hij bemoeit zich nog iedere dag met alles, hij houdt alles in de gaten, hij is een selfmade-man en dat laat hij iedere dag opnieuw zien en merken, hij weet het vaak beter dan wie ook en stoppen komt bij hem niet op. Dat zie je vaak met zulke ondernemers.”

Stap naar Japan

Sterker nog, Gou is zijn concern aan het uitbreiden. Nota bene in Japan. Het getuigt van zijn hechte banden met de Chinese leiders dat hij deze stap durft te zetten. Vorig jaar kocht hij het Japanse electronicabedrijf Sharp dat ingrijpend wordt gereorganiseerd. Gou wil ook de geheugenchipsfabrieken van het kwakkelende Toshiba overnemen. Volgens de Nikkei Asian Review in Tokio wil ‘de Foxconn-generaal’, die zich zelden laat interviewen, nu weleens zijn eigen mobiele telefoons, platte tv’s, tablets en big data-servers gaan maken.

Zijn logica is makkelijk te volgen; de winstmarges op het maken van andermans gadgets zijn flinterdun en staan altijd onder druk. In het geval van Foxconn nog geen 7 procent, terwijl de marges van zijn klanten de 40 procent makkelijk overschrijden; 54 procent in het geval van Apple. Dat heeft Gou overigens niet belet in 2016 een netto-winst van 5 miljard dollar te boeken en zelf als grootste minderheidsaandeelhouder nog rijker (zijn vermogen steeg van 6,3 in 2105 naar 8,5 miljard in 2017) te worden.

En dat is nog niet genoeg. Gou, zoon van een naar Taiwan gevluchte Chinese politieman wil Trump daarom graag helpen „to make America great again”, zei hij in Milwaukee tegen Aziatische correspondenten. De dienstbare houding was een pose, want Gou weet dat het andersom is: met Amerikaans belastinggeld gaat Trump Foxconn groot maken in Amerika.